Loading

GERMATIK OPDRACHTEN 15.B.1 - 15.B.25

ANTWOORDEN

15.B.1

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. wij komen

2. zij leiden

3. wij reden

4. jij sprong

5. hij denkt

6. wij vliegen

7. zij zwommen

8. ik denk

9. jij komt

10. ik kijk

15.B.2

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. wij zitten

2. jullie voelen

3. ik wacht

4. wij voelden

5. jij staat

6. wij zwemmen

7. jullie kwamen

8. wij blijven

9. hij voelt

10. zij kijken

15.B.3

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jij springt

2. ik voelde

3. zij vlogen

4. jij dacht

5. zij luisteren

6. jullie blijven

7. hij zag

8. jij wacht

9. hij bracht

10. jullie kijken

15.B.4

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jij bracht

2. jullie leiden

3. hij hoorde

4. zij vliegen

5. ik leidde

6. wij dachten

7. wij gaan

8. zij spreken

9. zij zien

10. zij gaan

15.B.5

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. hij blijft

2. ik ging

3. hij gaat

4. hij vliegt

5. hij voelde

6. ik lag

7. jij ligt

8. wij rijden

9. jullie zwemmen

10. wij brachten

15.B.6

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. ik vlieg

2. hij sprak

3. jij blijft

4. jij ziet

5. hij kijkt

6. wij brengen

7. hij spreekt

8. jullie zagen

9. wij kijken

10. jullie komen

15.B.7

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. zij zitten

2. jij luistert

3. ik hoor

4. hij leidt

5. jullie rijden

6. ik ga

7. zij gingen

8. jij voelde

9. jij rent

10. ik luisterde

15.B.8

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jij spreekt

2. zij rijden

3. wij hoorden

4. ik leid

5. hij rent

6. jij zwom

7. zij hoorden

8. jij gaat

9. zij brachten

10. hij sprong

15.B.9

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. ik zwom

2. wij staan

3. jij luisterde

4. ik zag

5. zij blijven

6. hij keek

7. wij zwommen

8. jullie reden

9. zij lagen

10. zij stonden

15.B.10

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. ik sprong

2. jullie hoorden

3. ik vloog

4. jullie vlogen

5. zij zwemmen

6. jullie sprongen

7. zij horen

8. jij wachtte

9. jullie bleven

10. hij zwom

15.B.11

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jullie voelden

2. jullie zaten

3. hij kwam

4. jullie vliegen

5. zij wachten

6. zij wachtten

7. ik spreek

8. jij zag

9. hij zit

10. zij leidde

15.B.12

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. ik spring

2. jij voelt

3. jij vliegt

4. ik wachtte

5. wij luisteren

6. ik zat

7. hij staat

8. ik kom

9. zij staan

10. wij sprongen

15.B.13

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. wij liggen

2. jullie gaan

3. jij stond

4. hij wachtte

5. zij zagen

6. ik zwem

7. jullie zwommen

8. hij komt

9. jij rijdt

10. ik sprak

15.B.14

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. wij zagen

2. jullie horen

3. wij wachtten

4. wij leiden

5. jij reed

6. jij lag

7. jij ging

8. ik keek

9. hij wacht

10. zij luisterden

15.B.15

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jullie leidden

2. jullie stonden

3. zij denken

4. jullie spreken

5. hij reed

6. ik breng

7. jullie dachten

8. jullie rennen

9. zij springen

10. jij zwemt

15.B.16

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. hij stond

2. ik dacht

3. hij luisterde

4. ik reed

5. jij hoorde

6. ik bleef

7. hij springt

8. zij renden

9. zij leidden

10. jullie staan

15.B.17

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jij leidde

2. zij bleven

3. jullie zien

4. wij leidden

5. zij zaten

6. ik kwam

7. ik blijf

8. jij keek

9. jullie brachten

10. jij bleef

15.B.18

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. zij liggen

2. jullie renden

3. wij lagen

4. jullie springen

5. jij kwam

6. wij bleven

7. jullie wachtten

8. hij zat

9. hij ziet

10. zij kwamen

15.B.19

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. wij rennen

2. zij reden

3. wij voelen

4. ik voel

5. hij rijdt

6. zij spraken

7. ik bracht

8. ik stond

9. wij springen

10. jullie zitten

15.B.20

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. hij luistert

2. wij denken

3. jij vloog

4. jij kijkt

5. jullie brengen

6. jij denkt

7. jullie lagen

8. zij brengen

9. wij gingen

10. wij wachten

15.B.21

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jullie luisterden

2. wij stonden

3. jij sprak

4. wij spreken

5. hij zwemt

6. jullie denken

7. zij rennen

8. zij komen

9. wij horen

10. jij zat

15.B.22

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. jullie liggen

2. jullie luisterden

3. wij keken

4. hij lag

5. jij brengt

6. zij sprongen

7. hij ligt

8. zij voelden

9. jullie wachten

10. hij vloog

15.B.23

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. wij zien

2. hij brengt

3. ik zit

4. zij voelen

5. jullie keken

6. ik rende

7. wij zaten

8. wij vlogen

9. wij spraken

10. ik zie

15.B.24

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. hij rende

2. jij hoort

3. jij zit

4. jij rende

5. ik lig

6. hij dacht

7. ik ren

8. hij ging

9. ik luister

10. ik rijd

15.B.25

Vertaal (1)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT)

A1 - OBIT

1. ik hoorde

2. zij dachten

3. hij bleef

4. wij kwamen

5. jij leidt

6. jullie spraken

7. wij luisterden

8. hij hoort

9. zij keken

10. jullie gingen

Credits:

Created with images by Donations_are_appreciated - "tin soldiers model soldiers" • PublicDomainPictures - "computer female girl" • skeeze - "parachute skydiving parachuting" • Gellinger - "nostalgia gramophone record" • pixel2013 - "fair hustle and bustle year market" • Stiftung Mercator - "Neujahrsempfang 2015 der Stiftung Mercator" • buchsammy - "animal pet dog" • The Wolf - "Ranomi Kromowidjojo & Britta Steffen" • CherylTan - "boy child thinking" • Unsplash - "jump water swimming outdoors" • dannymoore1973 - "barn owl bird owl" • ThomasKohler - "Warten" • PublicDomainArchive - "feet legs standing" • Unsplash - "sleep bed woman" • Gotti1979 - "malinois bring nature" • Picsues - "statue music sculpture" • fotshot - "army military soldier" • blumenbiene - "Die Fleckentiere kommen :D" • Joshua_Willson - "old car steering" • PublicDomainPictures - "animal ape black" • Unsplash - "life beauty scene" • Tabeajaichhalt - "boy watch laugh" • MichaelGaida - "church bank wood" • annca - "running shoes race sport" • stux - "mila repa buddha bodhisattva"

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.