8.D.1
Welk werkwoord wordt hier bedoeld?
haben, sein, werden, dürfen, können, mögen, müssen, sollen, wollen of wissen
A1 - OBIT
1. houden van, leuk vinden, zin hebben, mogen
2. hebben
3. moeten (van iemand anders), men beweert, ook: 'mocht het sneeuwen'
4. weten
5. zijn
6. mogen, toestemming hebben
7. willen
8. moeten (noodzakelijk, vanzelfsprekend, het kan niet anders)
9. kunnen, in staat zijn
10. worden, zullen
Credits:
Created with images by Alexas_Fotos - "easter easter eggs funny"