Loading

ONZE manier van werken bepaalt ‘t Nederland van Morgen - ‘Table of hope’ Klimaatactieve regio’s; vrijdag 13 april 2018 -

Onder de noemer Proeftuin NL gingen vanaf 2015 de 15 benoemde landmakers op zoek naar toekomstige werkwijzen in de ruimtelijke omgeving. Ze experimenteerden in 15 hoopgevende praktijken, in een soort levend laboratorium. Een van die hoopgevende praktijken is de proeftuin KAS Twente (KlimaatActieve Stad Twente) van watergraaf en landmaker Stefan Kuks.

In opdracht van de ministeries van IenW en BZK is tijdens ‘Leeuwarden culturele hoofdstad Europa 2018’ de tentoonstelling ‘Places of Hope’ (curator Maarten Hajer) ingericht. Aan de ‘Table of Hope’, de gesprekstafel die in deze periode elke vrijdag in Leeuwarden beschikbaar is voor een omgevingsvraagstuk, ontving Stefan Kuks op 13 april 2018 gasten uit waterschappen, gemeenten en van de ministeries van BZK en I&W. Het gesprek ging over de KlimaatActieve Regio’s als hoopgevende praktijk voor het Nederland van Morgen, zoals bedoeld in de in 2015 opgestelde toekomstagenda Manifest 2040.

In dit beeldverslag een impressie van de resultaten van deze levendige gesprekstafel, uitmondend in enkele adviezen voor de Nationale Omgevingsvisie (de NOVI).

DEELNEMERS AAN DE GESPREKSTAFEL

Deelnemers aan het gesprek zijn bestuurders en beleidsbepalende ambtenaren vanuit ministeries, gemeenten en waterschappen. Voor de deelnemerslijst, klik hier.

TIJD VOOR ÉCHTE VERBINDING! (Stefan Kuks)

Stefan Kuks schetst de ontwikkelingen van het werk aan ruimte voor water vanuit historisch perspectief. Hij signaleert een verschuiving van een taakgerichte benadering naar een opgavegerichte benadering als het gaat om grote maatschappelijke uitdagingen. Niet alleen in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), maar ook in het onlangs door het Rijk en koepels ondertekende Interbestuurlijk Programma (IBP). Een programma waarin enkele grote maatschappelijke opgaven worden benoemd, die verschillende onderlinge dwarsverbanden kennen en die alleen in gezamenlijkheid aangepakt kunnen worden.

Deltacommissaris Wim Kuijken en toenmalig minister Schultz van Haegen presenteerden op Prinsjesdag 2017 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.

‘Samen aan de slag voor Klimaat’ is een van die grote maatschappelijke opgaven. Kijk je naar de stad, dan kent deze opgave drie grote uitdagingen:

  1. inrichting met meer groen en blauw;
  2. verbinding van de klimaatopgave met andere stedelijke opgaven;
  3. ontwikkeling van eigenaarschap bij de bewoners en bedrijven in de stad.

Aan de hand van praktijken in Eindhoven, Tilburg, Enschede, Hengelo, Leeuwarden wordt geïllustreerd hoe die uitdagingen opgepakt zijn. Schaalniveau blijkt daarbij van belang. Huis-, straat-, wijk-, stadsdeel- of regioniveau. Je hier bewust van zijn, maakt het mogelijk om effectief aan de uitdagingen te werken. Dat betekent afscheid nemen van oude werkwijzen en nieuwe werkwijzen ontwikkelen.

Enkele voorbeelden uit de presentatie: Stadsbeek Enschede, Drienerbeek Hengelo, Kruidenbuurt Tilburg, Potmarge Leeuwarden

In dat licht zien we de praktijk van de KlimaatActieve Stad al een volgende stap maken op de ontwikkelladder. Niet de taak, niet de opgave, maar de behoefte vormt anno 2018 steeds vaker het vertrekpunt voor activiteiten in bebouwd gebied. Dit resulteert in legio uitdagingen waar we nog flink mee worstelen. Hoe geven we onze manier van werken vorm langs de ontwikkelladder van het werken: van taak-, naar opgave- naar behoefte -en betekenisgericht werken? En hoe gaat het samenspel tussen publieke en private spelers hierdoor veranderen? Daar gaat het gesprek vandaag over.

Klik op de button hieronder om alle slides te zien uit de presentatie.

HET GESPREK
Pendelen tussen het kavel- en nationaal niveau

Adequaat invulling geven aan ruimtelijke adaptatie vergt een aanpak op verschillende schaalniveaus. Maar, hoe bereik je dat iedereen iets doet? Dus van private actie op kavelniveau - tegeltje eruit en plantje erin - tot grote ruimtelijke ingrepen met regionale impact die forse overheidsinvesteringen vragen.

“Alle tuintjes bij elkaar is nog niet de schaal van Nederland.”

Anders werken: in de wijk wordt het concreet

De grootste uitdaging ligt daar waar je in de mix van privaat en publiek iets teweeg wilt brengen: op het niveau van de wijk. Op wijkniveau zal iedereen bereid moeten zijn om elkaars problemen en belangen te (h)erkennen, over zijn eigen muurtje heen te springen en zich medeverantwoordelijk te voelen voor het totaal. Pas dan kun je het verschil maken.

De Kruidenbuurt in Tilburg is een mooi voorbeeld. De gemeente heeft hier op een andere manier gekeken naar openbare ruimte. Groen en grijs zijn gecombineerd. Doordat de gemeente niet kon investeren op grond van de woningbouwcorporatie, werd minder resultaat behaald dan gewild. Een oplossing is gevonden in de vorm van de ‘oplevering in oorspronkelijke staat’. Bij iedere verhuizing is nu een tegelloze tuin het vertrekpunt voor de volgende bewoner. Aandacht voor creativiteit en afstemming tussen ingrepen in de openbare ruimte en renovatie van de woningen bieden perspectief.

“Dat maatwerk en mensenwerk is een enorme opgave voor de overheden.”

Eigenaarschap in de samenleving is noodzaak

‘Anders werken’ presenteert zich dus vooral op het niveau van de wijk. De samenleving en de veranderde opgaven vereisen verandering van het systeem. Aanpak van grote maatschappelijke opgaven, zoals ruimtelijke adaptatie, vraagt om het goed in stelling brengen van de samenleving. Dat betekent dat we meer van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie moeten bewegen en daarvoor moet je meer eigenaarschap bij burgers creëren. (Bron plaatje: Berenschot, mei 2013)

Bij meer overheidsparticipatie komt de nadruk dan meer op de rechterkant van de ontwikkellijn van werken te liggen.

“De vraagstukken waar we voor staan, maken ook gewoon dat het anders moet!”

Massa maken om opgave te realiseren

Samen de massa maken die nodig is om de opgaven te realiseren, dat is de uitdaging. Hierbij dienen de opgaven leidend te zijn voor de overheidsinzet. De bewoners moeten vanaf het begin meedoen en daar is maatwerk voor nodig. Want of het gaat om een bakfietswijk of een bijstandswijk, dat is immers een groot verschil! In beide wijken kom je als overheid alleen binnen met een thema dat tot de verbeelding spreekt. De opgave dus koppelen aan een behoefte en deze betekenis geven voor de bewoner. Dat vraagt alertheid en een actieve rol van de overheid.

Goed voorbeeld is de wijk Nieuwstraatkwartier in Almelo, een casus die beschreven staat in ‘Klimaatadaptatie en Omgevingswet’. De wijk vraagt aandacht vanwege relatief hoge werkloosheid, ruimtelijke en fysieke verloedering, woningen met lage energielabels, onveiligheid door verkeer en tekortschietende handhaving. Bewoners en ondernemers zijn bereid actief mee te denken en te doen, ook op water- en klimaatthema’s, op voorwaarde dat overheden luisterend en dienstbaar opereren en aansluiten bij hun behoeftepunten. Alleen daarmee is het ontstane wantrouwen en cynisme te keren. Dat resulteert nu in goede gesprekken en gezamenlijke ontwerpen voor de Nieuwstraat.

“De klimaatopgave lift voor burgers mee met andere opgaven, maar is zelden de deuropener.”

We leren bij, maar de samenleving verandert sneller

Kunnen overheden dat wel, opgaven verbinden? Wanneer je zelf die stap achteruit doet om de omgeving objectief te bekijken, dan zie je dat we als overheden praten over de opgave zoals wij die zien. Maar bewoners definiëren hun omgeving ook en zien van daaruit soms hele andere opgaven. [De gemeente Ridderkerk maakte daarover het onderstaande filmpje.]

Over de grenzen van schaalniveaus zien we inmiddels goede voorbeelden van overheidsparticipatie vormkrijgen, onder andere in pilots in het hele land. Onderling kennen we echter nog wel hele grote verschillen als het gaat om deze andere manier van werken. Continu voldoende en snel genoeg bijleren en de daarbij horende cultuurverandering doormaken, is wat we moeten doen.

Nu leren we weliswaar snel - in de vele pilots en via kennisdeling in netwerken - maar de samenleving verandert nog sneller. Dat vraagt om andere stimulansen die het leren te bespoedigen. Bijvoorbeeld door het vernieuwen van de wijze waarop we geleverde prestaties in de aanpak van de grote opgaven meten, op basis van robuuste doelen.

“Denk niet voor de mensen, maar laat mensen vanaf het begin meedenken en -doen.”

Maar ... gaan we met een breder gevoeld eigenaarschap de grote opgaven ook realiseren?

Stel dat we versneld leren en dan in staat blijken om die alerte actieve overheid te zijn die meer eigenaarschap weet te creëren. Dus, dat we de opgave weten te koppelen aan een behoefte en deze betekenis weten te geven voor de bewoner. Dan rijst de vraag of we daarmee de sleutel in handen hebben om de grote opgaven adequaat te realiseren?

Gevoelsmatig lijken we dan in een enorme spagaat te belanden tussen successen in de ene wijk, en tekortschieten in de andere. Of doelen realiseren op het ene schaalniveau maar verzaken op het andere.

“Als de opgave zo groot is, dan twijfel je wel eens of je het met zijn allen wel op tijd afkrijgt, of er niet iemand op de rem- of juist op het gaspedaal moet trappen. Het is hartverwarmend wat er op wijkniveau gebeurt, maar aan de andere kant moet er een tandje bij.”

Les uit het verleden

Wat gaf in de jaren 60/70 de spirit om de transitie van stadsgas naar aardgas in slechts 10 jaar te volbrengen? Dat was de brede opvatting dat iedereen er beter van werd door mee te bewegen met de transitie.

Dat betekent:

  • Dat we in de volle maatschappelijke breedte een nieuwe taal moeten vinden en de noodzakelijke transitie in gezamenlijkheid moeten weten te framen.
  • Dat we moeten voorkomen dat we snel terugvallen in bekende patronen (patronen van eerder ‘nee, tenzij’ dan ‘ja, mits’). Joint ‘fact finding’ is nodig om de leefwereld en systeemwereld te verweven en tot gezamenlijk initiatief te komen.
  • Burgerinitiatieven kunnen niet altijd worden gehonoreerd. De overheid is er voor álle burgers, niet alleen voor de mensen die van zich (kunnen) laten horen. En soms moet je iets wat burgers lokaal niet willen, maar wat vanuit regionaal of landelijk perspectief (algemeen belang) noodzakelijk is. Burgers moeten visie kunnen verwachten van hun overheid. Een overheid die nadenkt over de toekomst en bestuurskracht aanwendt om veranderingen te realiseren.

“Het is een rare paradox: door meer burgerparticipatie zou je soms de inclusiviteit juist tegen kunnen werken, want niet alle burgers kunnen participeren.”

We moeten het hele palet aan werkwijzen benutten!

Kijk je naar de huidige focus op het opgavegericht werken aan grote maatschappelijke opgaven en de eerdere constatering dat de wijk de plek is waar het concreet moet worden, dan is de conclusie dat je er zonder bewoners een grote maatschappelijke opgave als adaptatie niet gaat realiseren. Maar…, je moet je als overheid daarbij niet afhankelijk van bewoners maken. Je hebt en houdt jouw verantwoordelijkheid.

Dat vraagt om het bewandelen van twee sporen:

  1. De een gericht op samenwerking, dus de opgave verbinden aan een behoefte en deze betekenis geven.
  2. De ander gericht op regulering en overheidsingrijpen vanuit een duidelijk taakgerichte opvatting.

Je zou kunnen spreken van het combineren van de bovenstroom (op dit moment vooral ‘samen’) en de onderstroom (de op dit moment minder populaire klassieke taakgerichte benadering). Dat klassieke overheidsoptreden moet dus weer sterker onderdeel van het palet worden. Dan gaat het over het benoemen van de stip op de horizon, over duidelijke wetgeving en helderheid over besteding van geld.

Stefan Kuks: “Kijk je naar ruimtelijke adaptatie dan heeft het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie naast ambities gericht op benoemen, bewust maken, dialoog voeren en verleiden ook een ambitie met betrekking tot regulering en borging. In het DPRA-traject was hierover veel discussie. Maar met de constatering dat we twee sporen moeten bewandelen, is het goed dat deze ambitie erin staat. We moeten scherp krijgen waar we de verantwoordelijkheid zien van de overheid en de bewoner/private partijen om het werken aan de grote maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie concreet te kunnen maken. Dus het hele palet van taak- tot betekenisgericht werken benutten.”

“Soms is van bovenaf niet vies. Het klassieke overheids-instrumentarium is ook nodig: richting, regels en budget. Burgers mogen duidelijkheid verwachten.”

INBRENG IN DE NATIONALE OMGEVINGSVISIE

Ingestoken vanuit het werken aan de klimaatopgave in proeftuin KAS Twente en het lerende netwerk Klimaatactieve regio’s levert het gesprek een aantal generieke aandachtspunten voor de NOVI.

  • Heb aandacht voor een effectieve werkwijze. De ontwikkeling van opgavegericht, naar behoeftegericht en betekenisgericht en de omslag van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie krijgt momenteel de meeste aandacht, omdat wordt herkend dat daar een enorme ontwikkelopgave zit. De inzet van meer klassieke overheidsinstrumenten is daardoor meer op de achtergrond gekomen. Vanuit het oogpunt van effectiviteit is het niet of/of, maar en/en. Heb hier in de NOVI aandacht voor.
  • Maak politieke keuzes. Het zoekende proces van de NOVI tot dus ver is heel waardevol geweest. Opgaven, kansen, keuzes en samenhang zijn benoemd. De complexiteit is enorm, maar waar ligt nu het primaat? Nu we in de eindfase van de NOVI aankomen, is er behoefte aan enkele heldere politieke keuzes.
  • Forceer andere werkwijzen. Je kunt eindeloos praten, framen en verleiden, maar op zeker moment verander je het handelen structureel door bijvoorbeeld in iedere projectopdracht standaard op te nemen dat er een paragraaf in het plan moet staan waarin beschreven wordt hoe klimaatadaptatie wordt meegenomen. De NOVI moet eigenlijk van dit soort passages bevatten, dus bijvoorbeeld sturen op aanpassing van bouwbesluiten. Kijk naar de levensduur van fysieke elementen in de occupatielaag; in veertig jaar heb je dan alles duurzaam ontwikkeld als je adaptatie, energie en circulair opneemt als eis!
  • Biedt ankers voor de inzet van klassieke overheidsinstrumenten. Geef helderheid over koers, wetgeving en geld: de klassieke overheidsinstrumenten. Laat de NOVI duidelijk iets zeggen over het wat, wie en hoe. Koppel voorwaarden aan de richting (het ‘wat’) en maak duidelijk op welke manier we dat gaan doen en hoe. In alle integraliteit moet duidelijk zijn waar de verantwoordelijkheid ligt voor publieke en private spelers. Zo moeten de risicodialogen in het DPRA klare wijn schenken over wat overheid wel en niet gaat doen. Wanneer ben je als burger zelf de drager van het risico.
  • Ontschot budgetten. Laten we maatregelen nemen om te ontschotten. Overheden die over de grenzen heen willen kijken, worden nu soms door regelgeving gehinderd. Kijk naar de opgaven met gezond verstand en ontschot! Dit geldt bijvoorbeeld voor de regelgeving rondom budgetten. Zo mogen gemeenten geen groen betalen uit het rioleringsfonds. Dat maakt integraliteit zoeken en cross overs maken over beleidsvelden heen, bijna onmogelijk.
  • Moderniseer afrekensystemen. Het leren omgaan met de snel veranderende maatschappij en het leren bewegen over de volle breedte van de ontwikkelingslijn van het werken, moet versneld worden. Daarbij kan het helpen dat we de wijze vernieuwen waarop we geleverde prestaties op de grote opgaven meten (robuuste doelen stellen).

“NOVI ... standvastig, niet halsstarrig!”

TOT SLOT: BEZOEK AAN PLACES OF HOPE

Maarten Hajer, curator van de tentoonstelling ‘ Places of Hope’, leidt het gezelschap rond op de tentoonstelling, waar op dat moment nog de laatste hand aan wordt gelegd.

De proefpraktijken van de landmakers op een rij.
Rondleiding door Maarten Hajer.
De muur door een groen, rood of blauw brillenglas bekeken: verschillende momenten op de tijdlijn van de ontwikkeling van het landschap.
ENKELE INTERESSANTE LINKS
Een selectie van tweets van de gespreksdeelnemers na afloop van de bijeenkomst.
Created By
T. Voskamp, B. Koopman b.koopman@vechtstromen.nl
Appreciate

Credits:

Creds for images to: Tilburg, Almelo, waterschap Vechtstromen, Peter van Rooy. Overige bronnen: gemeente Ridderkerk, Berenschot.

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.