Loading

Het Doosje met Verleden Photo's & tekst © Sjaak Verboom

Mijn moeder stierf drie jaar geleden. En toen mijn vader onlangs werd opgenomen in een hospice ben ik naar de zolder van ons huisje gegaan en heb daar het doosje met verleden opgezocht.

Wij hebben vijf kinderen gekregen en van elk kind hebben we het eerste paar schoentjes bewaard.

In een doosje.

Op de zolder.

Schoentjes zoals je ze aantreft onder de kapstok van elk jong gezin, in elke kringloop, onder de struiken van elk vluchtelingenkamp – gewone gebruiksvoorwerpen, dingen, maar déze schoentjes weten mij buitengewoon te ontroeren.

Het was in ons gezin een groot moment als een kind zijn of haar eerste schoentjes kreeg. Dat moment markeerde een nieuwe tijd. De babytijd was voorbij, het kind had liggend, rollend, kruipend de onmetelijk ruimte verkend van de wereld waarin het was geboren. Het huis was warm en schoon en veilig.

Toen kwam de dag dat het kind op schoot werd genomen en er werd iets aan zijn voetjes gewurmd en het kind leerde een nieuw woord: lopen!

En het huis ging open.

De wind waaide en de zon scheen en de grond onder de voetjes was soms hard als steen en soms zacht als mos.

Schoentjes betekenen vrijheid.

Voor mijzelf, toen ik een peuter was, was de tuin al na een paar dagen te klein. Keer op keer wist ik te ontsnappen en stapte over de straat naar eindeloze verte daarginds zodat mijn ouders de tuin moesten barricaderen en ik mijn vrijheid opnieuw kwijt was.

Maar niet voor lang. Want ik was niet te houden en kroop met mijn buik over de grond onder het bladerdak van de struiken door totdat ik oog in oog stond met een schildpad. Dat is mijn eerste herinnering geworden: de stille ogen van een reuzenschildpad die mij aanstaren.

Onze kinderen zijn nu prachtige mensen van rond de dertig jaar. De deur van het ouderlijk huis hebben ze achter zich gesloten, hun jeugd hebben ze achtergelaten.

Als ik nu met hun schoentjes in mijn handen sta, dan besef ik dat ze meer betekenen dan vrijheid. Ze staan symbool voor het begin van de levensweg van het kind.

Fotograferen noemt men ook wel ‘vastleggen’. Maar wat heb ik met deze fotoserie vastgelegd? Het gaat me uiteindelijk niet om die voorwerpen, geloof ik. Ik denk dat ik de tijd heb willen vastleggen. Zichtbaar maken.

Ik heb de foto’s gemaakt met een oeroude, klassieke technische camera. Daardoor kon ik composities maken met onscherpe, duistere plekken in de foto. Alsof een deel van de levensweg verborgen moest blijven.

Ik zocht naar foto’s die meer tonen dan heimwee naar een voorbije tijd. Ik heb geprobeerd om beelden van hoop te maken terwijl mijn vader in het hospice naar het einde toe leefde.

Onze kinderen vinden hun plek in het leven. Onze dromen en verlangens hebben in hun levens een eigen kleur gekregen en zo leven ze voort.

Elke generatie moet nieuwe woorden en beelden vinden om het grote visioen wat een mens op de been houdt, levend te houden.

Mijn vader stierf de afgelopen dag en toen ik na een lange nacht eindelijk weer thuis kwam, streek het ochtendlicht van een nieuwe dag over de foto met onbeduidende kinderschoentjes die in onze huiskamer hangt.

In het hospice had ik ze nog zien staan: de oude schoenen van mijn vader.

Staande in het ochtendlicht voor die foto, doe ik de schoenen van mijn voeten en weet: Deze fotoserie gaat over dat wat ons overstijgt, boven onszelf uittilt – het gaat over verbondenheid met de generaties waarvan wij deel uitmaken en waarmee wij samen optrekken naar de dag die geen einde kent.

©Sjaak Verboom, februari 2020

Credits:

All photo's © Sjaak Verboom