Loading

Samen voor het goud - Koen van Meijel

Geen enkele zwemclub kan bestaan zonder vrijwilligers. En geen enkele zwemclub kan bestaan zonder zwemmers. Zonder beide zou de Horster Zwem- en Polo Club, HZPC, er niet zijn. Voor zolang ik het me kan herinneren heeft HZPC een grote aanwezigheid gevormd in mijn jeugd, ook al was ik er persoonlijk niet erg bij betrokken. Opgroeiende in een familie vol zwemmers werd het me met de paplepel ingegoten.

In deze reportage vertellen mijn moeder, Lea van Meijel, en mijn zus, Judith van Meijel, over hun motieven, hun bijdrages, hun doelen. Hoe zij er alles aan doen om het beste in anderen en het beste in zichzelf naar boven te halen.

Al vanaf haar achtste is Lea lid van HZPC. Eerst begon ze met zwemlessen. Niet veel later kreeg ze interesse in wedstrijdzwemmen en daarna ook waterpolo. De decennia die daarop volgen waren constant gevuld met de zwemclub, of ze nou zelf in het water lag, of op de kant stond. Ook al had ze door haar drukke studententijd minder ruimte in haar agenda om te wedstrijdzwemmen, waterpolo bleef iets wat ze met plezier bleef doen met een leuk team vol vriendinnen. Sinds enkele jaren is ze niet meer bij het waterpolo betrokken, maar des te meer bij het wedstrijdzwemmen.

Lea van Meijel

“Toen Judith op zwemles ging, en later op wedstrijdzwemmen, stond ik altijd te kijken, want ik moest haar toch brengen. Toen ze een trainer nodig hadden, vroegen ze of ik het misschien leuk vond. Gewoon een uurtje in de week bij de allerkleinsten, waar Judith toen bij zwom. Ik had namelijk vroeger ooit een cursus gevolgd om zwemles te mogen geven. Daarna vroegen ze nog of ik in de zwemcommissie wilde, en van dat ene uurtje kwamen meer uren. Toen er een trainer wegging moest er iemand dat opvullen. Die trainer regelde vaak alles, en zo kwam dus van het ene het andere.”

“En ja, wat doe ik nu allemaal? Ik geef trainingen, ik ben coach, ik ben klokker. Daarnaast zit ik nog in de zwemcommissie. Daarin ben ik verantwoordelijk voor het contact tussen de zwemmers en de zwemcommissie, en ook wel een beetje tussen de zwemcommissie en de trainers. Voor de zwemcommissie maak ik de wedstrijdkalender – iemand moet zeggen welke wedstrijden we allemaal gaan doen, dus ik overleg dan met de trainers en zorg ervoor dat het allemaal bij elkaar komt. Iemand moet ook bijhouden welke zwemmers allemaal aanwezig zijn bij de trainingen, dat zijn de presentielijsten. Op dagen dat ik niet op het zwembad ben vult iemand anders die in, en al die lijsten verzamel ik. Die gegevens stop ik in een Excel-bestandje en die gaan vervolgens naar de gemeente en het bestuur van HZPC, want die hebben die gegevens nodig. De zwemmers moeten zich bij wedstrijden opgeven, en dat doen ze bij mij. Ik heb zo’n programma met alle tijden die iedereen gezwommen heeft, en dan stuur ik dat door naar degene die de wedstrijd organiseert. Soms als wij zelf een wedstrijd organiseren, zoals bij clubkampioenschappen of limietwedstrijden, dan sturen alle verenigingen die mee willen doen hun bestanden naar mij met daarin bijvoorbeeld “Jantje wil de 100 meter vrije slag zwemmen en zijn beste tijd is 1:05” en al die gegevens zet ik dan in een programma en dan word er een indeling gemaakt met alle series. Bij dit soort wedstrijden maak ik ook de uitnodigingen. Tevens zorg ik ervoor dat alle startkaartjes geprint en gesneden zijn, en dat alle medailles geplakt zijn. Tijdens een wedstrijd worden alle uitslagen direct in een computer ingevoerd. Die verwerk ik thuis weer in mijn eigen programma en dat sturen we dan op naar de KNZB en de andere verenigingen, zodat zij ook hun gegevens hebben. Dus dat doe ik zo’n beetje.”

“Ik geef drieëneenhalf uur in de week trainingen, en soms als er iemand ziek is anderhalf uur extra. Een of twee keer per maand coach ik bij een wedstrijd. Thuis verschilt het hoeveel ik doe, ongeveer twee à drie keer in de week en dan een uurtje of twee per keer. Gisteren was er bijvoorbeeld een wedstrijd in Eindhoven waar ik niet bij was, maar daarvan heb ik dan toch nog wel even de uitslagen moeten verwerken.”

Zwemclub HZPC zwemt bij de KNZB in de A-klasse, wat de eerste klasse is na de hoofdklasse. In deze klasse zitten ook clubs van enkele grote steden, zoals Alkmaar, Heerenveen en Den Haag. Ondanks dat Horst maar een klein dorpje is, weet de zwemclub van Horst zich aardig goed tussen de grote steden te wurmen en behalen de zwemmers erg goede resultaten. Het afgelopen jaar zijn er zelfs drie zwemmers in hun leeftijdscategorie kampioen van Nederland geworden. Dit jaar zijn er 25 zwemmers van HZPC die zich gekwalificeerd hebben voor de Limburgse kampioenschappen, waarbij enkelingen maar liefst 15 limieten in de wacht geslepen hebben.

“Ik vind altijd dat degene die de trainingen maakt de eer meer verdient dan ik. Ik geef de trainingen, maar ik maak ze niet, dat doet de hoofdtrainer. Ik kijk wel altijd of ze de trainingen goed doen, en ik moet ze soms pushen, dan zeg ik bijvoorbeeld “kom op, iets meer met de benen, zorg ervoor dat je de tijd haalt zoals die in de training staat”. Dat soort dingetjes doe ik wel, maar ik denk dat het met het zwemmen vooral heel erg belangrijk is wat er op een training gedaan wordt. Bij ons is het niet zo van, “kom we gaan naar het zwembad toe, en dan kijken we wel waar we zin in hebben, zullen we estafettetjes doen?". In het begin van het seizoen is het vaak wat rustiger en algemener en dan wordt het langzaam zwaarder en intensiever. Het doel is dan als de Nederlandse kampioenschappen zijn, dat iedereen dan net op z’n top zit, maar ook weer dat ze niet allemaal ontzettend moe zijn.”

“Ik ben echt trots op de zwemmers als ze beter presteren dan ik dacht dat ze zouden kunnen. Ik ben laatst bijvoorbeeld mee naar Leiden geweest met jongens van 11 of 12 jaar. Eentje had ik een keer een tip gegeven dat hij met de schoolslag minder met zijn hoofd moest bewegen, en daar had ik hem net voordat hij moest zwemmen aan herinnerd, dus dat deed hij netjes en toen zwom hij gewoon anderhalve seconde van zijn snelste tijd af. Dat is dan geen groot record of een medaille, maar dat is wel iets waarvan ik denk, kijk, daar hebben we samen aan gewerkt.”

Ook in Judith's leven speelt zwemmen een grote rol. In haar jeugd was ze bijna elke avond wel in het water te vinden en elk weekend reisde ze naar een of andere uithoek van Nederland (of daarbuiten) voor een wedstrijd. Nu ze 26 is en een full-time baan heeft, en een huis waar ze voor moet zorgen en was die ze moet strijken, zitten er iets minder uren in het zwemmen. Maar nog steeds hakt ze alle concurrenten in de pan.

Judith van Meijel

“Toen ik zeven was begon ik met wedstrijdzwemmen. Ik zat al op zwemles en er was toen een keer een wedstrijd waar iedereen aan mee mocht doen, dus ook kinderen van mijn groepje. Dat wilde ik ook wel eens proberen. Ik kon natuurlijk niet winnen, dus ging ik meer oefenen. Een vriendinnetje van mijn klas en een nicht van ons deden aan wedstrijdzwemmen dus toen ben ik daarbij gaan meetrainen."

"Op mijn hoogtepunt was ik met fysieke trainingen ongeveer twaalf uur per week bezig, en dat zijn dan alleen maar de actieve uren, dus zonder fietsen en omkleden erbij. Ik lag dus zeven keer in de week in het water, en ook nog twee keer per week krachttraining. Daar bovenop ook nog een wedstrijd op zaterdag of zondag. Nu zwem ik nog maar drie keer per week, en fitness ik nog twee keer, dus dat is samen ongeveer zeven uur. Een tijdje geleden kreeg ik een spontane schouderblessure waarna de fysiotherapeut adviseerde dat ik niet vaker dan drie keer per week mocht zwemmen. Ik vond dat iets te weinig sport, dus daarom fitness ik er nog bij zodat ik niet te dik word en een beetje conditie blijf houden. Twee jaar geleden haalde ik bij de Nederlandse kampioenschappen twee medailles, en eigenlijk was ik daarna toch al langzaam begonnen met afbouwen. Als het toen nog heel goed zou zijn gegaan was ik misschien nog wel een half jaar doorgegaan."

"Ik vind het leuk om te sporten en te bewegen. Zwemmen in het bijzonder, omdat je niet zweet, haha. Maar zwemmen is eigenlijk best wel zwaar, want je wordt moe omdat je intensief bezig bent, maar je moet ook heel erg letten op je ademhaling. Ik zou nu bijvoorbeeld een uur lang kunnen rennen zonder dat ik er moe van zou raken, omdat ik dan de hele tijd goed adem kan halen. Daarnaast vind ik het ook gewoon leuk om bij een zwemclub te zitten, want hier zijn al mijn vrienden en vriendinnen, dus het is ook een vorm van sociaal contact. Toen ik zeven keer in de week trainde, deed ik dat ongeveer de helft van de tijd gewoon omdat het gezellig was."

"Bij HZPC is het wel allemaal een stuk persoonlijker. Als ik was overgestapt naar een grotere club als PSV, dan was ik daar gewoon een nummer naast de vijftig anderen. Hier krijg ik meer aandacht, en hier heb ik vrienden en familie. Dat maakt het ook leuker."

“Heel soms geef ik trainingen aan Judith, maar dan geef ik minder snel advies als “hey, dit doe je niet goed, en dit moet zo”. Dat laat ik altijd aan iemand anders over. Ik vind het een beetje belangenverstrengeling. Ik wil ook gewoon een beetje moeder zijn. Ook als ze ontzettend slecht gezwommen heeft, wil ik kunnen zeggen, “ach, dat maakt niks uit”, ook al maakt het voor een trainer natuurlijk wel veel uit. Een trainer zou dan iets heel anders zeggen. Maar ik vind dat er ook voor Judith op dat moment iemand moet zijn die zegt, “je hebt je best gedaan”. Natuurlijk heb je soms wel eens, als er kleinere wedstrijden zijn, dat er maar tien zwemmers zijn,dat ik dan als enige coach meega. Dan zeg ik ook wel tegen Judith wat niet goed ging en wat ze kan verbeteren. Judith zegt dan vaker “doe het dan lekker zelf”, terwijl ze dat misschien niet zo snel tegen een andere coach zou zeggen. Bij grotere wedstrijden zoals de Limburgse of Nederlandse kampioenschappen gaat er altijd iemand anders mee. Dan zeg ik tegen Judith wel wat haar tijden zijn, maar wat ze aan techniek bijvoorbeeld beter kan doen, dat laat ik dan aan iemand anders over. Bij andere zwemmers zou ik dat wel sneller doen.”

"Ik heb het altijd wel gezellig gevonden dat mama overal bij was, maar ik heb haar nooit echt als coach gezien. Zij is natuurlijk meer een moeder dan een coach. Maar dat heb ik nooit erg gevonden. Nu zou ik ondertussen ook gewoon zonder coach kunnen zwemmen. Ook als mama nooit bij het zwemmen betrokken was geweest, had ik er denk ik nog steeds net zoveel voor gedaan.”

“Ik denk dat de meeste mensen, waaronder andere zwemmers, niet zo snel doorhebben hoeveel regelwerk alles met zich meebrengt. Omdat ik al voor zolang ik me kan herinneren weet hoeveel mama daarvoor achter de computer zit, die ze dan de hele tijd bezet houdt zodat ik niet kan MSN’en, weet ik dat wel. Ik kan me goed voorstellen dat anderen zoiets niet weten."

"Het is niet dat ik het voor het geld doe. Ik krijg wel een hele kleine vergoeding, maar dat is voor die paar uurtjes dat ik ook echt aan het bad sta. Het maakt me ook niet zo veel uit. Ik kijk achteraf niet eens of het bedrag wel daadwerkelijk klopt met de uren die ik gemaakt heb. Ik doe het vooral voor de voldoening en het clubgevoel. Wij vinden het belangrijk dat we dingen samen doen. In tegenstelling tot sommige andere clubs verzamelen we ons bij ons eigen zwembad voordat we allemaal samen vertrekken, en na afloop gaan we allemaal samen weer terug. Sommige verenigingen zeggen gewoon “zorg er maar voor dat je zondag op tijd in Weert bent”, en dan staat de coach daar te wachten tot alle zwemmers komen. Wij zijn wel een echt team en ik wil dat we samen onze doelen bereiken en, ondanks dat het een indivuele sport is, moeten we elkaar toch helpen en aanmoedigen."

"De laatste tijd merk ik wel dat mijn motivatie wat minder wordt omdat ik het gevoel heb dat de zwemmers het allemaal wat minder interesseert. Soms denk ik dat ik zelf meer voor de zwemmers wil dan de zwemmers zelf willen. Dat het ze niet veel uitmaakt of ze een limiet nou wel of niet hebben gehaald. Met de trainers wordt het ook steeds moeilijker om mensen bij elkaar te krijgen die willen coachen. De oudste zwemmers, zoals Judith, zouden we wel alleen naar een wedstrijd kunnen sturen, maar ik vind niet dat dat bij HZPC past."

"Mijn grootste doelen heb ik wel gehaald. Twee jaar geleden heb ik twee medailles gehaald op de Nederlandse kampioenschappen bij de senioren all-in, en tussen mijn 19e en 23e heb ik een paar Limburgse records gehaald. De doelen werden door de jaren steeds een stapje hoger, maar een Limburgs record wilde ik altijd heel graag. Dat haalde ik voor het eerst op de 100 meter rugslag, maar toen ik dat had gehaald wilde ik ook wel graag de 200 meter en 50 meter records halen, en toen ik al die records haalde wilde ik ook wel een record voor de wisselslag halen. Een ander doel was dat ik graag in de A-finales van de Nederlandse kampioenschappen wilde zwemmen, dus dat zijn de beste acht, en dan niet omdat er maar acht mensen meedoen. Toen ik dat haalde wilde ik ook wel een keer winnen. Eigenlijk heb ik geen doelen meer die ik niet gehaald heb. Ik ga nog wel lang door met zwemmen, maar dan drie keer in de week trainen. Ik kan nu niet meer mee met de jeugd van 18. De tijden die ik vroeger zwom haal ik nu niet meer."

"Bij zwemmen is het eigenlijk verkeerd om winnen of medailles als doel te hebben, want het gaat erom hoe snel je zelf zwemt. Natuurlijk is het wel dat de allersnelste uiteindelijk Olympisch kampioen wordt en het wereldrecord heeft, wat het hoogst haalbare is. Maar als je doel is dat je wilt winnen, dan is dat geen goed doel, omdat je afhankelijk bent van wat anderen doen. Een van de medailles die ik twee jaar geleden haalde was een bronzen medaille, terwijl ik toen twee seconden langzamer zwom dan mijn persoonlijke record. De keer dat ik dat record haalde werd ik vijfde."

"In mijn pubertijd was ik volgens mij echt een irritante puber, en ik vond het niet altijd erg leuk om te zwemmen. Als ik terug kon in de tijd had ik er toen misschien meer voor gedaan. Ik merkte toen ik weer ging studeren en weer wat serieuzer ging zwemmen, dat ik heel snel veel beter werd. Dus misschien als ik het toen serieuzer nam dan was ik nu misschien iets beter geweest, maar dat is altijd moeilijk te zeggen achteraf."

"Het belangrijkste als zwemmer vind ik dat je moet geloven in jezelf. Het is ook fijn dat de anderen zich zoveel inzetten om ervoor te zorgen dat wij als zwemmers het goed kunnen doen, maar het moet wel leuk blijven. Ik kan het me wel voorstellen dat mama zegt dat ze vindt dat het tegenwoordig allemaal anders en individualistischer is, maar aan de andere kant, vroeger was alles beter."

Koen van Meijel, 2018

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.