Sluiter

De sluiter bepaald hoe lang er licht bij de CCD of film komt. Hoe langer er belicht wordt hoe groter de kans op bewegingsonscherpte. Is de belichtingstijd heel kort dan kan een beweging als het ware bevroren worden.

Bewegingsscherpte

Deze foto is gemaakt met een korte sluitertijd; kun je de waterdruppels tellen?

Hoe kort de sluitertijd moet zijn is afhankelijk van de snelheid van je object. Een slak beweegt traag, maar een kogel heel snel. De slak kun je met 1/60s van een seconde vast onbewogen op de foto hebben staan. Wil je een kogel echter 'bevriezen' dan moet je een sluitertijd van 1/16.000s gebruiken. Dat zit niet op een gewone camera.

De vrachtwagen is meer bewegen als de auto en persoon aan de rechterkant. Dat komt ook omdat de vrachtwagen dichter bij de camera was.

Bij welke tijd je zelf "uit de hand" kunt fotograferen hangt af van;

  • Hoe stabiel je bent.
  • Hoe je je camera vast houdt.
  • Wat voor lens je gebruikt (Tele lenzen zijn zwaarder en daardoor minder goed stabiel te houden). Er is een soort van indicatie te maken van de minimale sluitertijd. Een 500mm lens heeft als sluitertijd 1/500s terwijl een 50mm lens met ongeveer 1/50s uit de hand te gebruiken is.
  • Of je VR of IS op je lens hebt zitten. (IS en VR zijn beeldstabilisatie methodes. Nikon en Canon hanteren een andere naam).
  • Het aantal pixels op je chip: tegenwoordig zijn er een aantal camera's met meer dan 40 miljoen pixels. Inmiddels blijkt dat je met een 50mm lens en deze camera toch vaak pas op 1/250s bewegingsscherpte hebt. Deze camera's zijn geschikt voor gebruik op statief maar uit de hand fotograferen is erg moeilijk.
Bewegingsonscherpte

Bij een lange sluitertijd krijg je snel bewegingsonscherpte. Dit kan zijn omdat je onderwerp beweegt of jij, als fotograaf.

Foto genomen vanaf statief in donkers studio: licht beweegt, lange sluitertijd

Bij een aantal professionele camera's met veel pixels en zonder low-pass filter heb je zelfs kans dat je bewegingsonscherpte ziet van de opstijgende warmte van de aarde, bij warm weer.

Meetrekfoto

Meetrekfoto's maakt je door met dezelfde snelheid als het bewegende object mee te bewegen met je camera. Sluitertijd van bijvoorbeeld 1/10s.

Het effect is groter naarmate het bewegende object dichter bij je camera is.

Soorten sluiters

Er bestaan 3 soorten sluiters. Bovendien kunnen sluiters van verschillende materialen gemaakt worden.

1. De centraal sluiter

Deze zit in de lens en gaat vanuit het midden open en dicht. Deze zit in hele goedkope camera's maar ook in lenzen van hele dure camera's. De Hasselblad en technische camera hebben beide een centraalsluiter. Bij iedere lens die je koopt koop je ook een sluiter. Alle sluitertijden op de lens kun je gebruiken met flitsen.

Centraalsluiter
2. De spleet of gordijn sluiter

Gaat horizontaal of verticaal open. Kan van stof, rubber of metaal zijn en zit meestal in DSLR en spiegelreflex camera's. De flitssynchronisatietijd is korter als die van een centraalsluiter. Er kan een vertekening van het beeld komen: 'Rolling shutter'. Maar daar heb je sneller last van als je gaat filmen.

Gordijnsluiter
3. De roterende sluiter

Draait rond tijdens het fotograferen. Zit in sommige panorama camera's en wordt gebruikt voor luchtfotografie. Flitsen is geen optie bij deze sluiter.

Camera met hele primitieve vorm van een roterende sluiter.

Extra: lamellensluiter

Als je filmt kan het zijn dat je beeld gaat vervormen door de sluiter. Daarom is er een nieuw soort sluiter bedacht: de lamelsluiter om dit effect van vervorming tegen te gaan.

Lamellensluiter om 'rollingshutter' effecten tegen te gaan bij filmen
Mechanisch en elektronische sluiter

Tegenwoordig is een sluiter niet meer altijd aanwezig in een camera. De tijd dat je fotografeert wordt de chip als het ware 'aangezet'. Dit noemen we een elektronische sluiter. Op het moment dat er wel fysieke sluiter in je camera open en dicht gaat noemen we dat een mechanische sluiter. In het menu van een aantal camera's kun je kiezen voor een mechanische of elektronische sluiter.

Met de elektronische sluiter heb je kans op vervormingen in het beeld. De camera is stiller en je hebt kans dat je flikkeringen van bijv. TL licht ziet.

De gevolgen van korte en lange sluitertijd
Korte sluitertijd, Water lijkt op witte touwen
Lange sluitertijd; water is een grote witte waas geworden
De opdracht

Camera instellingen:

  1. RAW
  2. A (stand bovenop)

1. Maak foto's met een lange en een korte sluitertijd van eenzelfde situatie op eenzelfde plek. Denk aan mensen die voorbij komen in de auto opdracht de fiets of lopend met:

  • Een korte sluitertijd
  • Een lange sluitertijd
  • Een meetrekfoto met mechanische sluiter (MS)
  • Een meetrekfoto met elektronische sluiter (ES)

Lever in aan het einde van de les;

Een verslag opslaan als pdf met ten minste 4 foto's; we moeten kunnen zien wat je gedaan hebt en je moet het erbij schrijven. Sla hem op in je schoolmap in een map LOK. Geef het bestand: leerlingnummer_LOK_01.

Gebruik hiervoor de BOOK functie in Lightroom.

  • PDF in plaats van blurb
  • No cover
  • Resolutie 150
  • Photo: text - exposure
Created By
Hilde Maassen
Appreciate

Credits:

All images ©Hilde Maassen

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.