Loading

InfraTrends 2019 21 november - Westcord Hotel Delft

We hebben allemaal eenzelfde uitdaging: hoe zorgen we ervoor dat onze infrastructuur kan inspelen op de grote veranderingen en trends? Infrastructuren raken steeds meer met elkaar verweven en kunnen niet meer als afzonderlijke systemen worden gepland of beheerd. De realiteit is dat er een sector overstijgend infrastructuursysteem is ontstaan, een system of systems. Wat levert zo’n benadering voor resultaat op? Daarover ging InfraTrends 2019. Kijk hier terug op een geslaagde dag.
Het congres werd in goed banen geleid door dagvoorzitter Carolien Gehrels, Europees Directeur Global Cities Program bij Arcadis en sinds kort voorzitter van de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie. Aernout van der Bend, algemeen directeur van NGinfra, opende het congres met een warm en enthousiast welkom.
Margot Weijnen is wetenschappelijk directeur van NGinfra en een warm bepleiter van een system of systems.

DE HOOGLERAAR PROCES- EN ENERGIENETWERKEN GING DIEPER IN OP DE WAARDE VAN INFRASTRUCTUUR. "DE SAMENLEVING HEEFT NIETS AAN TRANSPORTNETWERKEN ALLEEN. OM TREINEN EN AUTO’S TE LATEN RIJDEN HEB JE ELEKTRICITEIT EN BRANDSTOFFEN NODIG EN VERKEERSREGELING. ONDER DE DIENSTEN DIE INFRASTRUCTUUR LEVERT VOOR DE SAMENLEVING LIGT EEN NETWERK VAN PRODUCTIEKETENS. DE DIENSTVERLENING IS EEN PRESTATIE VAN PUBLIEKE EN PRIVATE PARTIJEN SAMEN IN HET GEÏNTEGREERDE SYSTEEM."

Volgens Weijnen moeten we toewerken naar modellen van de nationale infrastructuur. “In de toekomst raken energie, transport en ICT steeds meer met elkaar vervlochten. We hebben modellen nodig die de samenhang representeren. Met een nationaal infrastructuurmodel kun je samen oefenen voor de toekomst. Tot nu toe zijn we allemaal nog bezig met onze eigen digital twin.” NGinfra is volgens Weijnen in een unieke positie om bottom-up stappen te zetten naar een nationaal infrastructuurmodel. “Maar het zou enorm helpen als er een institutionele probleemeigenaar is die ons er ook op aanspreekt, denk aan een nationale infrastructuurcommissaris of commissie naar het Britse model.”
Kees Moeliker kreeg vervolgens de lachers op zijn hand.

DE DIRECTEUR VAN HET NATUURHISTORISCH MUSEUM IN ROTTERDAM WON IN 2003 DE IG NOBELPRIJS, EEN PARODIE OP DE NOBELPRIJS. “EEN PRIJS VOOR ONWAARSCHIJNLIJK ONDERZOEK WAAR JE EERST OM MOET LACHEN, MAAR JE VERVOLGENS TOCH AAN HET DENKEN ZET.” ZO KON EEN ONDERZOEK NAAR SLIJMZWAMMEN OP EEN PRIJS REKENEN. MOELIKER: “HET ONDERZOEK LIET ZIEN DAT ZE OOK DE MEEST EFFICIËNTE MANIER VAN HET AANLEGGEN VAN EEN SPOORWEGNETWERK KONDEN VERZINNEN. “DAT NETWERK LEEK PRECIES OP HET SPOORWEGENNETWERK VAN TOKYO.”

Tijdens de eerste ronde themasessies gingen de bezoekers naar een van de zes salonsessies naar keuze.

LUNCHPAUZE

Tijdens de lunch was er tijd voor ontspanning...
...maar werd er ook genoeg genetwerkt.

Na de lunch was het woord aan Ronald Paul, bestuurslid van NGinfra: “We zien dat de samenleving grote vragen heeft over de toekomst; vragen die alle infrabeheerders raken. Wij zijn er van overtuigd dat we die vragen alleen het hoofd kunnen bieden als we dat gezamenlijk doen. Vijf jaar geleden zijn wij al begonnen met onze samenwerking. Het cross sectoraal benaderen van vraagstukken op het gebied van digitalisering, energietransitie en urbanisatie vond toen nog niet zo heel veel gehoor. Nu zien we dat het een breed maatschappelijk item is dat bovenaan bestuurlijke agenda’s staat. We worden als infrabeheerders gehoord en dat is terecht!”

Hans Mommaas, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, nam het publiek mee in de toekomst. “Iedereen denkt al snel vanuit de techniek. Maar je moet het omdraaien! Waarom hebben we die systemen eigenlijk? Waarom willen we die bereikbaarheid hebben? Dan zie je ook beter dat alle systemen in elkaar grijpen. Big bang, verweving is een feit! Maar je moet jezelf niet verliezen. Als de complexiteit te groot wordt, dan kun je het niet meer handelen, dan gebeurt er niets. De vraag is hoe we de toekomst hanteerbaar gaan benaderen. Hoe pakken we het hoger-systeem-denken aan zonder jezelf kwijt te raken?”

In de tweede ronde deelsessies was er ruimte voor interactie, samenwerking en concrete resultaten.
De dag werd afgesloten met een kort debat met Aernout van der Bend en Margot Weijnen (NGinfra), Regina Oosting (BZK) en Kersten Nabielek (PBL).

Volgens Weijnen bestaat infrastructuur bij de gratie van de functionaliteit. “Daar moeten we veel meer aan denken bij de toekomstige investeringen, in plaats van te kijken naar de harde infrastructuur. Dat is bij de MIRT misgegaan. Ik zie dat dit nu meer wordt opgepikt en dat is een goede ontwikkeling. Elkaar versterken en dat echt gaan doen.” Wel is het Rijk daar volgens haar echt voor nodig: “Met name op de hoofdinfrasystemen, voor de energievoorziening bijvoorbeeld.”

Oosting sluit daarbij aan: “We moeten veel verder doordenken wat de opgaven voor de huidige systemen betekent en hoe we daar mee omgaan. Het ligt voor de hand, maar het is toch een punt van aandacht. We nemen die ‘andere’ netwerken nog niet voldoende mee.”

Van der Bend sluit af: “Infrabeheerders moeten zich meer laten horen. Dat vraagt ook dat infrabeheerders, beleidsmakers en ‘de samenleving’ naar elkaar luisteren en in dialoog gaan. We staan als samenleving voor belangrijke keuzes. Als infrabeheerders kunnen we de onderbouwing bieden voor verschillende mogelijke oplossingen en in beeld brengen welke infrastructuur nodig is voor de keuzes die we maken. Niet achteraf de infra aanpassen, maar al veel eerder ook infrastructuur meenemen in de besluitvorming.”

We zien u graag terug bij de volgende Infratrends!

Credits:

Aldo Allessie