Kan het wat zachter? het geluidsniveau bij concerten onderzocht

Door: Stella Vrijmoed

Aan mijn sleutelbos bungelt standaard een etuitje met oordopjes. Niet die oordopjes die geluid mijn oor in zenden, nee, van die oordopjes die het geluid juist buiten houden. Je zou maar in de kroeg of bij een optreden belanden die avond en ze niet mee hebben. De muziek staat vaak zo hard, dat die doppen onmisbaar zijn.

Al jaren werk ik achter de bar op muziekfestivals en sinds een paar maanden doe ik dat ook bij poppodium Vera in Groningen. Ik word door dit werk vaak blootgesteld aan harde muziek. Zodra het concert begint gaan de doppen, voor medewerkers gratis te verkrijgen, in de oren en is het bestellingen aannemen in gebarentaal.

Voor bezoekers van Vera zijn deze dopjes vijftig cent, maar er zijn ook oordoppen van betere kwaliteit uit een automaat in de gang te trekken voor een paar euro. Haast iedereen loopt met die gekleurde dingetjes in hun oren. Het levert een kromme situatie op: muziek die zo hard staat dat je hartritme ontregeld raakt en dan al die mensen met doppen in die amper een woord tegen elkaar kunnen zeggen.

Jaarlijks komen er in Nederland naar schatting 21.500 jongeren bij met gehoorschade door harde muziek. Dit probleem komt niet alleen in Nederland voor. In de VS heeft 20 procent van de jongeren gehoorverlies, en in Vlaanderen loopt een zelfde percentage jongeren rond met een permanente piep in hun oren.

Zo’n piep heet tinnitus. Bij sommige mensen uit het zich als een ruis of een fluittoon. Tinnitus kan zorgen dat mensen zich terugtrekken uit sociale situaties, niet meer naar school of werk gaan of depressief raken. Een enkeling pleegt zelfs zelfmoord vanwege de ondraaglijke tinnitus. De zorgkosten van gehoorverlies worden door de World Health Organization (WHO) wereldwijd geschat op zo'n 67 tot 107 miljard dollar per jaar. Daar komen de kosten door verlies van arbeidsproductiviteit nog eens bovenop.

Gehoorschade door te harde muziek is inmiddels door de Nederlandse overheid en muziekbranche erkend als een groot maatschappelijk probleem. Poppodia en muziekfestivals hebben afspraken met elkaar gemaakt om het volume op een veilig niveau te houden, mits er gehoorbescherming gedragen wordt.

Toch verlaat een derde van de festivalbezoekers nog steeds wel eens voortijdig een festival vanwege te harde muziek. Ook mijn ervaring is dat ondanks deze afspraak, het volume tijdens festivals en concerten nog steeds de pan uit rijst. Kan het niet gewoon wat zachter?

Voor altijd een piep

Tim Valkenhoff (27) uit Amsterdam weet maar al te goed hoeveel schade geluid kan aanrichten. Twee jaar geleden ging hij naar een festival in een bungalowpark, waar de feestjes in het zwembad werden gegeven. “Ik heb drie dagen lang lopen knallen in zo'n enorme glazen bol waar de muziek keihard stond.”

Toen hij thuis kwam van het festival, had hij een piep in zijn oren en moeite met zijn evenwicht. Hij schrok. “Ik dacht, shit, straks heb ik dit voor de rest van mijn leven. Sommige mensen hebben dit toch zo erg dat ze voor de trein springen?”

De piep is bij Valkenhoff nooit weggegaan. De kleine trilhaartjes in zijn binnenoor die de geluidssignalen doorgeven aan zijn hersenen, zijn beschadigd. Daardoor is zijn gehoor verstoord en hoort hij een geluid dat er eigenlijk niet is.

In het begin had Valkenhoff veel moeite met zijn tinnitus en kon hij slecht slapen. Gewoon op straat, waar er geluid is, valt de piep niet op. Maar in stille ruimtes hoort hij het des te beter. “Als ik erop let, hoor ik hem. Het is een hele hoge irritante piep.”

“Ik zeg ook altijd tegen mensen, doe je dopjes in, echt waar”

Valkenhoff hoort niet slechter, maar is wel gevoeliger geworden voor geluid. Toen hij voor zijn werk als cameraman eens gillende Bieberfans moest filmen, had hij een week pijn aan zijn oren. Na verloop van tijd heeft hij geleerd met de piep om te gaan en geaccepteerd dat deze nooit meer weggaat. Maar zijn oordoppen heeft hij nu altijd mee. En hij waarschuwt andere mensen: “Doe je dopjes in, echt waar.”

Het convenant

In 2014 maakte staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) afspraken met de muziekbranche. Alle muzieklocaties die aangesloten zijn bij de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) en de Vereniging van Evenementen Makers (VVEM) doen mee aan dit convenant.

Overeengekomen is dat de muziek niet harder mag klinken dan 103 decibel (dB) gemiddeld gemeten over een kwartier. De geluidsmetingen worden gerapporteerd aan de VVEM en de VNPF. Muzieklocaties moeten bovendien laagdrempelig gehoorbescherming aanbieden en bezoekers informeren over het belang van het gebruik.

Bron: Nationale Hoorstichting

De Nationale Hoorstichting is tevreden met het convenant. De norm van 103 dB is gebaseerd op de expertise van audiologen. Het is het maximale niveau waarbij je met goede gehoorbescherming in ieder geval geen gehoorschade oploopt. “Gaat het harder, dan ben je zelfs met gehoorbescherming niet veilig,” zegt een woordvoerder van de Hoorstichting. “Het is een compromis: mensen willen graag de muziek hard om lekker te kunnen dansen, en op deze manier kunnen ze dat veilig doen.”

Desalniettemin is 103 dB nog steeds keihard. Concertbezoekers kunnen elkaar bij zo'n volume niet verstaan en ze kunnen er blijkbaar ook niet onbeschermd in rondlopen. “Bij 86 dB zou je twee uur oordopvrij kunnen verblijven zonder gehoorschade op te lopen,” vertelt de woordvoerder van de Hoorstichting. Waarom ligt de grens dan niet daar, of ergens in het midden? Er zit toch nog wat tussen 86 en 103 dB?

Volgens de woordvoerder is een lagere grens niet te realiseren. “Tot zulke afspraken kun je niet komen met de muziekbranche. Dan komt er waarschijnlijk helemaal niemand meer naar een concert,” zegt ze. Wat de Hoorstichting wel graag ziet, is dat de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) zich aansluit bij het convenant. Tot nu toe gelden de afspraken namelijk nog niet in clubs, kroegen en discotheken.

Geen wet

Ik ben niet de enige binnen Vera die het hoge geluidsniveau opmerkt. Als mijn collega Sjoerd Otter (33) naar een concert in Vera gaat voor zijn eigen plezier, wordt dat plezier vaak bedorven door de harde muziek. “Soms zie ik mijn bierglas gewoon centimeter voor centimeter weg trillen,” zegt hij. “Dat kan toch niet normaal zijn?” Wanneer hij in de garderobe werkt, ziet hij bovendien dat mensen soms hun jas eerder komen ophalen omdat het geluid te hard staat.

“Soms zie ik mijn bierglas gewoon centimeter voor centimeter weg trillen”

Het convenant vindt Otter, die jurist is van beroep, te vrijblijvend. “Het is geen wetgeving, en er staan ook geen strafbepalingen in. Naar mijn mening is zelfregulering een manier voor het bedrijfsleven om onder strenge en/of duidelijke regels uit te komen.”

Maar het ministerie van VWS werkt niet aan een wet. Leanne Gartz, woordvoerder van staatssecretaris Van Rijn van VWS, vindt het juist goed dat zulke afspraken onderling worden gemaakt. “Dat is altijd sterker dan als je dat van bovenaf doet,” zegt Gartz. Het ministerie is volgens haar vooral hard bezig met het toevoegen van partijen aan het convenant en het avanceren van de meetsystemen.

Geen wet dus, maar het is de vraag of de muzieklocaties zich aan de restricties houden die ze zichzelf hebben opgelegd. Kees Lamers, beleidsmedewerker van de VNPF, zegt dat de gegevens die de VNPF aangeleverd krijgt, er niet op wijzen dat de muzieklocaties zich niet aan hun afspraak houden. Ook vanuit Vera geeft Sigo Koning, hoofd vrijwilligerswerk, zaalverhuur en horeca, aan dat Vera nooit enig bericht van de VNPF of de VVEM heeft ontvangen over het overschrijden van de geluidslimiet.

Het technische aspect

Het kan dus blijkbaar echt niet zachter. Maar er zit nog een ander aspect aan dit geluidsverhaal. Niet alleen het hoge totaalvolume tijdens concerten valt mij op, maar ook de volumeverhoudingen van de instrumenten lijken vaak niet te kloppen. De snare drum klinkt meestal zo doordringend dat het lijkt alsof de drummer op mijn trommelvlies staat te slaan. De zang valt hier dan vaak tegen weg. Misschien zorgt zo’n afstelling voor mijn ervaring van een te hard geluid?

Het is vijf uur 's middags en de soundcheck voor de avondact in Vera zou moeten beginnen. De band, Attila the Stockbroker, is nog nergens te bekennen. Edwin Heath, hoofd technische dienst in Vera en ooit tourmanager van Nirvana, draait alvast aan een paar knopjes op het enorme mengpaneel. De hoeveelheid knoppen en schuiven op dat paneel illustreert de complexiteit van het werk van een geluidsman.

Ook Heath erkent dat mensen graag de muziek hard willen hebben voor de beleving. “Maar je wil ook je oren beschermen. Dat bijt,” geeft hij toe. Hij legt uit hoe het geluid dat de band maakt, vaak al wordt versterkt op het podium. Hierdoor kan in een kleine zaal al enorm veel geluid van het podium zelf komen.

“Het begint bij de band,” zegt Heaths collega Koos Borg die erbij is komen staan. Een onversterkt drumstel klinkt in zo’n kleine zaal als Vera al keihard. Het wordt dan moeilijker voor een geluidsman om een goede mix te maken die uiteindelijk via de boxen in de zaal óver het podiumgeluid heen kan komen.

Een veel gemaakte fout door geluidstechnici is volgens Borg het omhoog mixen. Horen we de gitaar niet goed? Dan zetten we ‘m toch een stukje harder. En horen we dan de zang niet meer, dan krikken we die ook wat op. Terwijl je aanvankelijk beter de rest wat zachter had kunnen zetten.

Daarnaast maakt de akoestiek van de zaal uit. In een zaal met veel terugkaatsing is het lastiger om het geluid goed te krijgen. En wat te denken van pratend publiek? Moet een geluidsman daar overheen? Bovendien, hoe meer lichamen in de zaal, hoe meer demping. De muziek moet dan niet alleen harder om boven het gepraat uit te komen, maar ook om boven de demping te kunnen klinken.

“Dit is punk rock, het publiek wil het hard”

Attila the Stockbroker is eindelijk gearriveerd in Vera. Tijdens de soundcheck tikt geluidsman David Squires met een schuifje net drie decibelletjes erbij. Als er geen restricties zijn, zet hij het lekker hard, zegt hij. “Er komen vaker mensen naar me toe die zeggen 'zet die gitaar eens wat harder!' dan die klagen dat het volume naar beneden moet. Dit is punk rock, het publiek wil het hard.”

De soort muziek draagt dus ook bij aan de bepaling van het geluidsniveau. De muziek die Simon Green maakt onder zijn artiestennaam Bonobo, wordt beschreven als chillwave, en downtempo elektronische muziek. Tijdens zijn optreden in De Oosterpoort in Groningen, hield zijn geluidsman David Liles het gemiddelde volume tussen de 95 en 100 dB. Het klopt dus dat dit concert zonder oordoppen vol was te houden, maar dit bracht met zich mee dat het gepraat van het publiek hoorbaar was.

Liles bevestigt mijn vermoeden dat een slechte afstelling van het geluid kan leiden tot een ervaring van 'te hard'. “Met een goede mix kun je best hoge volumes bereiken, zonder dat het pijn doet aan je oren,” zegt hij.

Zwakke schakel

De oordopjesautomaat in de gang van Vera is van Thunderplugs. Quinten Huigen (28) is oprichter van dit bedrijf en zelf muzikant. Bovendien is hij ervaringsdeskundige: hij heeft sinds zijn dertiende tinnitus in zijn rechteroor.

Volgens Huigen zijn er drie partijen verantwoordelijk voor een goede beleving van het optreden: de band, de geluidsman en het publiek. Daarnaast spelen de kwaliteit van de geluidsapparatuur en de akoestiek van de zaal uiteraard een rol. “Elk van die dingen kan een zwakke schakel zijn,” zegt Huigen.

“Je kunt heel goed een zacht optreden geven, als iedereen gewoon zijn bek houdt”

Volgens Huigen hoeft een optreden echt niet altijd hard te zijn. Onlangs woonde hij nog een concert bij in de Melkweg in Amsterdam waar alle factoren meezaten: de band speelde goed, het geluid was goed afgesteld en het publiek was stil. “Je kunt heel goed een zacht optreden geven, als iedereen gewoon zijn bek houdt.”

Huigen spreekt vanuit het perspectief van muzikant, tinnitusslachtoffer én oordoppenhandelaar. Maar ook hij komt tot de conclusie dat mensen blijkbaar toch liever dat hoge volume willen.

Dromen

Het optreden van Attila the Stockbroker is voorbij. De mannen drinken nog een biertje in de kelderbar van Vera. Ze vinden mijn onderzoek erg interessant. De gitarist kijkt me meelevend aan. Samen met de geluidsman probeert hij een antwoord te vinden op mijn vraag of het niet zachter kan. Een vraag die zij eigenlijk hebben omgedraaid. Waarom vindt dit meisje de muziek zo hard, vragen ze zich af.

Maar ik vind de muziek niet hard. Het ís hard. En ik ben niet alleen, anders zouden er geen mensen vroegtijdig concerten en festivals verlaten. Het feit dat de geluidslimiet een gemiddelde van 103 dB is, betekent bovendien dat er dus ook gepiekt kan worden naar 110 dB.

Dat etuitje met oordopjes blijft voorlopig dus aan mijn sleutelbos hangen. Misschien schaf ik zelfs duurdere aan met een nog beter filter. Maar ondertussen blijf ik dromen van concerten waar ik geen oordoppen in hoef en waar ik kan doen waarvoor ik gekomen ben: genieten van muziek.

Coverfoto door: eVo photo

Credits:

Created with images by yourbestdigs - "A ton of ear plugs on a white table" • Pexels - "deejay dj mixer" • greenplastic875 - "Bonobo"

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.