Loading

Een leven na mantelzorg Drie ex-mantelzorgers aan het woord over de impact van mantelzorgen op hun leven. wat gebeurt er met iemand als het mantelzorgen stopt?

Dorothee Gassen (70) was mantelzorger voor haar man

Foto: Bregje Bouma

“Het ging allemaal zo snel, van het ene op het andere moment lag mijn gezonde man op de intensive care. Hij had een hartritmestoornis en werd 24/7 afhankelijk van zuurstof. Wij waren beide met pensioen en hebben geen kinderen. Vanaf het begin hebben wij de thuiszorg ingeschakeld, omdat wij wel graag man en vrouw wilden blijven in plaats van verzorgde en patiënt. Het huis werd omgebouwd tot een soort zorgwoning, er stond een groot apparaat waar slangen van 20 meter door het hele huis heen gingen.

In het begin ging het nog allemaal wel, maar langzamerhand verdween mijn man zoals ik hem kende. Hij werd wat meer knorrig, boos en dat zorgde soms voor irritaties. Je bent ook steeds meer aan het inleveren van je eigen leven. Eerst ging ik nog wel is een avondje weg, maar dat wordt steeds minder. Ik had weinig energie over. Gelukkig kan je bellen, je hoeft de deur niet meer uit. Tijdens momenten voor mezelf las ik een boek, maar ondertussen bleef ik alert of zijn ademhaling wel goed was. Ik kan me nog steeds niet helemaal goed concentreren merk ik, alsof je continu op meerdere dingen blijft focussen.

Ik had wel is van die momenten dat ik dacht: blijft dit nou zo doorgaan, hoe lang duurt dit nog? Was het maar voorbij voor hem, maar ook voor mij. Ik ben daar open in, maar ik merk dat op zulke gedachtes wel een taboe heerst. Dat je uit liefde voor de dierbare niet zo mag denken, maar het wordt onderschat hoe zwaar het is. Je doet alles voor iemand en gaat jezelf daarin voorbij. Het is een mantelzorgval. Als je er eenmaal inzit kom je er gewoon niet meer zomaar uit, maar achteraf had ik het zo weer gedaan.

"Was het maar voorbij voor hem, maar ook voor mij."

Door de overbelasting wordt je warrig en ga je soms wat gekke dingen doen. Zo wilde ik iets strijken, maar kon ik mijn strijkijzer niet vinden. Op de plek waar altijd mijn strijkijzer lag, lag de bloemkool en het strijkijzer lag tussen de groentes in de koelkast. Het zijn van die momenten dat je er blijkbaar even niet bij bent met je hoofd. Ik heb mezelf emotioneel afgesloten, praten over de ziekte deden wij niet. Dat was te pijnlijk.

Na het overlijden van mijn man wilde ik van alles tegelijkertijd doen, ik wilde alle jaren van het mantelzorgen inhalen. Het was geen slimme keuze, om te gaan rennen. In het begin geniet je daarvan. Ik liep op een bepaald moment wel tegen een burn-out aan. Ik keek terug met de gedachte van wat ben je nou eigenlijk aan het doen. Van het ene extreme viel ik in het andere extreme. Ik was mijn oude ik kwijt geraakt en dacht als ik nu niet stop, dan sla ik door. Dat was mijn turning point.

Jolanda zuydgeest (57) was mantelzorger voor haar moeder

Foto: Bregje Bouma

“Ik kom uit een groot gezin van 9 kinderen: 5 jongens en 4 meiden. Mijn vader is al dertig jaar geleden overleden en een van zijn laatste zinnen was: Ik heb een gouden gezin. Dat gouden gezin daar is weinig van over.

De wachtlijsten, indicaties en het papierwerk voor mijn moeder zorgde alleen maar voor onduidelijkheid. De huisarts zei tegen ons: jullie zijn met genoeg, dus jullie redden het zelf wel. Voor ons begon het toen met een soort van zorgrooster, omdat mijn moeder vaak zelmoordpogingen deed had ze veel toezicht nodig ook in de nachten. Mijn broers gaven al vrij snel aan hiervan af te haken. Dus wisselden we met het kleine groepje zussen de nachten af, dit was voor mij een ontzettend slopende periode.

De blijvende spanningen tussen mijn broers en zussen, mijn moeder speelde de hele dag door mijn hoofd, ik sta voor de klas en ik had thuis nog mijn eigen gezin. Ieder vrij moment dat ik had ging aan het zorgen op. Vaak zat ik huilend in de auto naar huis. Ik wist ook niet goed wat het mantelzorgen betekende. Het klinkt mooi en zacht, maar het is zo heftig. Je hebt geen idee wanneer je er opeens in zit.

"Dat gouden gezin daar is weinig van over."

Het mantelzorgen is voornamelijk door de zussen opgepakt, de relatie tussen ons en mijn broers werd niet beter. Er zijn verschillende momenten geweest dat we met elkaar hebben geprobeerd om de tafel te zitten, maar iedereen had een andere mening over hoe de zorg moest worden ingevuld. Uiteindelijk liepen we wel samen achter de kist, maar daarna vervolgden we elk onze eigen weg. Er is nooit goede begeleiding voor ons geweest. We werden in het diepe gegooid, zijn gaan zwemmen en kwamen niet meer samen op de kant.

Ik word iedere dag nog geconfronteerd met wat het mantelzorgen bij ons heeft aangericht, met mijn broers heb ik nog steeds geen contact. Het is zelfs zo erg dat mijn oudste broer, die vlak tegenover mij woonde, laatst overleden is zonder dat ik er ook maar iets van wist.

Mantelzorg maakt meer stuk dan je liefhebt, daar zijn wij het levende bewijs van. Na het mantelzorgen kwam een stukje rust en ging ik veel malen over hoe het is gegaan. Hoe wij het hebben aangepakt verdient zeker geen schoonheidsprijs, maar er is niemand geweest die zei dat we het anders moesten doen. Mijn moeder zei altijd je mag boos zijn, maar niet boos blijven. Dat houd ik in m’n achterhoofd, maar ik vind het wel heel moeilijk. Wij kunnen niet zomaar meer bij elkaar op de stoep staan, daarvoor is te veel gebeurd.”

Marianne Boesveld (60) was mantelzorger voor haar man

Foto: Bregje Bouma

"Van een nog gezellige kerst naar een zieke man in het nieuwe jaar. Hij was nog niet klaar en wilde nog behandeltrajecten in, maar dat was in ieder geval duidelijk. Tijdens de behandeltrajecten verbleef hij 6 tot 8 weken in het ziekenhuis, de zorg was ontzettend intensief als hij dan thuis kwam.

Ik ben tandartsassistente 4 dagen per week, vlak naast huis. Daarnaast deed ik de hele zorg, als er geen verpleegkundige was. Je wordt een beetje een robot, alles gaat met een schema. Eerst voor hem zorgen, dan naar m’n werk, in m’n koffiepauze en tijdens de lunch belde ik hem of ik ging naar huis. Dan weer terug naar werk. Ik was eigenlijk de hele dag wel aan het werk. Het was een knop van overleven, je kunt heel veel op zo’n moment. Ik zag er wel slecht uit aan het eind, viel veel af en was echt op aan het raken.

In de meest intensieve periode had ik geen tijd over voor mezelf en voelde me daardoor best geïsoleerd. Je wereld wordt heel klein, het is steeds hetzelfde patroon. Ik heb mijn zoons zoveel mogelijk van de zorg ontlast. Ik vond ze te jong, ik wilde dat niet voor ze. Ik heb me naar hen toe ook wel is beter voorgedaan dan dat ik me voelde, om vragen te ontwijken en ze natuurlijk niet bezorgd te maken. Mijn man en ik hebben wel veel naar elkaar uitgesproken, onze relatie bleef heel goed.

“Na zijn overlijden heb ik eerst 3 weken lang geslapen.”

Na zijn overlijden heb ik eerst 3 weken lang geslapen, want ik was gewoon helemaal op. Ik was de hele dag beetje aan het hangen, had bijna geen contact met mensen en ging de deur niet uit. In het begin kon ik nog niet zo goed omgaan met de tijd en ruimte die er over was op zo’n dag, dan liep ik te ijsberen door het huis heen. Continu had ik het idee dat ik dat ik iets moest doen, maar ik wist niet wat.

Ik zat in de ziektewet en kon echt nog niet werken. Tijdens het gesprek met een bedrijfsarts, werd ik niet begrepen. Mijn man was ziek geweest en niet ik, met mij was er niks aan de hand. Hij vond mij onrechtmatig in de ziektewet zitten, ik werd daar heel boos om en heb gevraagd of ik met iemand anders in gesprek mocht. Ik ging langzaam af en toe een uurtje dan weer aan het werk en stapte uit een schaduw.

Onbewust ben ik wat banger geworden om nog zo’n situatie mee te maken, dat ik bij mezelf denk van als ik zoiets aan ga met iemand kan ik dat dan nog. Ik wil ook niet dat mijn kinderen zulke intensieve zorg voor mij gaan dragen, omdat ik weet hoe zwaar dat is. Dat wil ik ze niet aan doen."

Created By
Bregje Bouma
Appreciate