Loading

Ptolemaeus vs. Copernicus De langzame opmars van het heliocentrisme

Eeuwenlang domineerde het geocentrische of Ptolemeïsche wereldbeeld de manier waarop mensen in heel wat verschillende culturen naar de hemel keken. Het komen en gaan van dag en nacht en de beweging van de zon, maan en sterren kon alleen logisch worden verklaard door de aarde als het middelpunt van het heelal te beschouwen. Ook in West-Europa werd dit idee sinds de tweede eeuw nauwelijks ter discussie gesteld.

In 1543 publiceerde Copernicus vlak voor zijn dood het werk De revolutionibus orbium coelestium, waarin hij voorstelde dat het niet de zon is die om de aarde draait, maar de aarde die om de zon cirkelt. Hoewel dit nieuwe wereldbeeld nu als revolutie in het denken wordt bestempeld, werd het niet meteen door iedereen aanvaard als paradigmaverschuiving.

Tijdens de zestiende en zeventiende eeuw kreeg Copernicus’ gedachtegoed slechts heel beperkt erkenning, mede door de afwijzende houding van theologen en filosofen. De Katholieke kerk wees de heliocentrische hypothese af en plaatste Copernicus’ boek in 1616 op de Index van verboden boeken. Heel wat astronomen en astrologen bleven trouw aan het geocentrische wereldbeeld.

Een van hen was de Leuvense professor Cornelius Valerius. In De Sphaera, voor het eerst uitgegeven in 1561, gaf hij het heelal schematisch weer. De aarde als middelpunt wordt hierin omsloten door concentrische sferen, waarin de maan (luna), Mercurius, Venus, de zon (sol), Mars, Jupiter en Saturnus rond de aarde cirkelen. Van Uranus, Neptunus of Pluto was in die tijd nog geen sprake. De donkere kring of de achtste sfeer is het firmament, waarop de sterren vast gemonteerd staan.

Daarrond bevindt zich het coelum aqueum of coelum crystallinum, een kristallen sfeer die uit een heldere, hemelse, waterige lichtheid en transparantie bestaat. De tiende omringende sfeer is het primum mobile, de buitenste bewegende sfeer. Dit alles wordt omsloten door het bijzondere coelum empyreum, de Goddelijke hemel. Cornelius Valerius draagt zo duidelijk een geocentrische wereldvisie uit.

Zijn leeftijdsgenoot en Leuvense collega Gemma Frisius was daarentegen meteen een fervente aanhanger van het Copernicaanse gedachtengoed. Frisius had Copernicus’ baanbrekende werk al heel vroeg in handen gekregen. Zijn brieven en zijn annotaties in het werk getuigen duidelijk van zijn bewondering voor Copernicus.

Zo noemde Frisius Copernicus al in 1555 een vir ingeniosissimus et solertissimus (‘een zeer ingenieuze en ijverige man’) in zijn inleidende brief op de Ephemerides van zijn voormalige leerling Johannes Stadius. Het heliocentrisme omschreef hij zelfs als superieure astronomie.

De theorieën van Copernicus leken misschien op het eerste gezicht minder plausibel dan het Ptolemeïsche wereldbeeld, zo gaf Frisius toe. Maar de wetenschappelijke methode van Copernicus, gebaseerd op nauwgezette observatie en het bewijzen van zijn hypothesen, slaagde er tenminste in om de hemelse fenomenen overtuigend te verklaren.

Ook verschillende andere wiskundigen uit de vroege zeventiende eeuw toonden zich aanhanger van de nieuwe visie en methoden van De revolutionibus orbium coelestium. Zo verdedigde Simon Stevin in zijn Wisconstige Gedachtenissen (1605-1608) de dagelijkse en jaarlijkse bewegingen van de aarde.

Dankzij verder baanbrekend onderzoek van onder meer Galileo Galilei, Johannes Kepler en Isaac Newton werd het heliocentrische wereldbeeld uiteindelijk de norm. Toch bleef het boek De revolutionibus orbium coelestium tot 1835 officieel verboden door de Katholieke Kerk.

getoonde afbeeldingen
  1. Gemma Frisius, Cosmographia Petri Apiani (Keulen, 1574) - KU Leuven Bibliotheken Bijzondere Collecties (CaaA245)
  2. Nicolaus Copernicus, De revolutionibus orbium coelestium (Bazel, 1566) - Jagiellonische Bibliotheek (bron: Wikimedia)
  3. Cornelius Valerius, De Sphaera (Antwerpen, 1573) - Museum Plantin-Moretus (8 690)
  4. Johannes Stadius, Ephemerides Ioannis Stadii (Keulen, 1581) - KU Leuven Bibliotheken Bijzondere Collecties (CaaA2004)
  5. Simon Stevin, Wisconstige Gedachtenissen (Leiden, 1605-1608) - Universiteitsbibliotheek Gent (BIB.ACC.056517)
Created By
Flandrica.be Erfgoedbibliotheken online
Appreciate

Credits:

Een initiatief van de Vlaamse Erfgoedbibliotheken in samenwerking met de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen), Museum Plantin-Moretus (Antwerpen), de Openbare Bibliotheek Brugge, de Universiteitsbibliotheek Gent en KU Leuven Bibliotheken met steun van de Vlaamse overheid.