Loading

Jelle vermeersch is curator van de expo ‘Droogvis, slijk en Algipan’

Er werd even voor gevreesd, maar gelukkig kan het WK Veldrijden in Oostende dit weekend doorgaan zoals gepland. Helaas moet het spektakel plaatsvinden zonder publiek en zal je de renners van thuis uit moeten aanmoedigen. Wie de komende weken toch nog de sfeer wil gaan opsnuiven, kan terecht in de Venetiaanse Gaanderijen voor de fototentoonstelling ‘Droogvis, slijk en Algipan – Vlaamse meesters van de cross’. UiT in Oostende sprak met (wieler)fotograaf en curator Jelle Vermeersch.

door Gaike Gavart

Wie is Jelle Vermeersch en wat is jouw band met de cross?

Ik startte m’n prille carrière bij de televisie en werkte onder andere voor Canvas. In 2007 ben ik begonnen als fotograaf, eerst als hobby, later voor professionele doeleinden bij Knack, De Morgen en P-magazine. In 2013 heb ik samen met Jonas Heyerick het wielermagazine Bahamontes opgericht. Ik kende Jonas van bij m’n tijd bij P-Magazine waarvoor we vaak samen op pad zijn geweest. Jonas was journalist, ik freelancefotograaf. We deden toen al heel vaak samen wielerinterviews en zo ontstond stilaan het idee om een mooi, kwalitatief wielertijdschrift te maken, een soort van Belgasport op papier. In 2019 stapte ik uit dit succesvolle verhaal om m’n eigen weg in te slaan.

Mijn band met de cross heeft ook een persoonlijke toets. Als kind woonde ik in dezelfde straat als Michel Pollentier, de man die ooit de Giro gewonnen heeft, en Johan Ghyllebert. Hij was een crosser die in de jaren 70 en 80 zijn grote doorbraak kende. Hij was de derde beste Belg na Liboton en Vermeire. Zijn zoon was een vriendje van mijn broer en vandaar kwamen wij daar vaak. Ik herinner me nog goed dat ik de wielertruitjes aan de waslijn zag hangen, ze hun crossbanden buiten aan het afspuiten waren en er prachtige wielerfoto’s in de woonkamer hingen. Als kind vond ik dat heel fascinerend.

We hebben enkele unieke stukken voor de tentoonstelling kunnen strikken zoals de fiets van Bart Wellens en de wereldkampioenentrui van Eric De Vlaminck uit de jaren 70

Waarom is dit een typisch Vlaamse sport en hoe kan je verklaren dat wij zo gek zijn op de cross?

Je zag twee grote concentraties in België. Eerst vooral in West-Vlaanderen en later is dat dan opgeschoven naar de Kempen. Van de jaren 2000 tot nu ligt het hart van de cyclocross voornamelijk in de Kempen. In Wallonië zijn de inwoners vooral gek van de autosport, daar leeft het zo niet. Door de komst van Golazo kwamen er ook meer veldritten in Vlaanderen en evolueerde de sport naar een Vlaamse kermis. De combinatie van absolute topsport en de hele beleving errond zorgt ervoor dat de Vlaming dit zo leuk vindt. Daarnaast is het ook een heel fotogenieke sport. Er is steeds van alles te zien: de renners die zich voorbereiden aan de mobilhome, de supporters die de meest gekke outfits aantrekken, de actie in de sport, het slijk en de spanning.

Het WK veldrijden vindt dit jaar in Oostende plaats. Welk verleden heeft onze stad met deze sport?

In 2017 vond ook het BK veldrijden aan de Wellingtonrenbaan in Oostende plaats. Het was een veelzijdig parcours met een welbekende, indrukwekkende brug en verschillende zware zandstroken. Ook de sfeer die je door de aanwezigheid van de Wellingtonrenbaan had, was magisch. In Oostende had je ook ‘ De Zeemeeuw’, een wielerclub waar heel wat veldrijders bij aangesloten waren. Toen ik voor onderzoek ging grasduinen in het fotoarchief van het koersmuseum in Roeselare vond ik heel wat prachtige foto’s van ‘De Zeemeeuw’.

Wat mogen de bezoekers van de fototentoonstelling ‘Droogvis, slijk en Algipan’ verwachten?

Droogvis en Algipan zijn typische zaken die je vooral op de kleinere crossen zal terugvinden. De stokvis, de gedroogde vis, meestal wijting, wordt er steevast verkocht en maakt de verwijzing naar de zee. Algipan is een zalf die al heel lang bestaat en waarmee renners hun volledige lichaam inwrijven om de spieren warm te houden. Die warmtezalf heeft ook een zeer kenmerkende geur. Als je dan op het veld staat, ruik je een mix van de zalf in combinatie met zweet en hamburgers. Daarnaast is het ook een ode aan een overleden vriend die vaak praatavonden over de koers onder de naam van ‘Droogvis en Algipan’ organiseerde. De nadruk van de expo ligt op indrukwekkende beelden gemaakt door gerenommeerde fotografen als Russ Ellis, Diego Franssens, Kristof Ramon, Klaas Jan van der Weij en ikzelf, Jelle Vermeersch. Ook selecteerde ik de beste foto’s uit de archieven van het Koersmuseum in Roeselare, PresseSports (het archief van de legendarische sportkrant L’Equipe) en Belga.

Ook het vrouwenwielrennen komt ruim aan bod. Je ziet de jarenlange dominantie van Marianne Vos en de huidige revelatie Ceylin del Carmen Alvarado. De kijkcijfers van de vrouwencross gaan ook sterk omhoog omdat in tegenstelling tot het mannenveldrijden de diversiteit in nationaliteiten hier wel aanwezig is.

Wat is het absolute paradepaardje van de expo?

We hebben enkele unieke stukken voor de tentoonstelling kunnen strikken. Zo krijgen de bezoekers onder andere de fiets van Bart Wellens te zien en de wereldkampioenentrui van Eric De Vlaminck uit de jaren 70. Daarnaast zetten we volop in op beleving. We stellen crossfietsen ter beschikking zodat bezoekers zelf op een parcours kunnen rijden. Ze krijgen ook een grootse tent te zien. Het is een soort van kermissfeertent waar mensen van alles zien en horen als ze binnenstappen. Kortom: er is een mix van verhalen, de eeuwige tweestrijd tussen België en Nederland. Naast foto’s en teksten op de muur verwerken we unieke verhalen in de Erfgoedapp en kan je op verschillende plaatsen in de expo video’s bekijken.

Algipan is een zalf waarmee renners hun volledige lichaam inwrijven om de spieren warm te houden. Als je op het veld staat, ruik je een mix van de zalf in combinatie met zweet en hamburgers.

Waarom is deze fototentoonstelling ook zeker de moeite waard voor iemand die weinig of geen voeling heeft met de cyclocross?

Er wordt heel wat geschiedenis over de cross meegegeven waardoor je als leek binnenstapt en als expert weer buitengaat. Wat heel wat mensen bijvoorbeeld niet weten is dat de oorsprong van het veldrijden in begin jaren 1900 in Frankrijk ligt. Pas in de jaren 50 is de sport hier in Vlaanderen doorgebroken door de organisatie van het eerste WK in 1954 in Edelare bij Oudenaarde.

Tot slot, wat betekent Oostende voor jou?

Mijn geboortedorp Keiem is vlak bij Oostende. Mijn vader had vroeger een verzekeringsbureau en werkte halftijds in Keiem en halftijds in Oostende. Als kind ben ik regelmatig meegereisd naar de kust. Als ik dan wat ouder was, gingen we na het werk pinten drinken in café ‘Het Slachthuis’. Oostende was toen iets ruwer dan het nu is en daar heb ik wel goede herinneringen aan.

De expo ‘Droogvis, slijk en Algipan’ is open van woensdag tot zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Op zondag van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 17.00 uur. Om bezoekers op een veilige manier te verwelkomen, wordt gewerkt met tijdsloten.

Marianne Vos, Mathieu van der Poel en Paul Herygers gefotografeerd door Jelle Vermeersch

UiT in Oostende is een publicatie van Stad Oostende (januari 2021)

Meer artikels op www.oostende.be/UiTvanThuis

Created By
Chris Muylle
Appreciate