Loading
Ontwerp en illustraties Aïcha El Beloui / tekst Charlotte De Somviele Moussem-team Mohamed Ikoubaân, Cees Vossen, Kelly De Cock, Patrick De Coster, Nabila Belkacem / Raad van beheer : Lore Baeten, Mostafa Einauan, Keltoum Belorf, Said El Madjoub, Hafida Raoui, Nadia Fadil, Kathleen Weyts

moussem.be – info@moussem.be

Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de VGC & het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, la Région de Bruxelles-Capitale

In 2001 vonden enkele vrienden en cultuurliefhebbers van Marokkaanse en Belgische afkomst elkaar rond een eenvoudig idee: het organiseren van een festival gewijd aan de Marokkaanse cultuur. De Marokkaanse gemeenschap was toen al dertig jaar in België aanwezig, maar werd voornamelijk gerepresenteerd in allerlei statistieken en in een gepolariseerd politiek discours. In het culturele landschap blonk ze uit door afwezigheid. En zo geschiedde. Het eerste Moussem Festival vond plaats in mei 2001. De respons was overweldigend. Het is misschien overdreven maar een bezoeker verwoordde het zo in De Standaard: “De Marokkaanse cultuur promoten ligt in Antwerpen gevoelig, maar hier gebeurt in één weekend meer dan stad en land samen ooit gerealiseerd hebben.’’

Het team vrijwilligers, dat pretentieloos aan de basis lag van dit verhaal, zette door. Er kwam een tweede, een derde … een achtste editie … maar niemand had ooit durven te vermoeden dat Moussem zou uitgroeien tot een organisatie die al twintig jaar lang vele tienduizenden mensen uit verschillende generaties en met diverse culturele achtergronden samenbrengt rond uitzonderlijke kunst. Met de steun van Moussem waren creaties van talrijke boeiende kunstenaars van hier en elders niet alleen in Vlaanderen en in Brussel maar ook in Parijs, Lissabon, Madrid, Stockholm, Belgrado, Londen, Tokio, Seoel, New York, Abu Dhabi, Casablanca, Tunis ... te bewonderen.

Het Moussem-verhaal houdt al zolang stand omdat zoveel mensen erin geloven. Dat zijn in de eerste plaats de talrijke vrijwilligers die aan de wieg stonden van dit avontuur, de vele artiesten die hun vertrouwen in ons gesteld hebben en ons publiek dat nieuwsgierig naar onze producties en evenementen bleef komen. We koesteren de herinnering aan de vele onvergetelijke en warme momenten van ontmoeting, uitwisseling en verwondering.

Onze dank gaat ook uit naar de talrijke partners uit het Vlaamse en internationale culturele veld die ons hebben geholpen om onze dromen te concretiseren, aan de vele leden van de commissies en jury’s die onze dossiers en plannen kritisch gevolgd en beoordeeld hebben en de verschillende overheden die ons hebben gesteund.

Moussem kwam bij de start vooral tegemoet aan de verzuchtingen van de Marokkaanse gemeenschap, maar ontwikkelde zich in de loop van de jaren tot een breed en inclusief artistiek project. In deze twee decennia is ook onze samenleving sterk veranderd. Diversiteit is stilaan de norm aan het worden, maar de grote uitdagingen en idealen van een harmonieuze, creatieve en op vrijheid, gelijkheid en pluralisme gestoelde samenleving blijven actueel. Ons geloof in de kracht van kunst om de gemeenschap van de toekomst mee vorm te geven, blijft onaantastbaar.

In deze publicatie leest u hoe Moussem zichzelf telkens opnieuw heruitvond en van een klein lokaal initiatief kon uitgroeien tot een Nomadisch Kunstencentrum met internationale uitstraling.

Veel leesplezier – Het Moussem-team

Zelforganisatie als emancipatie

In 1966 lanceren de Verenigde Naties een verdrag over de culturele rechten van de mens. Iedereen, zo staat er te lezen, heeft recht op culturele participatie, op de vrijheid om zich artistiek uit te drukken, op de bescherming van zijn of haar cultureel erfgoed en op een samenleving die actief bijdraagt aan culturele diversiteit.(1) In een notendop zou je dat ook de levensmissie van Mohamed Ikoubaân en Moussem kunnen noemen.

Het onstaan en de ontwikkeling van Moussem valt niet los te koppelen van de geschiedenis van de Belgische migratie en de vele evoluties die de (cultuur)politiek, het racismedebat en de kunstensector de voorbije twintig jaar hebben doorgemaakt. Ikoubaân verhuist van Marokko naar België in 1989, op een moment dat culturele diversiteit voor het eerst op de politieke agenda komt te staan na decennia van ontkenningsbeleid. De eerste gastarbeiders kwamen nochtans in 1920 vanuit Oost-Europa naar België, rond de Tweede Wereldoorlog gevolgd door Italiaanse, Spaanse en Griekse werknemers. In de gouden jaren 1960 zet de overheid zelfs speciale campagnes op om Noord-Afrikaanse en Turkse immigranten naar de mijn-, textiel- en spoorwegsector te lokken. Gezinshereniging wordt actief gepromoot om de instroom van nieuwe arbeidskrachten te verzekeren.

In de jaren 1980 groeit langzaam het besef dat deze nieuwe Vlaamse inwoners zich niet zomaar opnieuw zullen laten ontwortelen en dat ze ook rechten en behoeften hebben op het vlak van politieke representatie en religieus-culturele autonomie. Wanneer het integratiebeleid bij de staatshervorming van 1980 overgeheveld wordt naar Vlaanderen, richt men de Hoge Raad voor Migranten op. Met ‘Objectief 1982’ pleiten enkele migrantenorganisaties voor lokaal stemrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen.(2)

Als antwoord op de Antwerpse doorbraak van het extreemrechtse Vlaams Blok in 1988 komt er een Koninklijk Commissariaat voor Migrantenbeleid, de voorloper van het Interfederaal Gelijkekansencentrum Unia. Daarbinnen vaardigt voorzitter Paula D’Hondt (CVP) de eerste beleidsnota Migrantenbeleid (1989) uit om het ‘integratieprobleem’ op te lossen.(3) De xenofobie was echter toen al diep in de Vlaamse klei geworteld. Twee jaar later, op Zwarte Zondag, won het Vlaams Blok ook de federale verkiezingen met de slogan ‘Eigen Volk Eerst’.

Heel wat burgers uit de migratie voelen zich na het succes van het Vlaams Blok ‘geviseerd en politiek misbruikt’(4) en willen via het verenigingsleven opkomen voor gelijke rechten. Ook Ikoubaân is verontwaardigd over de politieke criminaliseringsstrategie ten opzichte van burgers met andere roots. Op vraag van het Vlaams Integratiecentrum voor Migranten geeft hij als jurist veel lezingen bij Marokkaanse vrouwenorganisaties over het hele land en wordt hij zich bewust van de emanciperende kracht van bottom-up-organisaties, tegen de geest van het toen dominante ‘assimileren of vertrekken’-credo in. Wanneer Ikoubaân vervolgens aan de slag gaat bij het Centrum voor Buitenlandse Werknemers wordt de ondersteuning van deze burgerinitiatieven en zelforganisaties een prioriteit. Geïnspireerd door het Vlaamse middenveld strijdt Ikoubaân voor een autonoom verenigingsleven dat zich losscheurt van de moskee, van de paternalistische witte welzijnssector en de invloed van de Marokkaanse overheid, die via de vriendenkringen Les Amicales(5) de greep op haar geïmmigreerde onderdanen probeert te verstevigen.

In 1993 ziet de Federatie van Marokkaanse Verenigingen het levenslicht, met onder andere de eerste Antwerps-Marokkaanse studentenvereniging Talaba. Het uitgangspunt is eenvoudig: minderheden hebben het recht om hun etnisch-culturele identiteit in alle vrijheid te beleven en zich kritisch te verhouden tot hun land van herkomst én hun nieuwe thuisland. De politieke reacties zijn gespleten: sommigen zien historische parallellen met de strijd voor gelijke rechten binnen de Vlaamse en feministische beweging. Anderen verwijten de Marokkaanse en andere gemeenschappen zichzelf te isoleren. Ook vandaag nog wordt het grondrecht op een eigen identiteit, cultuur en taal door sommige politici gelijkgeschakeld met segregatie. In 2019 legden N-VA, Open Vld en CD&V nog een wetsvoorstel op tafel om de subsidies weg te nemen van organisaties die ‘terugplooien op hun etnisch-culturele afkomst’.(6)

Binnen de Federatie zet Ikoubaân in 1996 een aparte werkgroep voor cultuur op. Vier jaar lang organiseert de afdeling allerhande culturele activiteiten met lokale artiesten uit de Marokkaanse diaspora, tot de roep om een structurele werking groter wordt. Samen met de initiatiefnemers van het Festival van de Immigrant, dat tussen 1976-1995 plaatsvond in het Zuiderpershuis, houdt Ikoubaân een nieuwe organisatie boven het doopvont: Moussem vzw.

Een meerderheid van minderheden

Moussem start in 2000 als een breed participatief lokaal cultureel project met even heldere als ambitieuze doelen. Het wil de Marokkaanse cultuur, die op dat moment gereduceerd wordt tot louter oppervlakkige verschijningsvormen, in al haar rijkdom ontsluiten voor zowel ‘nieuwe’ als ‘oude’ Vlamingen. De stereotiepe muntthee en couscous moeten plaatsmaken voor een verhaal dat vertrekt vanuit inhoud, voor een toegankelijk programma van poëzie, film, muziek, beeldende kunst en literatuur, gecreëerd door kunstenaars gelieerd aan Noord-Afrika of het Midden-Oosten. Daarnaast wil Moussem de maatschappelijke participatie van de Marokkaanse gemeenschap via cultuur bevorderen. Door hun veelal zwakke sociaal-economische positie als gevolg van de arbeidsmigratie namen zij zelden deel aan culturele events. Een inhaalbeweging was noodzakelijk. Mohamed Ikoubaân laat deze doelen ook opnemen in de eerste cultuurbeleidsnota voor diversiteit van de stad Antwerpen (2001), die hij mee schrijft.

Net zoals kersvers Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux begin 2000 een beleid ontwikkelt waarin interculturaliteit centraal staat(7), gelooft ook wijlen Antwerps schepen Eric Antonis in cultuur als hefboom om grootstedelijke problematieken te ontmijnen. Als enige Vlaamse stad reserveert Antwerpen een deel van de middelen van het Sociaal Impulsfonds, toegekend via het Decreet voor Volksontwikkeling, voor cultuurprojecten. Het Moussem Festival, dan nog hoofzakelijk aan muziek gewijd, krijgt een tweejarige subsidie en wordt het eerste wapenfeit van de nieuwe Moussem vzw.

De kick-offeditie in het Zuiderpershuis in 2001 is een groot succes, een overrompeling zelfs, met meer dan 2500 toeschouwers, van wie 80% van Marokkaanse origine. In 2002 neemt Moussem ook de organisatie van de Nachten van de Ramadan over van de Federatie. Met een programma vol muziek, stand-upcomedy, debatten en feest willen de organisatoren de sociale, culturele en politieke betekenis van de islamitische vastenperiode benadrukken. Die seculiere insteek vinden we ook terug in de naam ‘moussem’, Arabisch voor een cultureel feest. Natuurlijk is niet iedereen het met die missie eens. Een concert in de Roma wordt verstoord door enkele moslimfundamentalisten.(8) Na de uitdoving van de Nachten van de Ramadan organiseert Moussem tussen 2004 en 2008 elk jaar een lente- en herfstfestival op diverse locaties in de stad.

Moussem is ontstaan in de schoot van de Antwerpse Marokkaanse gemeenschap, maar opent al vanaf het begin haar deuren voor burgers uit andere migratiestromen. Vaak zijn hun eigen gemeenschappen te klein om iets te organiseren. Die solidariteit is meer dan ooit nodig nu het politieke discours ten opzichte van moslims in de nasleep van 9/11 steeds harder en polariserender wordt. Moussem zwengelt vanuit culturele hoek het maatschappelijke debat aan via debatten en lezingen over de geschiedenis van de islam, inspelend op de behoefte van tweedegeneratiejongeren aan Nederlandstalige en kritische informatie over hun geloof. Deze lijn zet Moussem tot vandaag voort met de lezingenreeks ‘islam en kritisch denken’ in samenwerking met de VUB. Moussem wil niet alleen via kunst elke politieke hang naar monoculturaliteit doorbreken, maar de Belgische samenleving ook injecteren met andere denkkaders op het vlak van filosofie, wetenschap en zingeving.

Twee jaar na de oprichting verhuist Moussem van een bureautje bij de Federatie in Borgerhout naar het cultuurcentrum Berchem, waar de organisatie tot 2014 in residentie blijft. Hier leert Ikoubaân programmator Cees Vossen kennen, die vanaf 2013 de organisatie versterkt. Dankzij het ccBe kan Moussem haar werking in Antwerpen en ver daarbuiten uitbouwen. De focus op sociaal-culturele participatie blijft(9), maar de aandacht voor het artistieke neemt toe en breidt ook uit naar theater.

Het aanbod van ccBe en Moussem is de eerste jaren nog sterk gescheiden. Het theater van De Koe en De Roovers bedient vooral een wit publiek; naar een show van cabaretier Najib Amhali of een Arabische Tsjechov-adaptatie door Théâtre El Badaoui komen hoofdzakelijk Marokkaanse toeschouwers kijken, soms van ver buiten Antwerpen. Geleidelijk groeien beide programma’s naar elkaar toe en gebeurt de prospectie in overleg. ccBe is op dat moment hét centrum voor hedendaagse dans en Moussem introduceert opkomende Maghrebijnse choreografen zoals Nacera Belaza, Taoufiq Izeddiou en Bouchra Ouizguen. Het omgebouwde appartement van de conciërge wordt gebruikt als residentieruimte voor internationale kunstenaars. Vooral de concerten en familiedagen brengen verschillende gemeenschappen samen. Ook verenigingen van etnisch-culturele minderheden voelen zich thuis in ccBe, zo blijkt uit een rapport van de stad Antwerpen. Tussen 2003 en 2007 was het gebruik van de infrastructuur door mensen met een cultuurdiverse achtergrond exponentieel toegenomen.

In 2005 start Moussem een langdurige samenwerking met Bozar. De culturele pool in Brussel probeert al geruime tijd zijn publiek te diversifiëren. Moussem droomt ervan grote namen te programmeren waar in Antwerpen onvoldoende markt voor is. Het is een win-winsituatie. Het circuit van de ‘wereldmuziek’ is op dat moment nog sterk gedomineerd door boekingskantoren die vanuit een exotisch perspectief inspelen op de verwachtingen van een wit publiek. Moussem verschuift de focus radicaal naar hedendaagse Arabische muziek, zowel pop als klassiek, die beter aansluit bij de interesses van de diaspora. Het eerste concert van protestzanger Marcel Khalife in de Henry Le Boeufzaal is na twee weken uitverkocht, goed voor een bezetting van maar liefst 95% publiek met roots in de MENA-regio. Onder de noemer Moussem Sounds organiseert Mousem in Bozar sindsdien heel wat avontuurlijke, genre-overstijgende concerten. Ook de Sufi Night is een terugkerend format. Via projecten met het Belgian National Orchestra en l’Orchestre Royal de Chambre de Wallonie probeert Moussem tot slot het concept van klassieke muziek te verruimen.

Het culturele patrimonium, dat zijn wij

In 2006 wordt Moussem voor het eerst erkend als multidisciplinair kunstenfestival onder het Kunstendecreet. Het is een symbolische stap. De stedelijke, participatieve werking blijft een focus, maar de essentie van het grotere verhaal verschuift. Moussem weigert zich nog langer te zien als een organisatie ‘van en voor migranten’ en eist in het kader van volwaardig burgerschap een plek op in het reguliere kunstenveld. Als het cultureel patrimonium de toekomstige geschiedenis van een land bepaalt, hoe kunnen nieuwe Vlamingen daar dan deel van uitmaken? Veel van hun (groot-)ouders hebben bijgedragen aan de economische welvaart van België, nu is het tijd voor de volgende generaties om sporen na te laten in het denken, de beeldvorming en de immateriële cultuur.

Vanuit een diep geloof dat alle samenlevingen even hedendaags zijn, spitst de werking van Moussem zich steeds meer toe op het openbreken van de westerse canon en de ontmanteling van eurocentrische en koloniale denkbeelden. Mohamed Ikoubaân en co. gaan op zoek naar meervoudige verhalen en beelden die representatief zijn voor de diversiteit van de moderne stad. Sleutelmoment is ongetwijfeld de tentoonstelling Zonder Titel in het M HKA in 2007. Samen met kunstenaar Charif Benhelima claimt Moussem het museum als ‘een plek die ook de Marokkaanse en andere gemeenschappen toebehoort’(10). De directie stemt in en Moussem wordt drie maanden lang symbolisch eigenaar van deze Instelling van de Vlaamse Gemeenschap.

Zonder Titel is allesbehalve een klassieke expo, maar een podiumfestival, een beeldende-kunstpresentatie, een ontmoetingsplek en een cultuureducatief experiment tegelijk, helemaal in lijn met Moussems hybride profiel. In het tentoonstellingsluik ligt de focus op kunstenaars(11) die op een eigentijdse manier verwijzen naar Noord-Afrika en (on)bewuste veronderstellingen over Oost en West counteren. Enkele geëngageerde vrijwilligers van de Moussem Club krijgen voorts de kans om met werken uit de collectie een eigen opstelling te maken. Ze hebben geen affiniteit met hedendaagse kunst, maar dompelen zich een jaar lang onder in de depots van het M HKA en stellen een bijzondere expo samen met o.a. stukken van Anish Kapoor, Bruce Nauman en Ria Pacquée.(12) Voor Moussem is het een krachtig signaal: dit erfgoed is ook van ons. En: hedendaagse kunst hoeft niet elitair te zijn. Drie jaar later wordt de collectie uitgenodigd in Rabat. Het is een van de grootste hedendaagse tentoonstellingen in Marokko ooit, nog voor de oprichting van het eerste museum voor moderne en hedendaagse kunst in Rabat.

Zonder Titel laat in het M HKA haar sporen na. Na afloop worden werken van zes deelnemende kunstenaars uit de tentoonstelling aangekocht. Het is de eerste keer dat kunstenaars uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten een plek krijgen in de permanente collectie. Met de Moussem Collection, die van start gaat in 2019, wil Moussem haar invloed op de aankooppolitiek van de Vlaamse musea verduurzamen, zeker nu de debatten over koloniale roofkunst en de eurocentrische kunstmarkt volop woeden. M HKA en Mu.ZEE verbinden zich ertoe in samenwerking met Moussem jaarlijks een solo-expo te produceren van een artiest uit de MENA-regio en nadien in co-eigenaarschap met Moussem een werk aan te kopen.

Een nomadisch huis

Na een tweejarige erkenning als kunstenfestival vervelt Moussem in 2008 tot een nomadisch multidisciplinair kunstencentrum, zonder eigen huis. Het verlangen om in te breken in de hoge cultuurtempels wordt steeds groter en de festivalformule staat die structurele verankering in de weg. Moussem begint ook steeds meer te produceren en in te zetten op eigen creaties en cocreaties, zowel voor jongeren als volwassenen. Het model van het kunstencentrum lijkt daarvoor beter geschikt.

De keuze om zonder eigen infrastructuur te werken is radicaal maar fundamenteel. Moussem wil geen ‘getto’ worden, maar diverse publieken en referentiekaders samenbrengen. Bovendien wil de organisatie een langetermijnimpact forceren bij de reeds bestaande kunsthuizen en hen stimuleren tot inclusie. Mohamed Ikoubaân en co. maken het zich daarmee niet gemakkelijk. Elke keer opnieuw moeten ze als spreekwoordelijke luis in de pels goodwill afdwingen en een gelijkwaardige plek veroveren in een werking die lang niet altijd bereid is tot zelfkritiek. Moussem staat op dat moment al bekend voor haar totaalaanpak: het brengt niet alleen een artistiek netwerk mee, maar denkt ook na over alternatieve communicatiestrategieën, inclusieve publiekswerving en een kritisch discours.

Het internationale verhaal wordt in deze periode steeds belangrijker. Zowel op lokaal als Vlaams niveau wordt het buitenlandse cultuurbeleid vooral afgestemd op diplomatieke en economische belangen. De stad Antwerpen beperkt zich bijvoorbeeld tot acties i.s.m. de zustersteden Shanghai, Kaapstad en Sint-Petersburg en landen waarmee het culturele akkoorden heeft zoals Zuid-Afrika.(13) Moussem pleit voor meer samenwerking met de Turkse en Marokkaanse gemeenschappen die in Antwerpen en Vlaanderen sterk vertegenwoordigd zijn. Op alle vlakken is er nood aan een aangepaste beeldvorming die uitgaat van cultuur als een levende entiteit: niet alleen voor een deel van de ‘autochtone’ bevolking dat nog steeds erg vijandig staat tegenover buren met een ‘vreemde’ achternaam, maar ook voor burgers uit de diaspora zelf. Heel wat eerstegeneratiegenoten blijven uitgaan van een nostalgisch maar verouderd beeld van hun geboorteland en geven die impressies mee aan hun kinderen.

Internationaal werken is voor Moussem altijd een kwestie van tweerichtingsverkeer. De focus ligt uiteraard op België, waar de organisatie kunstenaars met roots in de Arabische regio zoals Younes Baba-Ali, Radouan Mriziga, Rimah Jabr en Taha Adnan vaak jarenlang ondersteunt tot ze een positie in het kunstenlandschap hebben veroverd. Omgekeerd introduceert het ook heel wat nieuwe en onbekende stemmen uit de MENA-regio op de Belgische podia. Zo heeft Moussem een belangrijke rol gespeeld in de doorbraak van onder anderen Bashar Murkus, Youness Atbane en Randa Maroufi. Tot slot zoeken ze ook actief verbinding met lokale structuren, zoals het hedendaagse dansfestival On Marche in Marrakech, Espace Darja in Casablanca en de onafhankelijke cultuurorganisatie Ettijahat in Beiroet.

Tussen 2011 en 2014 exporteert Moussem haar visie buiten de landsgrenzen met het door Creative Europe gefinancierde project moussem.eu, in samenwerking met onder meer Theatergroep De Nieuw Amsterdam, Liverpool Arabic Arts Festival, Casa Arabe, Reorient en het Centre Chorégraphique National de Caen et de Normandie. In de nasleep van de Arabische Lente lijkt de Arabisch-Europese culturele dialoog belangrijker dan ooit. Dit transnationale intiatief focust zowel op de spreiding van Europese artiesten met een Arabische achtergrond als op de aanwezigheid van niet-Europese artiesten op de Europese podia.(14) Artistieke autonomie blijft, zoals steeds bij Moussem, prioritair. Regisseur Sabri Saad El Hamus krijgt de vrijheid om eindelijk iets te doen met zijn liefde voor Griekse tragedies en Beckett. Tijdens de voorbereidingen van Oedipus in Egypte maakt hij live de val van de Egyptische president Mubarak mee op het Tahrirplein in Caïro. Het maakt zijn voorstelling tot een sterk politiek statement.

Moussem.eu kent een grote output: er komen vier internationale coproducties met premières op het Nederlandse Oerolfestival en het Franse Festival d’Avignon. Er is de realisatie van de expo I exist (in some way) van het Britse Bluecoat en de tournee van het Arabisch-Europees Literair Salon van Stockholm tot Córdoba. Ook de theatercreatie Waiting van Mokhallad Rasem kent een uitgebreide tournee met onder andere vertoningen in het Toneelhuis en op het BITEF in Belgrado.

Voortbouwend op de inzichten uit moussem.eu zet Moussem met haar Europese partners en De Buren in 2013 het meertalige colloquium l’Arabe de service / Do your Arab thing op. Nog al te vaak krijgen Arabische schrijvers, beeldend kunstenaars en acteurs alleen maar toegang tot het bolwerk van gezaghebbende artistieke producties als ze hun Arabische ‘troefkaart’ uitspelen, als ze passen in het plaatje van wat een westerling als stereotiep Arabisch beschouwt. Ook omgekeerd wordt artistiek werk pas als volwaardig beschouwd als het een kwaliteitslabel krijgt van een witte curator of wit instituut. Choreografe Nacera Belaza kan ervan meespreken. Bij haar introductie in Vlaanderen in 2007 stuiten haar stukken op weerstand, een aantal jaar later wordt ze opgepikt door het prestigieuze Kunstenfestivaldesarts en Festival van Avignon en behoort ze plots tot de voorhoede van de hedendaagse dans. Hoe kunnen we een dynamischer en opener kunstenlandschap creëren waarin een kunstenaar niet afgerekend wordt op zijn identiteit, maar op zijn artistieke verdiensten, vraagt Mohamed Ikoubaân zich af in de slotlezing van het congres?(15)

Een van de initiatieven die aan die wens tegemoet komt, is Moussem Repertoire. Moussem wil de zelfgenoegzame Vlaamse canon uitbreiden door nieuwe en oude toneelteksten uit het Arabische taalgebied te vertalen. In 2015 komt er in samenwerking met Toneelhuis een focusprogramma rond de Syrische auteur Saadallah Wannous. Zijn iconische tekst Tuqus al-Isharat wa-I-Tahawwulat wordt onder de titel Rituelen, tekenen en veranderingen de eerste Arabische theatertekst die vertaald en uitgegeven is in het Nederlands. In dialoog met een leesgroep van regisseurs, vertalers en dramaturgen(16) zet Moussem vervolgens een speciale reeks op met uitgeverij Bebuquin. Daarbinnen verschijnen onder andere De dictator (Issam Mahfouz), Kop dicht en graven (Hala Moughanie), Ik herinner het mij niet meer (Waël Ali), Geiten (Liwaa Yazji) en Abu Hayyan al Tawhidi (Tayeb Saddiki).

Voor Moussem vormt deze globale canon de ideale insteek om haar missie te vertalen naar het hoger onderwijs. Nog meer dan op de podia blijft de instroom van studenten en docenten van kleur in die instellingen erg beperkt, wat leidt tot eurocentrische curricula die de westerse culturele hegemonie versterken. Hoewel het niet tot haar kerntaak als kunstencentrum behoort, wil Moussem ook aan de basis van de kunstproductie een voet tussen de deur krijgen. Zo zet de organisatie samen met verschillende drama-opleidingen tekstprojecten op rond Arabisch repertoire.

De jonge generatie wordt ook actief aangesproken via jeugdtheaterproducties, een lijn waar Moussem al sinds de familiedagen in ccBe consequent op inzet. De muzikale voorstelling UMM (2015), gebaseerd op het leven van de Egyptische sterzangeres Umm Kulthum, is een ongelooflijk succes en Moussem en De Kolonie MT toeren ermee van Casablanca tot Zweden. Ook Rimah Jabr en Radouan Mriziga zetten met de steun van Moussem hun eerste stappen in het jeugdtheatercircuit. Hun verhalen brengen een ander cultureel erfgoed naar de Vlaamse podia, maar zijn in essentie universeel. Precies dat zorgt voor een breed en divers publiek.

Vanuit de vaststelling dat steden overal ter wereld de motor van vernieuwing zijn, wordt stedelijkheid tot slot een steeds belangrijkere focus in het Moussem-verhaal. Daar past een nieuwe festivalreeks bij: Moussem Cities. Vanaf 2016 richten Moussem en haar Brusselse partners elk jaar hun blik op een metropool uit het Midden-Oosten of Noord-Afrika. Het gaat om steden met een rijke en cultureel gevarieerde geschiedenis, maar vooral om steden die door hun artistieke dynamiek een vitale rol spelen in hedendaagse samenlevingen. Moussem Cities is een platform voor internationale schrijvers, filmregisseurs, beeldend kunstenaars en theatermakers die rond universele thema’s werken en tegelijk een licht werpen op de lokale artistieke context. Theaterstad Tunis mag de spits afbijten, vijf jaar na de Jasmijnrevolutie. Daarna volgen Beiroet, het artistieke centrum van het Midden-Oosten dat voor de burgeroorlog floreerde, havenstad Casablanca, cultureel knooppunt Algiers en Damascus. Die laatste editie vraagt in het licht van de humanitaire crisis om een andere aanpak. Moussem stelt het programma samen in nauw overleg met Syrische curatoren en de Syrische gemeenschap in België, van wie velen ooit als vluchteling naar hier zijn gekomen.

Globale verhalen

Na vijftien boeiende jaren in Antwerpen wordt de lokroep van Brussel te sterk en verkast Moussem, gelijktijdig met het stopzetten van de financiering voor haar lokale werking, in 2014 naar de hoofdstad van Europa. Het zet een nieuw transformatieproces in gang. Vanaf 2020 laat Moussem de geografische focus op de Arabische wereld achter zich en vertrekt het vanuit de superdiverse en grootstedelijke realiteit van Brussel, waar verschillende diaspora’s zich verenigen in een complex, stedelijk weefsel. Meer dan ooit wil Moussem kunstenaars ondersteunen die in hun werk globale verhalen omtrent stedelijkheid, moderniteit, globalisering, identiteit en de canon onderzoeken, los van hun afkomst. Lokaal en internationaal werken schuift in deze context steeds meer over elkaar.

Zo komt Moussem, die in 2017 door de Vlaamse overheid bekroond werd met de Ultima voor podiumkunsten, eindelijk thuis in een stad die de wereld in zich draagt. Met de aankoop van een eigen werk- en residentieplek in Anderlecht kan de organisatie zich steeds meer richten op de ondersteuning van artiesten, zowel projectmatig als op langere termijn. Wat de programmatie en presentatie betreft blijft Moussem wel nomadisch de dialoog opzoeken met cultuurhuizen in Vlaanderen en Brussel, want daar blijft de marge tot verandering groot.

Na twee decennia van trage emancipatie, arbeid in de luwte en onophoudelijk op de deur kloppen lijkt de kunstensector er eindelijk van overtuigd dat ze culturele diversiteit moet omarmen als ze relevant wil blijven voor het publiek en de kunstenaars van morgen. De eenzame aanjagers die in de jaren 1980 en 1990 de canon wilden openbreken maar geen ingang vonden, hebben plaatsgemaakt voor een brede, mondige generatie van kunstenaars, intellectuelen en activisten die haar plek voor en achter de schermen opeist. Zij ambiëren niet langer de erkenning van een wit instituut en richten vaak hun eigen off-spaces op, of komen zelf aan het roer van een culturele instelling. Aangevuurd door de grote maatschappelijke debatten over de koloniale erfenis van het Westen, gelijke rechten voor minderheden en culturele meertaligheid groeit het besef dat meer kleur op het podium niet volstaat, wel het herverdelen van macht. Precies daarom is het Moussem vanaf dag één te doen geweest.

Deze tekst kwam tot stand via gesprekken met Mohamed Ikoubaân en Cees Vossen.

VOETNOTEN

  1. Amnesty International, « Culturele rechten, cultuurrelativisme en mensenrechten.» https://www.amnesty.nl/encyclopedie/culturele-rechten-cultuurrelativisme-en-mensenrechten
  2. Een strijd die ze pas in 2004 zullen winnen.
  3. In zijn boekje Het Belgische Migrantendebat uit 1992 wijst socioloog Jan Blommaert echter op de impliciete racistische bias in het discours van D’Hondt. Ze laat zich kritisch uit over o.a. de erkenning van de islam als officiële religie en benadrukt de onverzoenbaarheid van de islamitische waarden met de verlichte Belgische samenleving. Meer daarover op: https://jmeblommaert.wordpress.com/2015/04/01/het-debat-over-racisme-enkele-voetnoten/
  4. Federatie Marokkaanse Verenigingen, « Over FMV: Geschiedenis. » https://www.marokkaansefederatie.be/over-fmv/geschiedenis/
  5. De Association de Solidarité des Travailleurs et Commerçants Marocains. Zie ook: Kristof Clerix, « Marokkaanse spionage in België », Mo*, 24/11/2015. https://www.mo.be/boek/marokkaanse-spionage-belgi
  6. Jan-Frederik Abbeloos, « Geen subsidies meer voor « segregerende » verenigingen », De Standaard, 22/11/2019. https://www.standaard.be/cnt/dmf20191122 _04730871
  7. En dat in 2006 zal uitmonden in het actieplan Interculturaliseren.
  8. Inge Ghijs, « Conservatieve moslims hinderen concertgangers », De Standaard, 17/12/2006. https://www.standaard.be/cnt/g0g15l2fa
  9. Moussem wordt in 2004 genomineerd voor de cultuurprijs voor sociaal-cultureel vrijwilligerswerk.
  10. Kathleen Weyts, « Moussem Collectie in MuZee en M HKA », Hart, 4/09/2020. https://hart-magazine.be/artikels/moussem-collectie-in-mu-zee-en-m-hka
  11. Deelnemende kunstenaars waren Wafae Ahalouch El Keriasti, Hicham Benohoud, Ali Chraibi, Abdelali Dahrouch, Hassan Darsi, Touhami Ennadre, Safaa Erruas, Khaled Hafez, Amal Kenawy, Younès Rahmoun, Studio Ifriqia.
  12. Lotte De Voeght, « Recontre. Hedendaagse beeldende kunst ontmoet Marokko », rekto:verso, 12/04/2007. https://www.rektoverso.be/artikel/rencontre-hedendaagse-beeldende-kunst-ontmoet-marokko
  13. Nota diversiteit cultuurbeleid (2001). Voor een actueel overzicht van de prioriteiten van de Vlaamse regering, zie: « Lieven Van den Weghe », « (Te) veel Vlaamse meesters. Het internationaal cultuurbeleid van de Vlaamse regering in kaart gebracht », Etcetera 157 (september 2019). https://e-tcetera.be/te-veel-vlaamse-meesters/
  14. Sebastien van den Bogaert, « Moussem lanceert Europese lente met Arabische kunsten », Mo*, 14/09/2011. https://www.mo.be/artikel/moussem-lanceert-europese-lente-met-arabische-kunsten
  15. Publicatie bij het colloquium L’Arabe de service / Do your Arab thing. Raadpleegbaar op de website van Moussem : https://www.moussem.be/files/eu-larabe-de-service-_-do-your-arab-thing-nicolas-pascal-ea_.pdf
  16. Bestaande uit Esther Severi, Thomas Bellinck, Sarah Eisa, Khalid Koujili El Yakoubi, Dounia Mahammed, Lore Baeten en Cees Vossen.