Loading

Een kort maar bewogen leven

Louis Stappers werd op 2 mei 1883 in Hasselt geboren, als oudste zoon van stadssecretaris Emiel Stappers. Hij groeide op in de Demerstraat (nr. 66) en was een uitstekende leerling aan het Hasseltse Koninklijk Atheneum. Aan de Katholieke Universiteit Leuven behaalde hij doctorstitels in de geneeskunde en in de natuurwetenschappen (dierkunde). Professor Gustave Gilson liet zich bij zijn onderzoek van de mariene biologie van de Noordzee geregeld assisteren door Stappers en wellicht introduceerde hij Stappers bij Adrien de Gerlache (1866-1934), de man die als eerste overwinterde op Antarctica (1898). De Gerlache nam de 24-jarige Stappers in 1907 mee voor een expeditie naar de Noordelijke Ijszee. Het schip raakte vast in het ijs van de Karazee, maar Stappers kon veel specimens verzamelen en ervaring opdoen met dieptepeilingen. In het voorjaar van 1911 vertrekt Stappers, in opdracht van het ministerie van Koloniën, naar Congo. Hij onderzoekt de mogelijkheden voor visserij rond het Mweru- en Tanganyikameer. Stappers zal als eerste de diepte van het Tanganyikameer aantonen. In 1913 keert Stappers terug en een jaar later trekt hij als arts naar het front. Hij wordt zelf zwaar ziek en overlijdt in Calais op 30 december 1916.

Dagboek van Stappers’ Congoreis

Dit handgeschreven dagboek van Louis Stappers is al enkele decennia in het bezit van Bibliotheek Hasselt Limburg. Tussen mei 1911 en maart 1913 beschreef Stappers de verschillende etappes van zijn reis. Die stelden BHL in staat om de expeditie chronologisch te reconstrueren. Stappers noteerde ook hoe hij zijn opdracht uitvoerde en hoe de visserij eruitzag aan het Mweru- en Tanganyikameer. Hier en daar somt hij op wat er gevangen wordt, maar specifiekere informatie over de specimens houdt hij bij in andere registers. Zeer interessant zijn de dagboekpassages waarin hij de werking van de lokale Belgische overheid aanklaagt. Ze geven een inkijk in het bestuur van Belgisch Congo op dat moment, maar ook in de persoonlijkheid van Louis Stappers. Het dagboek schetst een beeld van een jonge, gedreven wetenschapper, die het slagen van zijn onderzoek zeer serieus neemt.

Fotoverslagen van Stappers’ Congoreis

Bibliotheek Hasselt Limburg bewaart ook twee bundels met fotoafdrukken van Stappers’ reis: een schrift met 155 foto’s, en 28 kartons met 105 foto’s. De kartons zijn drukvoorbeelden voor het luxueuze verslag van Duc d’Orléans over de expeditie naar de Karazee. Uit briefwisseling en dagboeknotities blijkt dat hij in Afrika, door de warmte, problemen ondervond om de glasnegatieven op een goede manier te ontwikkelen. Over de negatieven van het merk Imperial komt door de warmte een waas te liggen en daarom raadt hij die van het merk Lumière of Eastman aan. Hij schrijft dat hij na thuiskomst in België werk zal maken van een album voor zijn vrienden en er een professionele fotograaf voor zal vragen. In elk geval waren de foto’s in 1914 ontwikkeld, want ze werden gepubliceerd in artikels van Stappers zelf en van Gustave Gilson.

De reis van Louis Stappers

Stappers reist in februari/maart 1911, via Kaapstad met de trein naar Elisabethville. Deze embryonale stad vlak bij de kopermijnen van Union Minière en de Lubumbashirivier, die nog maar een jaar de naam van de toenmalige Belgische koningin draagt, is het startpunt voor zijn reis. In de zomer trekt hij naar Kasenga, voor onderzoek in de Luapularivier. Vervolgens verblijft hij van augustus 1911 tot februari 1912 aan het Mwerumeer, voornamelijk in Lukonzolwa. Daarna verplaatst zijn onderzoek zich naar het Tanganyikameer, met post in Saint-Louis/Kilewa (mei 1912 – februari 1913). Verplaatsingen gebeurden te voet in karavaan of met de boot. Stappers en de tientallen dragers wandelden tussen half acht ’s ochtends en het middaguur. Vervolgens werd het kamp opgezet en probeerde Stappers notities te maken over de omgeving. Hij noteerde ook dagelijks hoe de dorpshoofden hem en de karavaan van voedsel voorzagen. Op 21 februari neemt hij in Albertville/Toa de boot naar Ujiji in Duits Oost-Afrika (vandaag Tanzania) en van daaruit naar Dar-Es-Salaam, Zanzibar, Caïro, Marseille en Parijs, naar België.

De visserij aan het Mweru- en het Tanganyikameer

Stappers’ opdracht om een hydrobiologische studie uit te voeren aan beide meren, paste in een brede interesse om de agrarische, industriële en economische ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied in kaart te brengen. Hij werkte waarschijnlijk niet met een vast team van assistenten, maar kon medewerking vragen van ‘agents’ die voor andere expedities of opdrachten al in Congo verbleven. Hij vermeldt Van Hyfte, Bruynooghe, D’Hondt en De Rycker in zijn dagboek. Zij zorgen voor de wetenschappelijke registers en het inventariseren van de vissen. Maar ook de vele vissers en werklieden die hem door de lokale oversten ter beschikking werden gesteld in elke onderzoekspost, waren onontbeerlijk voor zijn onderzoek. Deze lokale inwoners zorgden voor de boten, herstelden de netten, gingen vissen, verwerkten de vissen, … Op verschillende plaatsen in zijn dagboek noteert Stappers hoeveel hij elke helpende hand betaalt.

Peilingen

Louis Stappers deed honderden dieptepeilingen in de Luapularivier, het Mweru- en het Tanganyikameer, omdat hij geen gegevens over de meren had. Voor peilingen in ondiep water gebruikte hij kleine bootjes (‘pirogues indigènes’ of een Berthonboot) en een simpele peilstok. Voor diepere wateren gebruikte hij een steamer en een LUCAS Sounding Machine. Stappers publiceerde de metingen in 1913/14, met de allereerste bathymetrische kaarten voor deze meren. Stappers schrijft over het Tanganyikameer: ‘Voordat ik de peilingen deed, schatte men voor het Tanganyikameer dat een diepte van 600 meter al aanzienlijk zou zijn. Men kan zich dan ook mijn verbazing voorstellen, toen ons peillood op een dag zonk tot een diepte van 1.435 meter. Ineens was het Tanganyikameer één van de diepste meren ter wereld, enkel voorbijgestoken door het Baikalmeer, dat 1.800 meter diep is.’ Vandaag is een diepte van 1.470 meter gemeten.

Bathymetrische kaart van het Tanganyikameer

Specimens

Stappers had ook de opdracht om specimens te verzamelen voor het museum van Belgisch-Congo in Tervuren. Hij stuurde maar liefst 868 specimens op, vooral vissen, maar ook weekdieren en insecten. Ze maken vandaag deel uit van ’s werelds grootste museumcollectie Afrikaanse vissen. Tijdens een conferentie in 1914 rangschikte Stappers de vissen volgens hun economische belang: de Silurides, de Cichliden, de Cyprinides, … Na Stappers’ vroege dood deden biologen verder onderzoek naar de specimens. Zij honoreerden Stappers’ werk door een tiental soorten naar hem te noemen: de Bathybargus stappersii, de Clarias stappersii, de Haplochromis stappersii, de Lamprologus stappersii, de Lates stappersii, de Lestradae stappersii, de Luciolates stappersii, de Mastacembelus stappersii, de Ophthalmotilapio stappersii, de Pelmatochromis stappersii, de Petrochromis stappersii, de Serranochromis stappersii en de Kneria stappersii.

Vissen verwerken

Stappers fotografeerde ook de manier waarop de lokale bevolking de vissen verwerkte om ze langere tijd te kunnen bewaren; van het opensnijden en het schoonmaken, tot het pekelen of roken van de vissen; tot de verkoop op kleine lokale marktjes. De verwerking van de vissen was van belang om voldoende monden te kunnen voeden. Stappers stelde vast dat de Congolezen weinig nieuws te leren hebben, maar wel baat hebben bij beter materiaal. Samen met de witte paters in Mpala bouwt hij ginder een visdrogerij en een rookhut, die de conservering van de vissen moet optimaliseren. Iedere keer wanneer hij in Mpala op bezoek was, stelde hij tevreden vast dat beide de gewenste resultaten geven en dat nu bewezen is dat visconservering op plekken onder de evenaar, mogelijk is.

Contact met de Congolese bevolking

Louis Stappers beweegt zich tussen 1911 en 1913 in een land dat na de misdaden van koning Leopold II, een andere vorm van uitbuiting onderging: die door de Belgische bedrijfswereld, met steun van de Belgische overheid. Stappers stelt in zijn dagboek nergens de Belgische aanwezigheid in Congo in vraag, maar is tegelijk ook meer dan eens vlijmscherp voor de Belgische aanpak. Hij wond zich op over de ontwrichting van de levensomstandigheden van de Congolezen door de kolonisatie, over de traagheid van de lokale Belgische oversten, over de aanpak van de slaapziekte, … Hij schuwde werkelijk geen enkele commentaar, niet alleen in het belang van zijn expeditie, maar ook wanneer het de levensomstandigheden of gezondheid van de lokale bevolking betrof. Volgens Stappers hadden de Congolese vissers weinig bij te leren en tegelijkertijd waarschuwde hij voor overbevissing. In zijn eindconclusie stelde hij evenwichtige leefomstandigheden en een gezonde visindustrie boven de Belgische economische belangen, wat gerust een vooruitstrevend standpunt genoemd mag worden.

Terug uit Congo

In het voorjaar van 1913 keerde Stappers terug naar België en ging aan de slag in het Natuurhistorisch Museum in Brussel. Hij schreef artikels over zijn bevindingen en hield in januari 1914 een conferentie om zijn besluiten toe te lichten. Hij was tevreden over de expeditie, ondanks de tegenslagen die hij gekend had. Uit briefwisseling weten we ook dat hij wilde terugkeren naar het Tanganyikameer voor meer dieptepeilingen en om te helpen bij de strijd tegen de slaapziekte. De Eerste Wereldoorlog besliste er anders over. Stappers meldde zich aan het front als arts, maar werd al snel zwaar ziek. Op 30 december 1916 stierf hij in Calais aan de gevolgen van een herseninfectie en een nierontsteking. Hij werd begraven in Calais maar in 1922 overgebracht naar het Oud Kerkhof in Hasselt. De overlijdensfiche van de Dienst Oorlogsgraven vermeldt een verloofde, een zekere juffrouw Froidmont.

Betekenis

Stappers’ vroegtijdige dood en de Eerste Wereldoorlog hebben ervoor gezorgd dat zijn onderzoek wat tussen de plooien van de geschiedenis gevallen is. Het is niet duidelijk of de Belgische overheid aan de slag is gegaan met Stappers’ rapportering. De Eerste Wereldoorlog was ook voelbaar aan het Tanganyikameer en mogelijk was het niet langer prioritair voor het bestuur in Congo. Binnen de wetenschappelijke wereld stond het belang van Stappers wel vast. Al in het verslag uit 1907 van de expeditie naar de Karazee, prezen zijn collega-wetenschappers hem om zijn nauwgezetheid: ‘esprit net et précis’. Latere onderzoekers die met het verzamelde materiaal aan de slag gingen, prezen hem ook om zijn waardevolle bijdragen: ‘De oorlog maakte een einde aan het onderzoek en kostte het leven aan deze jonge, zo gewaardeerde zoölogist, voor wie een briljante carrière weggelegd leek te zijn.’ [Dartevelle & Schwetz, 1948]. De vissoorten die zijn naam dragen, getuigen ook van de waardering die latere biologen voor zijn werk hadden.