Loading

Onderwijsinnovatie in de spotlights De aanvragen voor het Innovatie- en ontwikkelfonds 2020

Utrecht Leert: onze leidraad is het beste onderwijs

Waarom dit magazine?

Met de subsidieregeling Regionale Aanpak Lerarentekort willen de regio’s Amersfoort en ring Utrecht een impuls geven aan de behoud van docenten en de werving van nieuwkomers. Daarvoor is onder andere een Innovatie- en ontwikkelfonds opgezet. Met dit fonds willen de schoolbesturen in de twee regio’s scholen en docenten stimuleren om te innoveren binnen hun eigen vakgebied of te investeren in ontwikkeling. Dit binnen de thema’s onderwijsvernieuwing, curriculum ontwikkeling, onderwijsonderzoek, coaching/begeleiding, thematische expertise.

Het was de bedoeling om de (tussen) resultaten van de projecten op een kennisfestival te presenteren. Nu dat niet door kan gaan, presenteren we hierbij een digitaal magazine: al swipend hopen we de veelzijdigheid van de Utrechtse onderwijswereld zichtbaar te maken.

Met vriendelijke groet,

Projectleiders Marjolijn de Kroon (RAL/RAP Ring Utrecht) en Inge Schwartz (RAL/RAP Amersfoort)

Inhoud

  1. Eigenaarschap: Esther Ocheng praat over het leerproces
  2. Vakinhoud: Michael Hostyn maakt zijn vak tastbaar
  3. Persoonlijke ontwikkeling: Rik van den Berg biedt leerlingen inzicht
  4. Doorgaande leerroute: Mirjam Lenters-Vinke vindt dat het doelmatiger kan
  5. Persoonlijke ontwikkeling: Esther Gijsen en Gerben Heuver over zelfregulerend leren
  6. Vakinhoud: Lex Klein Obbink en Robin Lieftinck kiezen voor vakoverstijgend
  7. Gamification: een game is geen spelletje, weten Imke Loohuizen en Lucas Verlinden
  8. Hybride docenten: Marij van Puijenbroek en Rob Timmer helpen docenten uit de beroepspraktijk
  9. Leergemeenschap: Marga van Dongen laat docenten en studenten samen leren
  10. Kennisclips: ‘Doe vooral wat bij je past,’ stelt Roy Helmerhorst
  11. Loopbaan: NUOVO Scholengroep biedt perspectief
  12. Loopbaan: Petra Kemp zet leerpaden uit
  13. Verbinding: Ron Vonk combineert muziek en natuurkunde
  14. Doorgaande leerroute: De Baanbreker sluit aan op de beroepspraktijk
  15. Academische havo: Maarten van Haaren wil havisten meer bieden
  16. Straatcultuur: Mila Teule kijkt naar zichzelf

Introductie: Nico de Jong en Joost Kentson organiseren vernieuwing

Jaren geleden sloegen Utrechtse scholen al de handen ineen voor de aanpak van het lerarentekort. Met de subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort zet Utrecht Leert een volgende stap. Voorop staat het ontwikkelen van een nieuwe structuur voor opleiden en begeleiden van docenten en de werving van zij-instromers en hybride-docenten. We willen de activiteiten van docenten in beeld te krijgen, zeggen bestuurders Nico de Jong en Joost Kentson: ‘Vernieuwing en ontwikkeling moet je organiseren.’

Links: Joost Kentson, voorzitter College van Bestuur Meerwegen Scholengroep en rechts: Nico de Jong, bestuurder Cals College

Leraren laten doorgroeien

Utrecht Leert bouwt verder op een lange traditie van samenwerking via het regionale platform onderwijsarbeidsmarkt en het Utrechtse Onderwijspact. Nico: ‘Het lerarentekort heeft altijd hoog op de agenda gestaan. Het is nu minder vrijblijvend, we komen echt in een versnelling terecht.’ Wat houdt die versnelling dan in? Naast het kwantitatieve tekort aan leraren, is ook de kwaliteit van het onderwijs een speerpunt. ‘Het is zaak om schoolleiders en docententeams in stelling te brengen. We moeten het beroep veel aantrekkelijker maken.’

Geen eenvoudige opgave, gezien het beeld van het beroep. Leraren ervaren het nogal eens als een fuik waar ze in terecht lijken te komen. Een gebrek aan doorgroeimogelijkheden breekt hen op. Nico: ‘We moeten nog veel meer zoeken naar verschillende loopbaanpaden in het onderwijs, bijvoorbeeld als coach of ontwikkelaar.’ Essentieel is dat leraren zich kunnen blijven ontwikkelen. Niet alleen in de veilige omgeving van de eigen school. Het zou ook goed zijn als leraren zelf meer in beweging komen. ‘Overstappen naar een andere school, ergens een frisse start maken, dat geeft een impuls aan je ontwikkeling.’

Van praten naar doen

Individuele ontwikkeling komt de vernieuwing van het hele onderwijs ten goede. Joost: ‘We willen toe naar een permanente verbetercultuur. Maar dat is wel iets wat je moet organiseren, bijvoorbeeld via een leergang onderwijskundig leiderschap, gericht op professioneel leiderschap en niet op hiërarchie.’ Oog hebben voor het juiste niveau waarop je verbeteringen inzet, is daarbij van groot belang. ‘Betrek de mensen erbij die er echt over gaan en die direct invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs.’ Wat betekent dat? ‘Wij willen het zo organiseren dat medewerkers zelf de regie pakken over hun loopbaan,’ vult Nico aan. ‘De regiefunctie ligt niet bij de werkgever, maar bij de werknemer zelf.’ Al is het wel aan de scholen om faciliteiten voor professionalisering en coaching beschikbaar te stellen.

Wat is er verder voor nodig om het onderwijs te verbeteren en te ontwikkelen? Minder praten en meer doen, zeggen de bestuurders eenstemmig. Joost: ‘We zijn heel goed in het afsluiten van convenanten, maar uiteindelijk gaat het er om wat het achter de voordeur van de scholen betekent. Daar gebeurt het.’ In de regio Utrecht is dat besef tot alle betrokkenen doorgedrongen. De nadruk ligt op maatregelen waar docenten en schoolleiders concreet wat aan hebben. ‘We zijn van praten naar doen, van woorden naar daden aan het komen. Dat is een belangrijke ontwikkeling waar we op moeten doorzetten.’

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Ook een andere manier van opleiden speelt daarbij een rol. Opleidingsscholen vormen een krachtige link tussen scholen en lerarenopleidingen. Heeft opleiden in de school de toekomst? Joost: ‘Ja, absoluut, wat mij betreft zou iedere school een opleidingsschool moeten zijn.’ Niet alleen voor het opleiden van nieuwe leraren, in nauwe samenwerking met een lerarenopleiding, maar ook voor het uitbouwen van nieuwe vaardigheden. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van onderzoekend vermogen. Nico: ‘Docent-onderzoekers binnen je school kunnen een enorme bijdrage leveren aan de ontwikkeling van je organisatie.’

Wat is nu vooral van belang volgens de bestuurders? Verder over het belang van de eigen organisatie heen kijken, zegt Nico: ‘Op korte termijn heb je daar soms even last van, op de langere termijn gaat het ons allemaal helpen.’ Het is nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid, voegt Joost daar aan toe. ‘Onderwijs is werken in een keten en daar zijn we allemaal onderdeel van.’ Van de lerarenopleidingen tot de scholen, van de bestuurders tot de schoolleiders en de medewerkers. ‘Onze leidraad is het beste onderwijs.’

Interview

1. Eigenaarschap: Esther Ocheng praat over het leerproces

Praten over je eigen leerproces. Hoe doe je dat? Over het onderwijs als geheel raken we niet uitgepraat: over toetsen, over resultaten, over vervolgopleidingen. Zodra het over het leren zelf gaat, verzanden we in gemeenplaatsen. Docent Esther Ocheng van het Corderius College bepleit een andere manier van denken: ‘We moeten praten over het leren en niet het presteren als uitgangspunt nemen.’

Esther Ocheng, docent muziek en vertrouwenspersoon Corderius College

Praten over leren

‘Leren is meer dan het schools afvinken van taken,’ stelt Esther. Als ze aan haar leerlingen vraagt of ze ook wel eens iets buiten school leren, is steevast het antwoord: ‘Nee, natuurlijk niet!’ ‘Maar als je aan het sporten bent, leer je toch ook iets?’ zegt ze dan. Leren is een natuurlijk proces dat altijd door gaat. Het gaat er om dat leerlingen zich daarvan bewust worden en dat ze er over gaan nadenken. Maar hoe breng je het gesprek over leren op gang?

In 2018 gingen op het Corderius College ontwikkelgroepen van start over vernieuwing van het onderwijs. Een van die groepen ging over het geven van feedback en over driehoekgesprekken tussen leerling, ouder en docent. Hoe zou je in die setting over leren kunnen praten? Welke taal hoort daarbij? Esther schreef een visiestuk over het belang van het leerproces. ‘Zelfreflectie op het leren draagt bij aan het leerproces en daarmee aan de resultaten van het leren.’

Nieuwe denkwijze

Eigenaarschap was geen nieuw begrip op het Corderius. Het stond in direct verband met de kernwaarden van de school: betrokken, verantwoordelijk en veilig. Hoe zorg je dat leerlingen zich met die kernwaarden identificeren? Esther: ‘Eigenaarschap betekent dat ze betrokkenheid ervaren en verantwoordelijkheid voelen. Dat ze zien dat ze keuzes kunnen maken. De regie ligt in zekere zin bij de leerling.’ Al valt het niet mee om de leerlingen daarvan te overtuigen. ‘Het is een gecompliceerd verhaal,’ erkent ze. ‘Er is echt een cultuuromslag voor nodig, van een onderwijscultuur naar een lerende cultuur.’

Het project dat in januari van start ging was gericht op de brugklassen. Is praten over je leerproces niet wat veel gevraagd van de jongste leerlingen? Esther: ‘Nee, zeker niet. Het is juist van belang dat ze de nieuwe denkwijze vanaf het begin meekrijgen.’ Het leerproces werd daartoe opgedeeld in logische stappen, zoals waarnemen, begrijpen en uitvoeren. Ter inspiratie gebruikten zij en haar collega’s de leerladder uit het boek Breinwijzer. Met zes brugklassen begon de eerste fase van het project, dat door de Corona-crisis werd onderbroken.

Focus op leren

Toch heeft het project al veel opgeleverd. In de eerste plaats voor de leerlingen. ‘Focus op het leren in plaats van het presteren, dat vinden leerlingen prettig. Leerlingen zeggen dat het voor ontspanning zorgt.’ En haar collega’s? ‘Er is een nieuwe manier van kijken nodig. Je hoort docenten nog vaak tegen hun leerlingen zeggen hoe belangrijk een toets is. Dat geeft wel aan dat duidelijke criteria voor succes nodig blijven.’ Wel zijn inmiddels meer docenten met het leerproces bezig. ‘We doen dit samen.'

Helaas kon het project niet voltooid worden zoals gepland. Daarom ging ze verder met de ontwikkeling van een portfolio-app waarin het leesproces zichtbaar wordt. Uitgangspunt blijven de kernwaarden van het Corderius College, die samen met de lesinhoud het leerlandschap vormen. ‘De eerste opzet van het leerlandschap zit al in het ontwerp van de app.'

Focus op het leerproces vergt een andere manier van denken. Minder nadruk op toetsing, meer op reflectie en op feedback. Om het gesprek daarover op gang te brengen zijn andere woorden nodig. ‘Het houvast zit wat mij betreft in de taal: als je andere woorden gebruikt kan je beter over het leerproces praten.’

Meer weten?

Een van de onderzoekers die zich bezighoudt met het leerproces is de Nieuw-Zeelander John Hattie. In zijn boek Visible Learning biedt hij methodieken om het leren in beeld te brengen. Informatie over de leerladder is terug te vinden in het boek van John Cliteur: Breinwijzer. Guy Claxton pleit voor het opbouwen van ‘learning power’ bij kinderen.

In het kort...

2. Vakinhoud: Michael Hostyn maakt zijn vak tastbaar

Michael Hostyn, docent aardrijkskunde College de Heemlanden

Vakinhoudelijk kan je als docenten altijd bijleren. Bij voorkeur in groepsverband, zoals een groep van College de Heemlanden uit Houten. Docent Michael Hostyn constateerde dat hun leerlingen fragmentarisch leren hoe gesteentevorming werkt. Een 4-daags werkbezoek aan een UNESCO geopark in Ierland moet daar verandering in brengen.

Tijdens het bezoek doen de docenten onderzoek naar gesteenten en verzamelen ze materiaal voor het onderwijs: ‘Met de opgedane kennis en meegebrachte materialen willen we een gesteentewand bouwen in onze school,’ schrijft Michael Hostyn. ‘De gesteentewand laat een overzicht zien van de verschillende gesteenten in de gesteentecyclus.’ Heel praktisch en toepasbaar. Ondertussen hebben de docenten nieuwe kennis opgedaan om hun lessen gezamenlijk verder vorm te geven.

3. Persoonlijke ontwikkeling: Rik van den Berg biedt leerlingen inzicht

Rik van den Berg, docent Nederlands en faalangstcoach Farel College

Docent Nederlands Rik van den Berg zoomt in op het individu. Zelfkennis is volgens hem van groot belang voor verdere ontwikkeling. Als trainer weet hij als geen ander wat faalangst met leerlingen kan doen: ‘Ik hoor vaak verhalen over klein en groot leed waarmee zij worstelen.’ Zijn aanpak sluit aan bij de visie van de school. Het Farel College daagt haar leerlingen uit om hun talent te ontdekken, meldt de website van de school.

Rik van den Berg biedt de ondersteuning die ze daarvoor nodig hebben: ‘Project Binnenwereld bestaat uit een serie oefeningen waarmee de deelnemers stapsgewijs inzichten verkrijgen in de werking van hun gevoelswereld.’ Rik wil zijn leerlingen leren om zichzelf te begeleiden, vooral als het even tegen zit: ‘De oefeningen zijn erop gericht de eigen emoties en gedachten, de eigen binnenwereld, te leren kennen.’

Interview

4. Doorgaande leerroute: Mirjam Lenters-Vinke vindt dat het doelmatiger kan

Vernieuwing vergt nauwe samenwerking met andere partijen. Zeker als je twee sectoren verbindt voor de ontwikkeling van een doorgaande leerroute van vmbo naar mbo. Daarvoor moet je op alle niveaus met elkaar in gesprek. Een investering die loont, volgens beleidsmedewerker Mirjam Lenters-Vinke: ‘Onderwijs kan veel doelmatiger, waardoor leerlingen gemotiveerder worden om te leren.’

Mirjam Lenters-Vinke, kwaliteits- en beleidsmedewerker Het Element

Nieuwe wetgeving

Voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs sluiten soms op elkaar aan, soms ook niet. Dat kan lastig zijn voor leerlingen die in het mbo met overbodige herhalingen worden geconfronteerd. ‘Er zit een duidelijke knip tussen het vmbo en het mbo.’ Leerlingen uit de basisberoepsgerichte leerweg op het mbo vallen bovendien relatief vaak uit.

Genoeg redenen om een doorgaande leerroute op te zetten. De nationale politiek gaf het laatste zetje. Wettelijk was het wel mogelijk om vmbo leerlingen zonder diploma aan het mbo te laten beginnen, maar dan stroomden ze op een lager niveau in. De wet doorlopende leerroutes vmbo-mbo bracht daar onlangs verandering in. ‘Mirjam: ‘De nieuwe wet maakt het mogelijk dat vmbo basis leerlingen na vijf jaar een startkwalificatie niveau 2 behalen op het mbo.’

Nauwe samenwerking

Het scheelt wel als je op een school werkt die een kleine voorsprong heeft. Het Element zorgt al op meerdere manieren voor aansluiting op het mbo. Mirjam: ‘In leerjaar twee krijgen ze al een praktijkvak. In leerjaar drie doen ze dan een praktijkexamen, wat lang niet op alle vmbo-scholen het geval is.’ En Het Element gaat nog een stap verder: ‘Wat denk ik echt uniek is, is dat leerlingen in jaar 4 een dag per week naar het mbo gaan én een dag stage lopen.’

Maar hoe geef je een doorgaande leerroute dan vorm? In de eerste plaats door nauw samen te werken met het mbo, in dit geval ROC Midden-Nederland. Als projectleider vanuit haar eigen school zat Mirjam er middenin: ‘Ik onderhield contacten met de werkgroepsleden in de praktijk, want de docenten gaan uiteindelijk de leerlijn ontwikkelen, zij zijn de inhoudelijke deskundigen. Je bent constant met elkaar aan het overleggen hoe het er uit moet zien.’ De samenwerking met het ROC verliep wat dat betreft prima.

Emancipatie echte doeners

Met als resultaat dat de nieuwe leerroute in september van start kan gaan. Al wordt pas in februari duidelijk welke leerlingen er mee door kunnen gaan. ‘De echte determinatie doen we pas in februari, als leerlingen ervaring hebben opgedaan in het voorlaatste examenjaar en twee periodes hebben afgesloten met cijfers.’ Dat is goed voor de motivatie van de leerlingen en voor de doelmatigheid van het onderwijs als geheel. ‘Waar een leerling eerst zes jaar voor nodig had, gaan we het nu in vijf jaar doen. Daar pak je als opleiding dan winst.’

Hopelijk lukt het dan ook om de uitval onder leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg te verminderen. Betekent dat een vorm van emancipatie van deze groep? ‘Ja, het zijn echte doeners die gedwongen worden om zoveel jaar naar school te gaan. Op deze manier kan je ze binnen vijf jaar aan een startkwalificatie helpen en zorgen dat ze succesvol zijn.’ Ter aanvulling gaat de school extra aandacht besteden aan loopbaanondersteuning en -begeleiding (LOB): ‘We gaan het veel hebben over wie je bent als persoon en hoe je jezelf verder kan ontwikkelen.’

Doorgaande leerroutes zijn gunstig voor leerlingen, maar raken wel aan de kern van de opleidingen. Nauw contact tussen docenten en andere direct betrokkenen is daarom van groot belang. ‘Een goede samenwerking is cruciaal.’ Voor doelmatiger onderwijs is het zaak om de koppen bij elkaar te steken. In het belang van het onderwijs en vooral met het oog op gemotiveerde leerlingen.

Tips van Mirjam

  • Maak duidelijk waarom je eraan begint
  • Ga na of de directies het eens zijn
  • Organiseer de samenwerking met andere partijen
  • Besef dat de docenten het uiteindelijk moeten doen
  • Ga na of betrokkenen over voldoende kennis en ruimte beschikken

Meer weten?

Doorgaande leerroutes zijn niet van vandaag of gisteren. Vanaf 2008 worden al pogingen gedaan om vmbo en mbo beter op elkaar af te stemmen. Met de nieuwe wet zijn de mogelijkheden aanzienlijk verruimd. MBO Today besteedt aandacht aan deze ontwikkeling. Meer informatie over de samenwerking vmbo-mbo en het bedrijfsleven is te vinden op de website Sterk beroepsonderwijs. Of lees het wetsvoorstel van de wet Sterk beroepsonderwijs: doorlopende leerroutes vmbo-mbo.

In het kort...

5. Curriculumvernieuwing: Esther Gijsen en Gerben Heuver stimuleren zelfregulerend leren

De MNT lessen op het Corlaer College te Utrecht

Zelfregulerend leren is een belangrijk onderdeel van de visie van het Corlaer College. Intrinsieke motivatie ontstaat wanneer een leerling het leerproces zelf in de hand heeft. Hierbij is een gevoel van verbondenheid met medeleerlingen en docenten van belang, waarbij de leerling succesvol kan zijn.

Met hun project willen de docenten van het vak Mens, Natuur en Techniek aansluiten op deze zelfbeschikkingstheorie, die een belangrijk onderdeel is van de visie van hun school. Met meer nadruk op competentieontwikkeling en minder op vakinhoud in de eerste twee jaar. In het afgelopen schooljaar hebben zij lesprogramma’s ontwikkeld met leerdoelen op vaardigheden, keuzevrijheid, meer reflectie en een projectmatige benadering van de natuurwetenschappen in maatschappelijke context. Ook aan de toetsing en beoordeling is gesleuteld. Komend schooljaar voeren ze pilots uit en evaluaties in leerjaar 1 en 2 van havo en atheneum.

6. Vakinhoud: Lex Klein Obbink en Robin Lieftinck kiezen voor vakoverstijgend

Lex Klein Obbink en Robin Lieftinck, docenten Oosterlicht College

Duikt de ene groep docenten dieper de inhoud in, anderen kiezen juist voor integratie van vakken. Het Oosterlicht College in Vianen zocht een nieuwe manier van werken voor de afdeling Zorg & Welzijn.

Vakken als Horeca, Bakkerij & Recreatie, biologie, Engels, wiskunde en Nederlands werkten daarbij samen. ‘Docenten voeren diverse opdrachten uit die vakintegrerend, vakoverstijgend en examen voorbereidend zijn,’ schrijft Lex Klein Obbink. Eindresultaat is een dik boekwerk dat nog voor het eind van het schooljaar is opgeleverd.

Interview

7. Gamification: een game is geen spelletje, weten Imke Loohuizen en Lucas Verlinden

Hoe was de les? Oh, saai! Ja, zie je leerlingen maar eens gemotiveerd te houden. Een spelelement in je les kan al een hoop schelen. Gamification is een manier om de lesstof op een speelse manier over te brengen. En dat werkt zowel bij klassieke talen als bij wiskunde, ontdekten docenten Lucas Verlinden en Imke Loohuizen. ‘Er gebeurt iets tijdens de les als je een spel uitprobeert.’

Imke Loohuizen, docent wiskunde, en Lucas Verlinden, docent klassieke talen Het Nieuwe Eemland

Lessen aantrekkelijker maken

Om misverstanden te voorkomen: gamification draait niet alleen om computerspellen. Ook een bordspel als Triviant kan een prima manier zijn om lesstof op een speelse manier aan te bieden. Verder kan je er alle kanten mee op. Je kan een deel van je les gamificeren of een hele lessenserie. Imke: ‘Het gaat er om dat je een spelelement toevoegt aan je lesstof, als een sausje dat je er overheen gooit, zodat het aantrekkelijker wordt voor je leerlingen.’

Hoe hebben wiskunde en klassieke talen elkaar gevonden? Tijdens hun werk voor de feestcommissie hadden de twee docenten ontdekt dat ze allebei met spelelementen in hun lessen bezig waren. Imke volgde daarop een training bij Hogeschool Utrecht. Lucas: ‘Zodra ik over de beurs hoorde, dacht ik meteen aan haar. Het is juist handig dat we allebei een heel andere invalshoek hebben.’

Autonomie van de leerling

Gamification paste bovendien goed in het beleid van hun school Het Nieuwe Eemland, stelt Lucas. ‘Onze school is bezig met een vernieuwing waarin meer de nadruk komt op eigen keuzes en de autonomie van leerlingen. Gamification past daar goed in, omdat je daarmee stof op meerdere niveaus kan aanbieden.’ En er speelde nog meer: leerlingen kampen soms met motivatie problemen. Ook daar zou gamification iets bij kunnen betekenen: ‘Wanneer je stof in spelvorm aanbiedt, kan je leerlingen meekrijgen die het doorgaans niet leuk vinden om in de les te zitten.’

Zestig collega’s bereiken via een informatiebijeenkomst bleek in de afgelopen maanden niet haalbaar. Maar de twee docenten zaten niet met de handen in het haar. Ze besloten hun aandacht tijdelijk te richten op de digitale kant van gamification. Imke: ‘We hebben een scholing gevolgd over digitale escape-rooms en vervolgens een webinar samengesteld voor andere docenten op school.’

Succeservaringen

Hun leerlingen reageerden over het algemeen positief. ‘Als we alleen maar gaan gamificeren, vinden ze het ook niet leuk meer,’ stelt Imke. Volgens haar collega waarderen de leerlingen over het algemeen de afwisseling door games: ‘Ze gaan er enthousiast mee om, maar natuurlijk heb je er leerlingen bij die er niet zo’n zin in hebben.’ En dan de hamvraag: gaan leerlingen er ook beter door leren? Het is lastig om daar iets zinnigs over te zeggen. Imke: ‘Het kan leerlingen aan meer succes ervaringen helpen, zeker bij een moeilijk vak als wiskunde.’

Een speelse lesvorm vraagt wel wat extra’s van de docent. Imke: ‘Als je een spel uitprobeert, ontstaat er chaos. Leerlingen worden enthousiast, gaan door elkaar lopen. Er gebeurt echt iets tijdens de les.’ Is gamification dan wel geschikt voor leerlingen op alle niveaus? Daar zeggen beide docenten volmondig ja op. ‘Het ligt er vooral aan of jij als docent het lef hebt om die chaos toe te laten.’ Als docent leer je hoe je in zo’n situatie weer op tijd de grenzen kan aangeven.

Of gamification werkt, hangt dus deels af van de flexibiliteit van de docent. Spel zorgt voor chaos en rumoer in de klas: ‘Je kan vaak niet voorspellen hoe leerlingen er mee omgaan.’ Maar het levert vooral nieuwe mogelijkheden op: je kan differentiëren naar niveau en je leerlingen op een andere manier motiveren.

Tips van Lucas en Imke

  • Ga uit van een bestaand spel
  • Pas het spel aan voor jouw onderwijsdoel
  • Houd het lesdoel voor ogen
  • Test het spel een aantal keren
  • Vraag feedback aan collega’s

Meer weten?

Hogeschool Utrecht biedt een post-hbo cursus gamedidactiek aan voor leraren: Maak je eigen spel!

In het kort...

8. Hybride docenten: Marij van Puijenbroek en Rob Timmer helpen docenten uit de beroepspraktijk

Marij van Puijenbroek, programmamanager P&O ROC Midden Nederland

Niets mooiers dan vakmensen die praktijklessen geven aan je studenten. ROC Midden-Nederland investeert op de Techcampus Nieuwegein in hybride docentschappen. ‘Het bedrijfsleven wordt steeds belangrijker als partner voor onderwijs aan onze studenten,’ schrijft programmamanager P&O Marij van Puijenbroek. ‘Ook doordat het bedrijfsleven zelf docenten levert.’

Rob Timmer, P&O partner bij ROC Midden Nederland

Goede begeleiding van deze hybride docenten is een belangrijke opgave: ‘We proberen in het project uit hoe we die het beste vorm kunnen geven, bijvoorbeeld door samen met de Hogeschool Utrecht pedagogisch-didactische bagage te bieden.’ Een investering die dubbele winst oplevert, volgens de programmamanager: ‘Een bijdrage aan de oplossing van schaarste in technische vakken én een impuls voor actuele en innovatieve praktijklessen in het mbo.’

9. Leergemeenschap: Marga van Dongen laat docenten en studenten samen leren

Marga van Dongen, docent Nederlands Business & Administration College ROC Midden Nederland

Leren doe je het beste samen, dat hebben ze in Amersfoort goed begrepen. Het Business & Administration College van ROC Midden-Nederland zette een professionele leergemeenschap op om een gemeenschappelijke vraag te onderzoeken: met welke didactiek kan je eigenaarschap van studenten vergroten? Hoe kan je studenten beter motiveren?

Om te beginnen betrek je de studenten dan bij je onderzoek. Gewoon gezamenlijk scrum-sessies doen, zodat docenten en studenten samen leren hoe het verder moet. ‘Docenten leren in deze leergemeenschap een andere rol voor de begeleiding van studenten,’ schrijft Marga van Dongen. Kernwoorden zijn eigenaarschap, verantwoordelijkheid en zelfreflectie.

Interview

10. Kennisclips: ‘Doe vooral wat bij je past,’ stelt Roy Helmerhorst

Je hoort het de leerlingen roepen: Filmpje! Met kennisclips sluit je als docent aan bij een behoefte van je leerlingen. Bewegend beeld doet het altijd goed. Maar waar moet je op letten als je met clipjes aan de slag gaat? ‘Doe vooral wat bij je past,’ stelt docent aardrijkskunde Roy Helmerhorst.

Roy Helmerhorst, docent aardrijkskunde Anna van Rijn College

Leren en inspireren

Roy is doorkneed in het maken van filmpjes. Hij heeft een eigen youtube kanaal over aardrijkskunde. Waarom zitten er eigenlijk gaten in die steen, vraagt hij in een van zijn kennisclips? Waarna een flitsende uitleg volgt over vulkanen en gesteenten. Naast de clips neemt hij soms zijn eigen lessen op en vlogt hij wekelijks, ook tijdens bijzondere activiteiten, zoals excursies: ‘Ik vind het gewoon heel erg leuk om met video te werken en anderen te inspireren.’

Waarom hij begon met kennisclips? Directe aanleiding was het wegvallen van het vak aardrijkskunde in vwo 4. In de 5e moest hij dan een dubbel programma uitvoeren. ‘Ondertussen was ik bezig met mijn master bij Hogeschool Utrecht, waar docent Tim Schuring een college gaf over kennisclips.’ Vervolgens ging Roy met zijn eerste clips aan de slag. ‘Dat groeide uit tot een serie clips met de lesstof van heel 4 vwo.’ In jaar 5 had hij daardoor tijd voor verdieping.

Flipping the classroom

Kennisclips als voorbereiding voor de leerlingen, zodat ze in de les dieper op de stof kunnen ingaan. Een werkwijze die aansluit bij het idee van ‘flipping the classroom.’ Hoe werkt dat dan? ‘Aan het begin van de les ga ik na wie de kennisclip bekeken hebben. Vervolgens stel ik twee groepen samen: de ene groep gaat alsnog de clip bekijken, de andere groep laat ik een verwerkingsopdracht doen.’ Op die manier kan Roy differentiëren in de les: ‘Het is niet genoeg om een kennisclip te uploaden. Je moet het inpassen in je lesprogramma.’

En wat vonden de leerlingen ervan? Roy krijgt positieve reacties in de trant van: ik merk dat ik beter leer. Maar het lijkt er vooral op dat Roy’s leerlingen gemotiveerder zijn na het bekijken van de clips. ‘Leerlingen gaven aan dat ze de clips helemaal bekeken hadden, terwijl ze in de les anders nooit zaten op te letten.’ Al blijft het lastig om het effect van de clipjes precies te meten. ‘Ik weet niet of ze daadwerkelijk meer leren door de kennisclips. Het zit hem vooral in de motivatie.’

Tijd maken

Dat blijkt wel uit de verzoeken om nieuwe filmpjes. ‘Ze dragen ook zelf onderwerpen aan,’ zegt de docent aardrijkskunde trots. ‘Zuid-Amerika is een nieuw onderwerp voor vwo 5. Vragen ze of ik nog een paar onderdelen daarvan wil toelichten.’ Dat betekent weer een paar avonden doorwerken, maar dat heeft hij er graag voor over. ‘Ik ben nu het hele examenprogramma van Zuid-Amerika in kennisclips aan het gieten. Ik denk dat ik daar nog net op tijd mee klaar ben.’

Zitten er dan geen nadelen aan het maken van kennisclips? Na enig nadenken: ‘Het kost veel tijd om het te maken en je moet er ruimte voor maken in je les.’ Dat zijn twee nadelen bij elkaar, maar Roy schakelt moeiteloos door naar de positieve kant: ‘Er zijn tegenwoordig zoveel programma’s die van alles voor je uit handen nemen.’ Voordeel is dat het Anna van Rijn College hem de ruimte biedt om clips te maken. ‘We hebben hier vier onderwijs innovators, dat is goed georganiseerd.’

Kennisclips kunnen een waardevolle aanvulling zijn op het lesprogramma. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen er zomaar mee aan de slag kan. Lessen opnemen, clipjes maken, je moet er wel de persoon voor zijn om dat te doen. Jezelf blijven is het devies als je opnamen maakt: ‘Ga niet energiek doen als je een introvert persoon bent.’ Misschien maar gewoon de docent blijven die je al was.

Meer weten?

Clip, vlog, filmpje, wat is het verschil? Op de website van KU Leuven wordt het haarfijn uitgelegd. Roy Helmerhorst is actief met Aardrijkskunde Kennisclips op Instagram, Facebook Twitter en natuurlijk op Youtube:

Roy is een van de 10 genomineerden voor de verkiezing Leraar van het jaar (vo) 2021-2022!

In het kort...

10. Loopbaan: NUOVO Scholengroep biedt perspectief

Samen opleiden handen en voeten geven, dat is de kern van het project van NUOVO. Docenten krijgen de kans om zich te ontwikkelen tot begeleider van nieuwe collega’s. Dat is fijn voor de nieuwelingen, maar ook voor de docenten zelf. Met het project Partnerschap Samen Opleiden krijgen zij een heel nieuw loopbaanperspectief voor ogen. Als expert docent kunnen zij hun ervaring ten volle gaan benutten.

Maar dat gaat natuurlijk niet zomaar: ‘Dit vraagt om een gedegen aanpak, om te bepalen welke competenties deze expert docenten nodig hebben voor de kwalitatieve begeleiding die we voor ogen hebben.’ Met steun van Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht kom je dan een heel eind.

12. Loopbaan: Petra Kemp zet leerpaden uit

Petra Kemp, docent Anna van Rijn College

Hoe kan je als ervaren docent nieuwe leerkrachten het beste begeleiden? Wat is er voor nodig om eigenaarschap van studenten te versterken? Het Anna van Rijn College gaat voor de ontwikkeling van leerpaden voor alle docenten. Na een peiling onder de betrokkenen zijn vijf leerpaden samengesteld: ‘Elke docent heeft zijn eigen leerpad gekozen en is aan de hand van zelf gekozen leerdoelen aan de slag gegaan.’

Thema’s zijn bijvoorbeeld feedback geven of effectieve organisatie van je werk. Uitgangspunt is collegiaal ondersteunend leren: docenten helpen elkaar bij het volgen van hun leerpaden. ‘Doel is de kwaliteit van ons onderwijs steeds weer verbeteren door een doorlopende ontwikkeling van ons docententeam,’ schrijft docent Petra Kemp.

Interview

13. Verbinding: Ron Vonk combineert muziek en natuurkunde

Het zijn vaak gescheiden werelden, schoolvakken als natuurkunde, wiskunde, biologie. Wat zou er gebeuren als je een minder voor de hand liggende combinatie kiest? Docent Ron Vonk zette zijn muzikale achtergrond in om muziek en natuurkunde met elkaar te verbinden: ‘Ik deed altijd al iets met muziek in mijn lessen.’ Met video-opnamen werkt hij dit verder uit.

Ron Vonk, docent natuurkunde Christelijk Lyceum Zeist

Stevige bèta-cultuur

Het vertrek van een collega bij NLT (natuur, leven & technologie) stelde het team voor een keuze. Een van de docenten zou met een ander onderwerp aan de slag kunnen gaan. Voor Ron een uitgelezen kans om met muziek te gaan werken in de bovenbouw van het vwo: ‘Ik sta al 25 jaar voor de klas en muziek is voor mij een heel belangrijke hobby.’ Alleen kon hij daar binnen het programma weinig aandacht aan besteden.

Hij was er met de schoolleiding over in gesprek toen het innovatiefonds in beeld kwam. ‘Daardoor kwam ik een stuk ruimer in mijn tijd te zitten. Een module van 8 weken zet je niet in een weekend in elkaar.’ Voordeel was dat zijn vak al diverse aanknopingspunten bood voor lessen over muziek: ‘In de gewone les leren leerlingen al hoe een snaar kan trillen en wat boventonen zijn.’ Verder heeft het Christelijk Lyceum Zeist een stevige cultuur als het om bèta-onderwijs gaat, stelt de natuurkunde docent: ‘We zijn een U-Talent school, dat zegt ook wel iets.’

Flipping the classroom

Hij ging aan de slag met het maken van video’s: ‘De leerlingen zaten thuis en ik wilde toch een snaarinstrument demonstreren.’ Het grote aantal filmpjes was een beetje uit nood geboren, geeft hij toe. Maar binnen het concept van ‘flipping the classroom’ werkt de combinatie van filmpjes met toelichting in de klas uitstekend: ‘Simpel gezegd is de opdracht bekijk het filmpje en hier heb je er een aantal vragen bij. In de les kunnen leerlingen dan mondeling vragen stellen waar ze niet uit kwamen.’

Ron is niet ontevreden over zijn nieuwe lessenserie. ‘Ik denk dat er wel iets moois ligt waarmee ik volgend jaar een prima programma kan draaien. Daar heb ik nu al zin in.’ Op den duur zou het mooi zijn als ook een collega met de lessen aan de slag kan. ‘Nu is het nog in een fase dat het project teveel aan mijn persoon hangt.’ Tijd voor zijn exacte collega’s om muziekles te nemen? Als ze maar geen saxofoon kiezen, want daar hadden de leerlingen genoeg van, bleek uit een evaluatie.

Meer diepgang

De reacties van leerlingen zijn wisselend, stelt de docent natuurkunde. ‘Ze vinden het niet super moeilijk, daar heb ik ook bewust voor gekozen.’ Onlangs nam hij een formatieve toets af om de voortgang van zijn leerlingen te peilen. Hij vroeg zijn leerlingen wat ze verder zouden willen leren. ‘Daar zie ik wel wat overeenkomsten in,’ geeft hij aan. ‘Volgende week ga ik nog het menselijk gehoor behandelen, want dat is wel interessant.’ En die saxofoon? ‘Daar moet ik volgend jaar even opnieuw over nadenken.’

Voorlopig is er genoeg om aan te werken. Zeker in overleg met zijn collega’s. Bijvoorbeeld met een bioloog over de werking van de stembanden: ‘Natuurkundig weet ik dat het klopt, maar als bioloog vindt hij het misschien onzinnig’ Op die manier ontstaat de verbinding tussen de deelvakken bijna vanzelf. Verder aast hij voor de nabije toekomst op meer diepgang in de lessen in 5 vwo: ‘Na een basis van zes weken, zouden leerlingen voor verdieping kunnen kiezen.’

Muziek en natuurkunde: het lijkt een ongewone combinatie. Als je er verder in duikt blijken er toch veel raakvlakken te zijn. Zeker als je in je vrije tijd al veel met muziek bezig bent. ‘Deze week heb ik nog de akoestiek van concertzalen behandeld.’ Dan is schoolvakken met elkaar in verband brengen ineens een koud kunstje.

Meer weten?

Het Christelijk Lyceum Zeist biedt exacte vakken aan in de vorm van NLT: natuur, leven & technologie. Meer informatie daarover op de website van de Vereniging NLT. Op de website Natuurkunde.nl staan artikelen over muziek, zoals een tekst van Ron Vonk over contrabas.

U-Talent is een samenwerking van Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht en 50 scholen in de provincie voor een betere aansluiting van vo op ho.

In het kort...

14. Doorgaande leerroute: De Baanbreker sluit aan op de beroepspraktijk

Essentieel voor de ontwikkeling van leerlingen: een doorlopende leerlijn. Niet steeds een nieuw examen, een nieuwe barrière, geen overbodige herhalingen. De Baanbreker uit IJsselstein, een school voor praktijkonderwijs, heeft als missie zelfredzaamheid: ‘leerlingen zo goed mogelijk voorbereiden op de maatschappij.’

Hoe doe je dat? Door zo dicht mogelijk aan te sluiten op de beroepspraktijk: ‘Wij bieden als school voor praktijkonderwijs steeds meer onderwijs op maat. Leerlingen kiezen vervroegd voor een praktijk- of theoretische route.’ Des te meer reden om vakken en leerjaren zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen: ‘Een goed doordachte doorlopende leerlijn draagt bij aan de kwaliteit van het praktijkonderwijs.’ En daar profiteert iedereen van. Docenten worden breder inzetbaar, zij-instromers beter ingewerkt. En vooral: leerlingen kunnen zich optimaal ontwikkelen.

15. Academische havo: Maarten van Haaren wil havisten meer bieden

Maarten van Haaren, docent wiskunde en coördinator atheneum Cals College IJsselstein

Havisten kunnen soms best een hoger niveau aan. Maar in een keer overstappen naar het vwo is misschien teveel van het goede. Het Cals College in IJsselstein kwam met een creatieve oplossing: een academische havo. In die variant krijgen leerlingen de gelegenheid om hun havodiploma te halen en zich tegelijk in bepaalde vakken te verdiepen om cijfers op vwo-niveau te halen.

Na het behalen van het havodiploma kunnen ze dan een gepersonaliseerde vorm van vwo volgen. De school bekijkt welke onderdelen de leerling al op vwo-niveau heeft afgerond en welke nog niet. Direct na de academische havo naar het hbo kan natuurlijk ook. Of cijfers op vwo-niveau dan recht geven op vrijstelling, hangt af van de betreffende hbo-instelling.

Interview

16. Straatcultuur: Mila Teule kijkt naar zichzelf 

Wat, heb je dat daar ook al? Toegegeven, Montfoort is niet de eerste plaats waar je aan denkt bij straatcultuur. Toch heeft ook het plaatselijke Wellantcollege voor vmbo te maken met invloeden van verschillende culturen. Hoe ga je om met leerlingen met een heel verschillende achtergrond? Mila Teule, docent Engels, kijkt naar zichzelf: ‘Het gaat er om in gesprek te gaan en als docent wat meer naar jezelf te kijken.’

Mila Theule is docent Engels bij het Wellantcollege te Montfoort

Groepen tegenover elkaar

In de afgelopen jaren is de kleine school in Montfoort sterk gegroeid. Van nog geen 300 naar ruim 800 leerlingen tegenwoordig. Met leerlingen uit de wijde omgeving: uit De Meern, IJsselstein en andere omringende gemeenten. Daarmee kwamen ook meer ‘stadse’ gewoonten en andere culturen binnen. Wat betekent dat eigenlijk? Mila: ‘Bij ons gaat het om wat meer machocultuur op school. We waren gewend dat we een leerling konden aanspreken op zijn gedrag en dat daar op gereageerd werd. Maar dat werkt niet meer.’ Hoe zorg je dan wel dat leerlingen mee gaan in het onderwijssysteem? Een autoritaire aanpak is duidelijk niet meer van deze tijd. ‘Als docent moet je beseffen dat je zelf ook uit een bepaalde cultuur komt.’

Een concrete aanleiding voor een project over straatcultuur was er eigenlijk niet. Wel een breed besef onder docenten dat sommige groepen leerlingen af en toe lijnrecht tegenover elkaar stonden. Vooral leerlingen uit boerengezinnen in de buurt en leerlingen uit een stedelijke omgeving kregen het met elkaar aan de stok. Mila: ‘Het ene moment kunnen ze het supergoed met elkaar vinden, het andere moment staan ze ieder aan één kant.’ Het was zoeken naar een betere balans en vooral naar een manier om dingen uit te spreken. ‘Er hoeft maar iets gezegd te worden wat een andere groep niet plezierig vindt, en het gaat mis.’ Daar wilde de school iets mee doen.

Omgaan met andere culturen

Als eerste stap organiseerde de school een cursusdag over straatcultuur van het bureau PHNeutraal. Een dag lang vertelden Amar El Ajjouri en acteur Mikael Martin over machocultuur en speelden scènes voor uit het leven op school. ‘Dat was een soort startschot,’ vertelt de docent Engels, ‘Al onze docenten, 95 in totaal, hebben aan die cursus meegedaan.’ De cursus zette de docenten aan het denken. ‘Het gaat niet alleen om culturen van buiten, maar vooral ook over onze eigen cultuur.’ Het verschil daartussen komt al tot uiting als leerlingen de klas in komen. ‘Wij zijn gewend om leerlingen aan te kijken als ze binnen stappen. Sommige leerlingen vinden dat juist respectloos. Je moet beseffen dat wat voor jou geldt, voor een leerling soms niet werkt.’

Van workshops over straatcultuur kwam het nadien niet meer, door de bekende crisis. Hoe het project verder gaat? De docent Engels weet wel wat ze zelf graag zou willen. ‘Ik hoop dat we nog zo’n cursus kunnen volgen en dat we daarna echt met de collega’s in groepen uiteen gaan.’ Gespreksstof genoeg: hoe ga je om met andere culturen, waar kan je beter meer of juist minder op focussen? Coaching van nieuwe docenten lijkt haar ook van belang: ‘Als beginnend docent heb je zoveel aan je hoofd. Op een gegeven moment weet je niet meer wat je moet doen. Het is goed om daar meer aandacht aan te besteden.’

Straatcultuur of machogedrag: leerlingen confronteren je als docent met je eigen achtergrond. Wie ben je eigenlijk als docent? Wat breng je allemaal mee? ‘Het is belangrijk om je bewust te zijn van je eigen handelen, van wat je zelf normaal vindt.’ Vanuit dat bewustzijn ga je makkelijker in gesprek over andere gewoonten en culturen.

Meer weten?

Bureau PHNeutraal van Amar El Ajjouri verzorgt trainingen over straatcultuur: ‘Met de verbindende aanpak krijgt u de regie terug.’ Socioloog Ilias El Hadioui is lid van de Onderwijsraad en schreef een essay over straatcultuur: Hoe de straat de school binnendringt. Daarin benadrukt hij het belang van de verbinding tussen thuiscultuur, straatcultuur en schoolcultuur.

Tips van Mila

  • Volg een workshop over straatcultuur
  • Ga in gesprek met je collega’s
  • Praat over concrete voorbeelden
  • Vraag je af waarom iets normaal is voor jou

We hopen jullie na de zomer allemaal weer fysiek te kunnen ontmoeten, en wel tijdens het festival. We houden jullie op de hoogte; voor nu een hele fijne zomervakantie gewenst!

Colofon: Tekst door Hans Zijlstra van Verhalen die Verbinden, fotografie en vormgeving door Marleen Stoker van Moker Media. In opdracht van Inge Schwartz en Marjolijn de Kroon van Utrecht Leert.