Vechten voor Moeder Aarde in Bofland Bijzonder huis

HASSELT - Iedereen heeft wel al eens van Bofland horen praten. Misshien ben je een keer nieuwsgierig langsgereden. De kleurrijke gevel van het bizondere gebouw op de Kempische Steenweg spreekt tot de verbeelding. En dan woont daar ook nog eens zo’n plezant uitziende oudere man. Je weet wel, die kwiet die je af en toe liedjes ziet zingen in de stad. ‘Ik heb Knottie buitengezet. Hij staat te treuren. Maar dat is niet erg. Hij treurt al twintig jaar’, zegt Robrecht over de boom die hij voor de gevel rolde.

Robrecht Leenders is de inwoner van Bofland. Zijn woonst diende decenia lang als een actieve leeromgeving voor jonge kinderen. Ze kwamen er leren over de natuur en hoe je ermee moet omgaan. Robrecht wil hen bijbrengen hoe kostbaar Moeder Aarde is en dat je haar goed moet behandelen. Dit jaar zal Bofland echter niet meer zo levendig zijn. ‘Het zou wel eens mijn laatste jaar kunnen zijn. Ik heb alle groepen al afgezegd. Ik ben te moe en te oud om het nog vol te houden’, zegt Robrecht.

Knottie opende elke voorstelling die Robrecht gaf in theater Bofland. De boom was verdrietig want zijn vriending had ademhalingsproblemen. De mensen mensen behandelde de natuur slecht en ze kon de rook en de vervuiling niet verdragen. Robrecht kan dat ook niet goed verdragen, maar hij rookt wel als een ketter. Hij zal Knottie’s vriendin de dampen niet alleen willen laten doorstaan.

Van kleurenjungle tot beton

De voorstelling vond plaats in de benedenverdieping van Robrechts woning op de Kempische steenweg. Die had hij omgebouwd tot een interactief leerrijk theater. De inkomhal is een warme ruimte met een klein podium tegen de voorgevel. Elk stukje muur en plafond verteld een verhaal. Naarmate je je verder door de woning begeeft, ontrafelt het verhaal.

Je wandelt door een stel gordijnen en komt in de achterkamers terecht. Daar zweef je even door een melkweg. Op het einde kom je terecht in een jungle van beestjes. Hier een aap, daar een vogel en beetje verder een rat die rustig in z’n kooi zit weg te knagen. Allemaal zijn ze omgeven door de meest vibrante kleuren.

En dan kom je aan in de tuin. Moedertje natuur is er op haar best. Vergezelt door fluitende vogeltjes en buitenaardse wezentjes gaat ze haar gangetje. In Robrechts tuin staat ze nog altijd sterk. Ze heeft er de blauwe knikkerrotsen weer overwoekerd. ‘Ik doe dit elk jaar’ zegt Robrecht terwijl hij mos, gras en bladeren van de rotsen afscheurt.

Hoewel het Bofhof één van de mooiste aspecten is van Bofland, heeft het ook iets melancholisch. De tuin komt namelijk uit op het laatste stukje bos van Hasselt. Het is een mooi stukje groen dat binnenkort met beton overgoten zal worden om er winkels bij te bouwen. Robrecht heft z’n schouders een op en wandelt rustig terug naar binnen.

Kluizenaar op toneel

Hoewel Robrecht dit jaar geen groepen meer zal rondleiden, maakt hij de benedenverdieping toch klaar voor bezoek. Er komen geregeld mensen langs om eens een kijkje te nemen en wat te drinken. Af en toe wandelt er ook een stadsgids binnen met toeristen. Dit jaar zit er een groep Chinezen bij. Daar keek hij duidelijk naar uit aangezien hij het geregeld herhaalde met een lach op z’n gezicht.

Het is moeilijk voor Robrecht om zijn geliefde Bofland weer op te knappen voor het nieuwe seizoen. Hij wou openen op Moederdag, want Moedertje Aarde is de ster van de show. Dit jaar krijgt hij het werk echter moeilijk rond. In elk hoekje heeft een spin wel een huisje gebouwd en de knikkerrotsen zijn nog niet de juiste tint turquoise.

Ondanks zijn theaterachtergrond, is Robreccht graag alleen. De oude man voelt niet meteen de drang om zijn knusse huisje open te stellen voor het publiek dit jaar: ‘Zeker in de winter trek ik me hier al eens terug. Dan kom ik een week ofzo niet buiten en ben ik weer opgeladen. Daarna ga ik weer liedjes zingen in de stad.’ Voor een theaterman is hij erg bescheiden.

‘Ik ben blij dat je me hebt gepusht voor dit interview. Ik was in een sleur geraakt hier in mijn Bofland. Door jouw aandringen heb ik me er terug aangezet. Het was het duwtje in de rug dat ik nodig had om door te doen’, zegt Robrecht tegen de aandringende studente die hem niet met rust wou laten voor ze haar verhaal had.

Toch zal hij de levendigheid van de kinderen in Bofland missen. Zijn liefde voor kinderen komt van een jeugd in een hechte familie. ‘Ik kom uit een warm nestje’, vertelt hij terwijl hij de spinnenwebben van een vogelnestje aan de muur haalt. ‘Mijn mama zei ons vroeger altijd “Kijk es naart vogelke” daarom heb ik dat hier gehangen.’

Credits:

Jana Frambach

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.