Loading

Doping in de topsport Zijn het voetbal en het schaatsen wel zo'n schone sport als mensen denken?

Waar in het wielrennen het ene na het andere dopinggeval voorbij lijkt te komen, blijft het in de schaats- en voetbalwereld stil. Zelden loopt een voetballer of schaatser tegen de dopinglamp. Schaatsen en voetbal zijn schone sporten zegt de een, er wordt te weinig getest zegt de ander. Maar waar ligt de waarheid?

  1. Wat is doping?

De definitie van doping op de site van de Dopingautoriteit luidt: Stoffen en methoden die verboden zijn door het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA). Eén van de bekendste van deze stoffen is EPO. Het gebruik van EPO zorgt ervoor dat je meer rode bloedcellen in het lichaam krijgt. Hoe meer rode bloedcellen, hoe meer zuurstof het lichaam naar de spieren vervoert. Hierdoor neemt het uithoudingsvermogen van de sporter toe.

Een andere voorbeeld van doping zijn anabole steroïden. Deze zorgen ervoor dat het uithoudingsvermogen en de spiermassa toeneemt. Ook bètablokkers zijn een vorm van doping. Deze middelen verlagen de bloeddruk en hartslag in het lichaam. Daarnaast remmen de blokkers de aanmaak van adrenaline. Hierdoor voelt een sporter zich minder zenuwachtig voor een wedstrijd.

In deze video legt dopingexpert Douwe de Boer u alles uit over doping. Want waarom staat EPO bijvoorbeeld wel op de dopinglijst, maar cafeïne niet?

2. Waarom gebruiken sporters doping?

Zoals Douwe de Boer al zegt, sporters willen winnen. En of dat eerlijk gaat of niet, dat maakt sporters lang niet altijd uit. Dit blijkt ook uit experimenteel onderzoek van het Department of Psychologie aan de Universiteit Groningen uit 2011. De deelnemers die de opdracht kregen een bepaalde taak beter uit te voeren dan anderen, speelden vaker vals dan deelnemers die de taak kregen om zichzelf te verbeteren. Als je jezelf wil verbeteren, heeft het geen zin om vals te spelen. Valsspelen zorgt er ten slotte niet voor dat je beter wordt in een bepaalde taak.

Thijs Zonneveld was in de periode tussen 1997 en 2007 wielrenner op het derde profniveau. Een andere renner bood hem doping aan, waarna hij aangaf het middel niet te willen gebruiken. ,,Eerlijk winnen speelt echt wel mee. Alleen veel sporters praten dopinggebruik goed door te zeggen: ,,Als anderen het doen, dan doe ik het ook. Dan is het weer eerlijk. Vergelijk het met een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur op de snelweg. Als iedereen dan 120 kilometer per uur rijdt en jij rijdt 110 kilometer per uur, vind jij dat je het eerlijk doet. Terwijl je strikt genomen natuurlijk gewoon de regels overtreedt.”

Thijs Zonneveld bij De Wereld Draait Door. Bron: DWDD

3. Helpt doping?

Doping kan wel degelijk helpen om de prestaties te verbeteren, zo zegt ook Douwe de Boer in de video. Toch zijn er de laatste jaren meer vraagtekens rondom de werking van doping. Zo publiceerde sportpsycholoog Bram Brouwer in 2015 het proefschrift ‘de mythe van de rode bloedcel’. Volgens het proefschrift gaan sporters niet beter presteren als ze EPO (bloeddoping gebruiken). Een opvallende conclusie, in een wereld waarin EPO wordt gezien als een middel dat de prestaties sterk bevordert. In dit interview gaan we met Bram Brouwer op zoek naar het waarom van zijn conclusie.

Bram Brouwer krijgt bijval van Jules Heuberger, onderzoeker van het Centre for Human Drug Research. Heuberger onderzocht de werking van EPO op amateurwielrenners. Tijdens zijn onderzoek verdeelde hij de wielrenners in twee groepen; een groep die EPO kreeg ingespoten en een groep die nepinjecties kreeg ingespoten. Beide groepen deden een inspanningstest in het laboratorium en beklommen de Mont Ventoux. De conclusie: de EPO-groep scoorde tijdens de inspanningstest weliswaar beter, maar tijdens de beklimming behaalden beide groepen ongeveer hetzelfde resultaat. Volgens Heuberger hét bewijs dat EPO niet tot betere prestaties leidt.

Wielrenners aan het werk. Bron: Pixabay. Door: Wiggijo.

Ook andere dopingmiddelen hebben volgens Heuberger geen positieve invloed op de prestaties. Op de dopinglijst staan honderden middelen, verdeeld in 23 klassen. Volgens het onderzoek van Heuberger hebben 18 klassen aan middelen geen enkel effect voor de sporter.

Toch is het de vraag of het onderzoek echt een goed beeld geeft van de werking van EPO. Eén van de grootste kritiekpunten was dat het onderzoek met amateurwielrenners is gedaan. Alleen wielrenners die niet onder de dopingregels vallen, konden aan het onderzoek deelnemen. Naast de profs konden ook amateurs die aangesloten zijn bij de Nederlandse Wielerunie of Triathlonbond niet meedoen, zo schrijft scientias.nl.

Het gegeven dat professionele sporters niet aan dopingonderzoeken kunnen meedoen, maakt het ook erg lastig om er achter te komen of doping werkt. Op dit moment lijkt het erop dat een deel van de doping werkt en een deel een placebo effect heeft, maar meer onderzoek is nodig.

4. Wat is het imago van doping in het voetbal en schaatsen?

5. Hebben de sporten een schone geschiedenis?

Uit het enquêteonderzoek kun je de conclusie trekken dat mensen tegenwoordig het voetbal en het schaatsen als schone sporten beschouwen. Er zijn in de laatste jaren in Nederland dan ook maar weinig schandalen in beide sporten geweest. Maar hoe was dat in het verleden?

Een van de grootste dopingmysteries met een Nederlandse achtergrond stamt uit 1985. Schaatsers Yvonne van Gennip en Ria Visser presteerden op het EK allround boven verwachting, maar wat er na het toernooi gebeurde was erg verdacht. Over deze gebeurtenissen spraken we met de betrokkenen bij deze affaire. Douwe de Boer was in 1985 stagiair bij het dopinglab waar het koffertje verdween. Hij hield meer dan dertig jaar geheim wat er met het koffertje was gebeurd. Carl Mureau is persvoorlichter van de KNSB en kreeg een hoop vragen op zich af toen de affaire aan het licht kwam. In de video doen ze beiden hun verhaal.

Mark Misérus was een van de journalisten die het koffertjesverhaal aan het licht bracht, hij vertelde ons hoe hij samen met zijn collega’s het oude dopingmysterie oploste. Een onderzoek dat begon bij een anonieme tip en eindigde in één van de grootste ontdekkingen in de geschiedenis van het schaatsen.

C-junior wordt betrapt

Dopingschandalen in het schaatsen komen in het recente verleden niet vaak voor in Nederland. Toch zijn er uitzonderingen. Zo’n tien jaar geleden liep Nederlandse schaatser Wesley Lommers tegen de lamp, zo meldde dagblad Trouw. Hij werd tijdens een controle betrapt op het gebruik van het verboden middel nandrolon. De tuchtcommissie van de KNSB legde de nog maar 15-jarige schaatser een schorsing op van een jaar. Twee jaar na het dopingschandaal vroeg Lommers sportasiel aan om voortaan voor Luxemburg te schaatsen.

De schandalen van Wesley Lommers en het koffertje zijn beiden voorbeelden van de historische verhalen over mogelijk dopinggebruik in de schaatssport. In het voetbal zijn ook veel verhalen uit het verleden waarin doping een grote rol speelde. Zo meldt dagblad de Gelderlander.

Nandrolongebruik door Nederlandse helden

Frank de Boer, Edgar Davids en Jaap Stam zijn alle drie grote namen uit het Nederlandse voetbal. Wanneer mensen terugdenken aan hun voetbalcarrières zullen weinig mensen denken aan het begrip doping. Toch is die link wel te leggen. Tijdens hun carrière zijn alle drie de spelers betrapt op het gebruik van het verboden middel nandrolon. Hun reactie op de beschuldigingen was dat het in de voedingssupplementen gezeten moet hebben. Er is bovendien nooit een straf uitgedeeld aan de spelers.

Doping in de Champions League finale

In 2016 tot 2018 was er één ploeg in Europa die alles domineerde. Het grote Real Madrid met spelers als Cristiano Ronaldo, Sergio Ramos en Luka Modrić won in die jaren drie keer op rij de Champions League.

In juni 2017 wist Real Madrid in de finale van het grootste toernooi van Europa met 4-1 te winnen van Juventus. Waar de media na afloop van die wedstrijd maar weinig over schreef was de verdachte situatie rondom Sergio Ramos. In het bloed van de verdediger van Real Madrid werden na de gewonnen finale sporen van dexamethason werden gevonden. Een verboden middel dat een speler alleen voorafgaand aan een competitie mag gebruiken.

Uiteindelijk was het de clubarts van Real Madrid die verklaarde dat hij Ramos een dag voor de wedstrijd twee injecties van dexamethason had toegediend. Hiermee nam de clubarts de verantwoordelijkheid voor de ‘vergissing’. De UEFA accepteerde de uitleg en Ramos kreeg geen straf.

De media besteedde nooit veel aandacht aan het dopingincident van Sergio Ramos omdat het nieuws nooit door iemand naar buiten is gebracht. De UEFA en Real Madrid hadden het achter gesloten deuren opgelost. Pas toen de Duitse sportkrant Der Spiegel in samenwerking met Football Leaks achter het incident kwam werd het nieuws naar buiten gebracht.

Real-Madrid sterspeler Sergio Ramos. Foto: "Rubén Ortega; CC-BY-SA"

Het doping incident van Ramos toont ook aan hoe lastig het is voor de pers om schandalen in grote sporten zoals het voetbal te onthullen. Veel gebeurt achter gesloten deuren en spelers zeggen meteen dat ze van niks weten op het moment dat ze ergens van beschuldigd worden. Omdat veel incidenten vermoedelijk ook achter gesloten deuren worden opgelost is er in het voetbal maar weinig sprake van grote dopingschandalen. Als er al sprake is van onthullingen dan komt dat vaak doordat oud-spelers toegeven in het verleden wel iets gebruikt te hebben met de kennis dat ze er niet meer voor gestraft zullen worden.

Onbetrouwbare medicatie van Russische clubarts zorgt voor familiedrama

In 1982 maakte Algerije zich klaar voor het WK voetbal in Spanje. In de voorbereiding op het toernooi nam de voetbalbond Russische arts Gennady Rogov aan om de spelers te begeleiden tijdens het toernooi. Het Algerijnse team verraste de wereld door in de eerste wedstrijd van het toernooi titelfavoriet West-Duitsland te verslaan. Hoewel het team daarna twee van zijn drie groepswedstrijden wist te winnen kwalificeerden ze zich niet voor de volgende ronde van het toernooi. In de jaren na het toernooi werd steeds meer bekend over mogelijk dopinggebruik in de Algerijnse selectie. De spelers gaven aan hier niets van af te weten en dat ze nooit (bewust) doping zouden gebruiken. In de jaren na het toernooi kwam een schokkende onthulling naar buiten. Acht spelers van het Algerijnse team hadden gehandicapte kinderen gekregen. Een van deze spelers was oud-verdediger Mohamed Chaib, hij kreeg drie dochters met spierziekten. In een interview met Agence France Press zei hij dat hij de medicatie op de trainingskampen niet vertrouwde. Hij was niet de enige want ook de andere spelers met gehandicapte kinderen eisten dat de Algerijnse voetbalbond onderzoek zou doen naar de medicatie die zij kregen tijdens het WK van 1982. Dit onderzoek is er nooit gekomen.

Het Algerijnse voetbalelftal op het WK 1982

Er zijn nog veel meer verhalen te noemen die duiden op dopinggebruik in het voetbal in het verleden. In de jaren 50 zou het volgens meerdere oud-spelers gewoon gebruikelijk zijn geweest dat voetballers een pilletje namen voor de wedstrijden. Een voorbeeld hiervan is Johan Derksen. Hij vertelde bij Voetbal Inside openlijk dat hij in het verleden doping gebruikte en dat zijn teamgenoten dit ook deden. Dit bleef lang zo totdat de KNVB in 1992 strengere dopingcontroles aankondigde. Sindsdien nam het aantal dopingschandalen af. Het aantal bewezen dopingschandalen in het voetbal is dan ook klein. Dat is te wijten aan het gebrek aan controle in het verleden. Vanwege de toename van het aantal controles in het voetbal met name in internationale toernooien is te verklaren dat er in het hedendaagse voetbal minder doping wordt gebruikt dan voorheen. Al zal de sport nooit honderd procent schoon verklaard kunnen worden.

6. Hoe werken de dopingcontroles in het voetbal en schaatsen?

De Dopingautoriteit verzorgt in Nederland de dopingcontroles. Sporters kunnen na afloop van een wedstrijd, op de trainingslocatie en thuis worden getest. Op dit moment voert de Dopingautoriteit ongeveer de helft van de controles uit in wedstrijdverband en de helft van de controles buiten wedstrijdverband, zo vertelde voorzitter Herman Ram in gesprek met Voetbal International.

In 2019 voerde de Dopingautoriteit 3140 dopingcontroles uit. De autoriteit doet de meeste controles in het wielrennen en atletiek, daarna volgen schaatsen, zwemmen en voetbal.

Voetbal

De Dopingautoriteit voert de testen in het voetbal uit in de Eredivisie, de Keuken Kampioen Divisie en in de top van het amateurvoetbal. Dit gaat om in totaal ongeveer 750 spelers. Volgens Herman Ram valt gemiddeld een half procent van de testen positief uit, zo vertelde de voorzitter tegen Voetbal International. Volgens het jaarrapport was in 2019 één positieve test in het voetbal, maar het gebruikte dopingmiddel was om medische redenen toegestaan.

Spelers die in de Champions League en Europa League uitkomen krijgen vaker een test. De UEFA/FIFA voert deze controles uit.

Schaatsen

In het schaatsen zijn er ook op verschillende niveaus controles. Schaatsers in de A-categorie, zoals Ireen Wüst en Sven Kramer, hebben vaker met een dopingtest te maken dan minder goede schaatsers. In het schaatsen was in 2019 geen positieve dopingcontrole.

Sven Kramer aan het werk. Fotograaf: Ra-Smit. Bron: Wikimedia Commons.

In deze twee sporten kunnen zowel bloedcontroles als urinecontroles voorkomen, ook al krijgt een sporter veel vaker met een urinecontrole te maken. Bij een bloedcontrole prikt een dopingcontroleur in de arm van de sporter om bloed af te tappen. Tijdens een urinecontrole krijgt de sporter de taak om urine in een opvangbeker te plassen. De urine- of het bloedmonster wordt vervolgens naar het dopinglab gestuurd, waar de monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van verboden stoffen.

Sinds 2009 hebben de schaatsers een bloedpaspoort. In dit paspoort staan de resultaten van bloedcontroles. Op deze manier kun je opsporen of een schaatser bloeddoping heeft gebruikt. In het voetbal is geen bloedpaspoort aanwezig.

7. Hoe gaat testen in coronatijd?

De coronacrisis maakt het lastiger om dopingtesten te kunnen uitvoeren. Niet alleen in het voetbal, maar in alle sporten. ,,In april zijn mondiaal 3 procent van alle controles uitgevoerd en in mei 11 procent. In juni waren er ook minder controles dan normaal. Dat kan best betekenen dat we dingen missen en misschien nooit te weten komen”, zei Herman Ram afgelopen jaar in een podcast met Voetbal International en een vraaggesprek met Trouw.

In de eerste drie maanden van de coronapandemie waren er veel minder dopingcontroles dan normaal. Bron: Pixabay. Door: Stevepb.

Inmiddels is het aantal dopingcontroles weer redelijk op het oude niveau. Het profvoetbal is in september 2020 bijvoorbeeld weer begonnen en dat betekent dat het voor deze sport weer mogelijk is om zowel binnen- als buiten wedstrijdverband te controleren op doping. De beperkingen blijven er echter wel, vertelt Ram. Allereerst moet de dopingcontroleur klachtenvrij zijn om de test af te nemen. Ook werken de controleurs met mondkapjes, handschoenen en is het zaak om alle spullen schoon te maken. ,,Dit betekent wel dat we meer tijd per controle bezig zijn en over het geheel helpt dat natuurlijk niet.

In normale tijden bekijkt een dopingcontroleur tijdens de urinetest of de urineproductie van de sporter op de goede manier verloopt. Dit is nu vanwege de 1,5 meter afstand niet mogelijk. De Dopingautoriteit wil er ook niet aan om met een tablet mee te kijken. ,Dat is een zwakte, maar niet een heel grote zwakte”, stelt Ram. ,,We gebruiken de tablet om de omgeving te scannen. Op deze manier kunnen we goed meekijken met de omgeving waar iemand is.”

Ook benadrukt Ram tegenover Trouw dat duursporters werken met een biomedisch paspoort. ,, Daar kunnen we prestaties over langere tijd beoordelen en ook deels terughalen. Ik zeg niet dat er geen probleem hoeft te zijn, maar ik wil wel waken voor idee dat het drie maanden Sodom en Gomorra is geweest.”

8. Gebruiken schaatsers/voetballers doping?

Uit de cijfers van het jaarrapport van de Dopingautoriteit zou je de conclusie kunnen trekken dat er in het voetbal en schaatsen weinig tot geen doping wordt gebruikt. Toch is de vraag of de cijfers een volledig beeld geven van het dopinggebruik in de sporten. Er zijn weliswaar weinig positieve testen, maar heeft dit er ook niet mee te maken dat er weinig controles zijn?

Volgens KNSB persvoorlichter Carl Mureau is het schaatsen in Nederland een schone sport. Bij de KNVB trekken ze dezelfde conclusie. Dopingexpert Douwe de Boer en Mark Misérus betwijfelen echter of deze sporten wel echt zo dopingvrij zijn. In het filmpje zie je waarom.

Met name in het voetbal is er discussie over het testbeleid. Want zou je met meer testen niet veel meer dopinggevallen vinden? En welke rol speelt de media in het beeld dat wij van dopinggebruik in het voetbal hebben? Sportjournalisten Mark Misérus, Thijs Zonneveld en directeur Dopingautoriteit Herman Ram vertellen in dit achtergrondverhaal over het testbeleid in het voetbal.

Voetbal en schaatsen zijn op het eerste gezicht schone sporten, maar er zal altijd twijfel blijven bestaan wat er zich achter de decoder van de controles afspeelt. Voetballers en schaatsers zijn immers ook gewoon sporters, mensen die koste wat kost willen winnen. Of zoals sportjournalist Mark Misérus het zegt: ,,Ik vind het prima als mensen denken dat voetbal en schaatsen schone sporten zijn, maar dat is niet zo. Het is nooit helemaal schoon. Daarvoor zijn de belangen gewoon te groot. Er zullen vandaag, morgen en overmorgen altijd schaatsers zijn die doping gebruiken. En dat geldt ook voor het voetbal.”

Credits:

Gemaakt met afbeeldingen van jorono - "doping medical drugs" • wiggijo - "cycling road bike bike" • stevepb - "thermometer medications tablets"