Loading

LHPP 5

Bij de uitreiking van de vijfde Leo Herberghspoëzieprijs sprak Gert Boonekamp, names de jury, de onderstaande speech uit. Het is een lofzang op de poëzie van Frans Budé, die de prijs op 19 mei 2018 in ontvangst mocht nemen. De naamgever van de prijs Leo Herberghs was daarbij aanwezig, evenals zijn vrouw Cis. Voor een verslag van de prijsuitreiking op 19 mei 2018 in Schunck Glaspaleis (vijfde etage) gelieve u hier te klikken.

Beste Leo en Cis, Frans en Riet en jullie familie, bestuur van Dichter in Beeld, dappere genodigden en vrienden,

Unaniem koos de jury de dichter Frans Budé als winnaar van de Leo Herberghs Poëzieprijs 2018 en voelt zich bij de keuze extra gesteund door de grote lof die Leo Herberghs sedert jaar en dag uit voor het werk van deze streekgenoot.

In Aanblik wordt zijn hoofd overstelpt met beelden die om betekenis en woorden smeken.

Het oog ziet soms te veel: een mond
loopt weg, een hand raakt niet gevuld.
Zo breed de angst die opspringt
in het lijf, dat wat doet en weg-
haalt, men schiet nabij, draagt
woorden toe als om te stelpen de vloed
die kronkelt in het stille hoofd.

Deze favoriete regels van Frans Budé zijn ook een spiegel van de poëtische aandrift van Leo al is het woord angst wellicht niet op laatstgenoemde van toepassing.

Frans Budé is een dichter met een rijk palet die niet schroomt gedichten te schrijven over componisten en schilders bij gelegenheden als tentoonstellingen en muziekuitvoeringen. Hij wordt daarvoor vaak gevraagd omdat hij er steeds in slaagt een vorm en woorden te vinden waardoor deze kunstuitingen voor de bezoeker of luisteraar oplichten en een extra dimensie krijgen.

De Leo Herberghs Poëzieprijs krijgt hij door wat hij zelf ‘Bestendig verblijf’ noemt dat hij in velerlei nuances evoceert, met name in zijn tekening van het Limburgs landschap. Hij laat daarbij net als Leo horen wat de harmonie van taal en stilte vermag op te roepen waardoor plaatsen waaraan iedereen achteloos voorbijloopt, plotseling verschijnen. Hij maakt die tastbaar op een vaak weemoedige toon. Want meer dan bij Leo is het onvermijdelijke einde, de dood, veelal expliciet zichtbaar en hoorbaar.

Onvermoeibaar wandelend en dichtend, vooralsnog met een obool onder zijn schoen, houdt Frans Budé Charon op diens eigen oever.

Na de vondst in de intieme beslotenheid van zijn tuin van skeletten van gesneuvelde soldaten uit de tijd van de belegering van Maastricht eind 17de eeuw, wijdt hij er een reeks gedichten aan onder de FransBudétitel Een huis in de grond. Daaruit kies ik het laatste gedicht.

Jekerdal
Een laatste blik. En hen dan opnieuw begraven,
halmen opengevouwen, zoden opgetild,
oeverzwarte grond, voegen zij zich toe.
Geen brieven gaan naar huis, de toekomst uit,
de dagen geen nummer, die staat men af.
Een vage hunkering om ooit op zeker uur
gedroomd weer op te staan, het park in aanleg
in te gaan, en iemand zegt: zij zijn wij, liggend
in de zonneweide, helgroene overkant, vrij
van kogelregen stroomt de Jeker, licht en snel,
uitgestrekte armen, begerig naar de Maas.

Constanten in Frans Budés werk zijn leven en dood, afscheid en welkom, hij dwaalt in gangen en kamers van zijn huis, gestuwd door de tijd waar hij de lezer begroet. Frans doet dat vaak letterlijk als hij grote voorgangers oproept onder wie Wilfred Owen, Alain-Fournier en ook Guillaume Apollinaire die hij op het moment van diens dood in zijn eigen leven roept ‘terwijl ik met u in gedachten / tergend langzaam aan een fietstocht begin’. Hij wekt hen tot leven in zijn bundel ‘Achter het verdwijnpunt’, een klassieke Budé-titel. Ook Nederlandse vrienden krijgen hun monument onder wie Hans Groenewegen met de weemoedige handreiking: ‘was nog even gebleven’ en Hans van de Waarsenburg met ‘jouw stem die voor altijd / in mijn hoofd zingt’.

En, Frans Budé is ook een Maastrichtenaar, wellicht een tot de vierde macht als hij over de Maas schrijft waar Leo het moet doen met de Weltervijver en de Caumerbeek. Die rivier stroomt met alle macht en schoonheid komend en verdwijnend door zijn stad waarin Frans Budé wandelend meezingt: ‘Bij elke stap bezig met de overkant … Droom die ik bewaar, ik draag hem met me mee.’

Ik lees uit ‘Achter het verdwijnpunt’ een gedicht waarin hij de rivier toespreekt die zacht en in volle kracht naar zee stroomt.

Sta op, verstrengel je met het weefsel van de nacht,
draag vol trots de rijpe vruchten der aarde,
de ijskristallen van een novembernacht, verplaats
het gemurmel naar een andere zijde. Meet jezelf
vleugels aan, bezweer de nietsontziende dood.
Ontwijk het gekwetter dat stampt in je hoofd,
de golf die door je lichaam glijdt – en dan
onder een zelfverzonnen maan de zee tegemoet,
de zinnelijke, die klotst als aanminnig geruis.

Als Frans Budé wordt getroffen door het landschap en het water, het bos, de tuin, raakt hem de tijdelijkheid, het voorbijgaande dat hij in de taal van het gedicht onder woorden brengt waardoor het alledaagse vol bloed en leven stroomt. In de gekozen gedichten bracht ik dit onder uw aandacht.

Zijn vriend Cees Nooteboom kiest daar een treffende vergelijking voor in het nawoord van ‘Ein Haus in der Erde’, een tweetalige bundel van Frans uit 2016. Ik parafraseer diens gedachtegang. Hij suggereert dat Frans in een kamer naast de zijne verblijft waar die haast geluidloos taal creëert met een eigen muziek die de stilte in een zachte beweging brengt met een hoogst persoonlijke zinsbouw en syntaxis waardoor je gaat smeken om een ontmoeting. Zeer fascinerend noemt Nooteboom de gedichten die Frans Budé wijdt aan voorwerpen die kennissen en vrienden hem cadeau deden na hun vakantie. Ze zijn te vinden in de cyclus Handbagage. Nooteboom noemt daarin het gedicht over een beeldje van een pelgrim dat in het gedicht spreekt wanneer Frans het een stem geeft. De jury vindt dat met name dat aspect correspondeert met de poëzie van Leo die het landschap in zijn talloze verschijningsvormen toonzet waardoor er tussen beide dichters en hun lezers een dialoog ontstaat. Frans Budé vindt dan ook een titel als ‘Airport aarde’ uit zijn bundel ‘Transit’ die met een flits de kern van zijn poëzie én die van Leo verwoordt.

Aan het slot van deze vijfde en laatste uitreiking van de Leo Herberghs Poëzieprijs lees ik namens alle winnaars en betrokkenen als dank aan Leo en Cis het gedicht dat Frans schreef bij gelegenheid van Leo’s negentigste verjaardag die zonder Cis ondenkbaar zou zijn geweest.

Lieflijk landschap

(voor Leo Herberghs)

Over het onbetreden pad schuifelt een naaktslak
door het slijk zijn glimmend spoor de verte in.
Soms moet je een slak zijn, een meeuw in glijvlucht,
nieuwsgierig een andere weg inslaan, kijkend achterom
struikelen over stronken en zien hoe twee mensen
hier houden van elkaar, lachend blijven genieten van
het draaien van die ene molen in de beek, keer op keer
met bakken water omhoog, even geduldig weer neer.

Tenslotte, de jury is gelukkig dat Frans Budé een eeuwige plek krijgt naast vijf collega’s in zijn en Leo’s Limburgs landschap met een regel die hij dadelijk leest en die door Tycho Flore in een boomstam is gebeeldhouwd. Het is een zichtbaar eerbetoon aan een dichter van wie meer dan zeven componisten gedichten op muziek hebben gezet en die in zeker zeven talen is vertaald.

Namens de jury

van de Leo Herberghs Poëzieprijs die naast deze lezer bestaat uit Marije Geenevasen en Rouke van der Houk,

Gert Boonekamp, voorzitter

Maastricht, Heerlen, mei 2018

Gert Boonekamp, voorzitter van de jury LHPP
Created By
Gijs van Elk
Appreciate

Credits:

GvE

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.