Loading

Utrecht staat voor grote opgave: hoe blijft de stad leefbaar én bereikbaar?

De gemeente Utrecht staat voor de uitdaging om de stad ondanks de grote groei bereikbaar te houden voor bewoners, forenzen en bezoekers. De auto neemt in de stad nu nog veel ruimte in, terwijl die ruimte in de groeiende stad juist schaars is. Nieuwe wijken zoals de Cartesiusdriehoek en de Merwedekanaalzone moeten al grotendeels autovrij worden, maar de gemeente wil in de hele stad auto’s vervangen door andere, duurzame vormen van vervoer. Het gaat dan niet alleen om fietsen, maar ook om deelvervoer in de vorm van stepjes en scooters. Op termijn kan ook zelfrijdend vervoer een rol gaan spelen.

Dick Ettema is hoogleraar Urban Accessibility and Social Inclusion aan de Universiteit Utrecht. Hij doet onder meer onderzoek naar nieuwe vervoerssystemen en de impact daarvan. Ettema vindt dat Utrecht voor Europese steden een interessant voorbeeld kan zijn. “Ik denk dat veel Europese steden naar Utrecht kunnen kijken als voorbeeld van een stad met veel ideeën over de mobiliteitstransitie. Er worden veel goede en vooruitstrevende initiatieven genomen, op het gebied van bijvoorbeeld fietsen, maar ook door de integratie van ruimtelijke planning en mobiliteit. De Cartesiusdriehoek en de Merwedekanaalzone zijn hiervan goede voorbeelden”, zegt hij.

De gemeente zet in op verschillende vervoersmiddelen die de auto kunnen vervangen. Ettema ziet fietsen en deelvervoer op korte termijn als de meest relevante opties. Om het aantal fietsers te laten groeien, zijn volgens Ettema wel aanpassingen nodig. “Vanwege de toenemende drukte van het fietsverkeer moet worden gezocht naar een systeem met meer differentiatie in routes. Daarbij kan je denken aan snellere routes, meer recreatieve routes of extra veilige routes”, zegt hij. Door die aanpassingen zou ook de elektrische fiets een rol kunnen spelen in de mobiliteitstransitie. “De e-bike is niet alleen aantrekkelijk voor ouderen, maar ook voor mensen die wat langere afstanden moeten afleggen. Daarvoor is speciale infrastructuur, zoals fietssnelwegen, belangrijk. Het snelheidsverschil tussen de e-bike en de gewone fiets is daar kleiner en er kunnen kortere reistijden bereikt worden”, aldus Ettema.

Fietsnetwerk

De gemeente Utrecht is al bezig met de uitbreiding en verbetering van de fietspaden. Omdat het huidige netwerk niet voldoet voor het groeiende aantal fietsers, wil de gemeente een door- en snelfietsnetwerk aanleggen. De gemeente kijkt naar mogelijkheden voor bruggen en tunnels in de stad, omdat de nieuwe fietspaden vaak vaar-, spoor- en autowegen kruisen. Voorlopig gaat het om acht bruggen en één tunnel die de fietsverbindingen tussen Utrechtse wijken moeten verbeteren.

Niet alleen de fietspaden, maar ook de fietsenstallingen moeten worden uitgebreid. Vorig jaar opende Utrecht vol trots de grootste fietsenstalling ter wereld, maar dat blijkt niet voldoende om aan de vraag naar fietsparkeerplaatsen te voldoen. Op drukke momenten zijn er in Utrecht nu al 11.600 fietsparkeerplekken te weinig. Vooral rondom Utrecht Centraal loopt het tekort snel op. Volgens de gemeente zijn er geen grote locaties meer beschikbaar om fietsenstallingen te bouwen. Daarom wordt gezocht naar meerdere plekken voor kleinere stallingen.

Deelvervoer

De gemeente zet al breed in op het verbeteren van het fietsnetwerk, maar er zijn ook andere vervoersmiddelen die de auto zouden kunnen vervangen. Ettema ziet speciale vormen van deelvervoer op korte termijn als goede optie. “De komende tijd krijgen we te maken met zogenoemde micromobiliteit, in de vorm van deelfietsen, maar ook deelscooters en -stepjes. Er moet wel goed worden nagedacht over hoe het gebruik daarvan duurzaam vervoer kan stimuleren, door bijvoorbeeld de combinatie met het openbaar vervoer. De scooters en stepjes moeten ook geen vervuiling van de openbare ruimte worden”, zegt hij. In de toekomst zou ook de zelfrijdende auto een rol kunnen gaan spelen. “Het gaat, met name in druk stadsverkeer, nog wel even duren voordat er zelfrijdende voertuigen gaan rijden. De uitkomsten daarvan zijn ook nog onzeker. Zelfrijdende auto’s zouden op termijn wel deelvervoer aantrekkelijker maken, omdat de deelauto naar je huis kan komen”, aldus Ettema. “Zelfrijdende voertuigen vereisen wel grote aanpassingen in het stedelijke ontwerp, omdat er in- en uitstapvoorzieningen moeten zijn bij drukke bestemmingen, zoals de Stadsschouwburg en de Galgenwaard.”

Openbaar vervoer

Door de groei van de stad neemt de vraag naar openbaar vervoer dat goed op elkaar aansluit toe. Uit een rapport van onderzoeksbureau Studio Bereikbaar blijkt dat het aantal reizigers in het openbaar vervoer tussen Utrecht Zuidwest, Nieuwegein, IJsselstein en Vianen in 2030 naar verwachting is toegenomen met 40 procent. In het Utrechtse deel gaat het, vooral door de bouw van de Merwedekanaalzone, om minimaal 60 procent meer reizigers. Niet alleen het toenemende aantal bewoners vraagt om maatregelen voor het openbaar vervoer. Ook het feit dat Utrecht en de omliggende gemeenten het autoverkeer willen verminderen speelt een rol. Mensen moeten makkelijk over kunnen stappen op een bus of tram.

Tot 2030 kan de drukte opgevangen worden met betere busverbindingen. Daarna zijn andere maatregelen nodig. Doordat ook het aantal fietsers groeit, komt de betrouwbaarheid van de dienstregeling onder druk te staan. Hoe de maatregelen na 2030 er precies uit gaan zien, wordt nog verder onderzocht. Een van de opties is een deels ondergrondse tramverbinding tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein en IJsselstein. De tram zou tussen de Jaarbeurs en Westraven ondergronds moeten lopen, waardoor hij veel sneller is. Mensen die in het centrum van Utrecht moeten zijn, parkeren hun auto op een grote parkeerplaats net buiten de stad, om vervolgens over te stappen op openbaar vervoer naar het centrum.

Parkeerplaatsen buiten de stad

De provincie Utrecht maakte eind mei bekend een nieuwe parkeergarage met 200 parkeerplaatsen te gaan bouwen bij de P+R Breukelen. Of automobilisten gebruikmaken van zo’n transferium, hangt volgens Ettema af van de bereikbaarheid en parkeermogelijkheden in Utrecht zelf. “Als parkeren in Utrecht moeilijker en duurder wordt, zal het transferium aantrekkelijker zijn en meer gebruikt worden. Samenwerking met werkgevers lijkt me hier van groot belang. Die moeten het gebruik van de P+R stimuleren. Daarnaast moet een transferium aantrekkelijk worden gemaakt met goede voorzieningen, zoals winkels en horeca.”

De uitbreiding van de P+R zorgt in Breukelen voor onrust onder de bewoners. Roy de Pijper is wijkvertegenwoordiger van het Rode Dorp, de wijk die grenst aan de P+R Breukelen. “De uitbreiding van de P+R Breukelen heeft op het gebied van verkeersveiligheid, leefbaarheid en economie grote gevolgen voor de inwoners van het Rode Dorp. De verkeersveiligheid zit al knel door de ligging aan de weg en de bocht richting de Broekdijk”, zegt De Pijper. “Er komen door de uitbreiding dagelijks 400 extra verkeersbewegingen bij. Ik denk dat dat, in combinatie met de rotonde waar veel fietsers overheen rijden, gaat zorgen voor meer ongelukken.”

De Pijper maakt zich ook zorgen over de plannen voor het invoeren van betaald parkeren. “Het invoeren van betaald parkeren zou een ramp zijn. Forenzen gebruiken onze wijk nu al stelselmatig om te parkeren. Als betaald parkeren wordt ingevoerd, gaan mensen op zoek naar alternatieven. Ze komen dan bij ons in de wijk uit, wat de leefbaarheid enorm gaat aantasten”, aldus De Pijper.

Binnenstad

In Utrecht vrezen sommige binnenstadondernemers ondertussen voor de bereikbaarheid van hun zaken. Volgens Ettema zijn die zorgen niet nodig. “De meerderheid van de binnenstadbezoekers komt nu niet met de auto naar de stad, dus ik denk dat de negatieve gevolgen voor de ondernemers in de binnenstad meevallen”, zegt hij. “Als voorzieningen voor fietsen, lopen en openbaar vervoer verder verbeteren, kan de binnenstad ook aantrekkelijker worden. Dat kan zelfs positief uitpakken voor ondernemers.”

De gemeente Utrecht staat voor een grote uitdaging: de stad ook de komende decennia leefbaar én bereikbaar houden. Maar de rol van de Utrechters is misschien wel net zo belangrijk. Zij moeten hun manier van reizen als het aan de gemeente ligt immers ingrijpend gaan veranderen.

Dat mobiliteit een onderwerp is dat veel Utrechters bezighoudt, bleek wel uit de reacties op het artikel dat DUIC schreef over mobiliteit en gedragsverandering. Dat artikel is hier te lezen.