Loading

Presentatie DorpsKerk van 1031 tot heden

De Dorpskerk

Het bestaan van een kapel in Voorthuizen wordt het eerst genoemd in een giftbrief van het jaar 1031. Hierin geeft de Bisschop van Paderborn bij "uitersten wil aan zijn Benedictijner-klooster Abdinckhof, gewijd aan St. Peter en Paulus, de kapel te Vorthusen, ressorteerende onder de kerk te Putten”. Een schenking in 1146 door Paus Eugenius III en in 1183 door Paus Lucius bevestigt dit. Deze kapel was na diverse verbouwingen het oudste gedeelte van het in 1865 gesloopte kerkgebouw en mat toen 16 passen in lengte en 8 passen in breedte. Volgens het schetsboek van C. Pronk moet dit kerkgebouw er voor de sloop zo uitgezien hebben. De toren is vermoedelijk uit de 13de of 14de eeuw.

Sloop en nieuwbouw

Het kerkgebouw, dat een oude bouwvallige kerk verving, werd op 18 maart 1866 officieel door de Voorthuizenaren in gebruik genomen. De toren dateert uit de 15e eeuw, stond bij een middeleeuwse kerk, die oorspronkelijk gewijd was aan St. Odulphus. De kansel dateert van 1682 en stond al in het gesloopte kerkgebouw. Bij de ingang onder de eenvoudige bakstenen toren uit de vijftiende eeuw liggen nog grafstenen uit de oude kerk. Het orgel, gebouwd door de firma Witte uit Utrecht, werd in 1878 in gebruik genomen. De leerkamer die naast de kerktoren aan de kerk werd gebouwd, stamt uit 1920.

Bij het slopen van het gebouw was het gedeelte tot halverwege het koor door een zolder overdekt. De sporen van een gewelf waren nog zichtbaar en kwamen overeen met het resterende van een gewelf, dat nog in de toren aanwezig is. De sloop van het bouwvallige Kerkgebouw in 1865 en de daarop volgende nieuwbouw werd in mrt 1866 voltooid. De nieuwe kerk werd op 18 mrt 1866 officieel in gebruik genomen door Ds. W. Mense met de tekst:

Joh. 10-22: En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter.

Verbouwing en restauratie Dorpskerk

In 1996 vond een zeer ingrijpende verbouwing en restauratie van de Dorpskerk plaat. Het hele interieur werd vernieuwd werd en het orgel werd verplaatst van achter naar voor in de kerk. De restauratie is voltooid op 20 nov. 1996, zoals op de gedenksteen achter in de kerk staat vermeld. In de jaren ervoor waren het dak en de glas-in-loodramen al gerestaureerd.

Wetenswaardigheden

De kansel werd uit het gesloopte kerkgebouw overgenomen en dateert uit het jaar 1682, de daarop geplaatste lessenaar stamt uit 1770. De lichtkroon met 8 blakers is een geschenk van Teuntje Hendriks en werd in het jaar 1740 opgehangen. De lichtkroon met 12 blakers werd geschonken door Hendrik Evertsen in 1749. Tot 1827 was het de gewoonte dat de overledenen in en rond de kerk begraven werden. Op 17 nov. 1827 werd door de Hervormde Gemeente een stuk pastorieland, het Tielerveld genaamd verkocht om een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Bij de ingang onder de toren liggen nog grafstenen uit de oude Dorpskerk. Het orgel in de dorpskerk werd gebouwd door de firma Witte uit Utrecht en op 30 mei 1878 in gebruik genomen. De leerkamer, die naast de kerktoren aan de dorpskerk werd gebouwd, stamt uit 1920.

Voor 1920

Monumentomschrijving Rijksdienst

Toren Ned. Herv. Kerk. Bij de vernieuwing van de kerk in 1865 bleef de eenvoudige, bakstenen dorpstoren bewaard. De rijzige onderbouw, waarvan de verdiepingen gemarkeerd worden door muizetandfriezen, dateert uit de 15e eeuw; de klokkenverdieping is 16e eeuws, heeft eenvoudige, spitsbogige galmgaten en wordt bekroond door een fraaie, ingesnoerde naaldspits van grote hoogte. Tegen de noordwand een traptoren. Mechanisch torenuurwerk B. Eijsbouts, Asten, 1924, nr. 829.

De Toren

De toren is vermoedelijk gebouwd in de 13de of 14de eeuw. Hij is eigendom van de burgelijke gemeente. Op 3 feb. 1737 sloeg de bliksem in het koor van de kerk, zonder brand te veroorzaken. De torenspits moest het echter wel ontgelden, maar hij werd spoedig weer opgebouwd. Omdat de spits van de toren erg scheef stond is zij in 1871 recht gezet. Het uurwerk van de toren is een geschenk van burgermeester C. A. van Nairac en dateert uit 1876. Wanneer de eerste luidklokken zijn geïnstalleerd is niet bekend. Wel is bekend dat in 1777 de Amsterdamse klokkengieter Alexius Petit de twee prachtige klokken van Hemonie heeft ingeruild voor drie nieuwe en daarbij F.139,16 heeft toegegeven.

In de oorlogsjaren zijn de klokken door de Duitsers in 1943 geroofd en omgesmolten. Om toch te kunnen "luiden" was er een groot zaagblad geïnstalleerd. In 1949 zijn er drie gelijkwaardige klokken opgehangen.

Het opschrift op de klokken luidt: Met koperen mond en ijzeren tong Roep ik ter kerke oud en jong Zingt de Heere een nieuw lied Want Hij heeft wonderen gedaan Vredejaar 1945 Een vaste burcht is onze God

1919

2018

2004

Bethabara

De Hervormde Gemeente heeft door de bevolkingsgroei van Voorthuizen in 1960 een tweede predikantplaats gesticht. Er was te weinig ruimte voor het kerkenwerk en verenigingsleven. Daarom besloot men een verenigingsgebouw te stichten waar ook kerkdiensten gehouden konden worden. Dit gebouw werd officieel in gebruik genomen op 29 jan. 1968 en kreeg de naam Bethabara. Deze naam kan men ook vinden in Joh. 1-28, als een doorwaadbare plaats in de Jordaan.

1968

Al snel was er weer ruimtegebrek. Bovendien was er de wens om Bethabara meer de allure van een kerkgebouw te geven. Er werd besloten tot verbouw en uitbreiding in 1978. Op 24 jan. 1979 werd het vernieuwde Bethabara in gebruik genomen.

1979

In 2011 is Bethabara opnieuw gerenoveerd en uitgebreid. Na de verbouwing is er een prachtig kerkgebouw gerealiseerd met veel mogelijkheden. Op onderstaande foto's kunt u een deel van de ontwikkeling van het gebouw zien. Op de eerste zondag in februari 2012 werd het gebouw in gebruik genomen.

2012

De Pastorieën

Kerkstraat 33

De pastorie van wijk 1 werd gebouwd in 1939, zoals op de gedenksteen naast de entree staat. Deze steen vermeld namelijk ”G. van Effrink, president-kerkvoogd der Herv. Gem. 13 mrt. 1939” De totale bouwkosten voor deze pastorie aan de Kerkstraat bedroeg voor die tijd Fl 13.000,=. Noemenswaardig is hier het feit dat Ds. F. van Asch eind 1938 met emeritaat ging. Hij wilde graag in “De Oude Pastorie” blijven wonen en gaf een gift aan de kerk gaf van FL 10,000,= om deze nieuwe pastorie te bouwen. De eerste predikant in deze pastorie was Ds. C. van Dop, die van 5 nov. 1939 tot 13 apr. 1947 aan onze gemeente was verbonden en dus gedurende de oorlogsjaren hier vertoefde.

Voor deze pastorie wordt momenteel een andere bestemming gezocht. De huidige predikant van wijk 1 woont in een andere woning.

De pastorie van wijk 2 werd gebouwd in in 2006 ter vervanging van die aan de Koninginnelaan. De eerste bewoners van deze pastorie is fam. Ds. D van de Streek die op 15 aug. 2006 verhuisde naar het nieuwe adres op Zicht 5. De gedenksteen bij de entree wordt op de onderstaande foto getoond.

Onze Kerkorgels

Het Witte Orgel in de Dorpskerk

Het orgel in deze kerk is in 1878 gebouwd door Johann Frederik Witte, die leefde van 1840 tot 1902. Voor zover bekend, is dit het eerste orgel in deze kerk. In 1875 wordt er al melding gemaakt van een orgelfonds. Als in 1876 de schulden van de herbouw van de kerk zijn afgelost, kan er gedacht worden aan de bouw van een orgel. Hierop is al een lange tijd door predikanten en kerkgangers aangedrongen. Er wordt nu een commissie benoemd die het nodige vooronderzoek zal verrichten. In 1876 bezoekt orgelbouwer Witte het kerkgebouw. Hij zal een plan en bestek opstellen. Op 28 oktober 1876 worden de "Conditien en Voorwaarden" ondertekend (dat is dus de overeenkomst met de orgel-bouwer). De orgeltribune en het schilder - en verguldwerk zijn niet in de prijs inbegrepen.

Het orgel krijgt een "vlak front", omdat de commissie destijds te weinig geld had om aan het uiterlijk te besteden. Belangrijker is het "soldide bouwwerk".

Op 30 mei 1878, op Hemelvaartsdag wordt het orgel in gebruik genomen. Ds Briët heeft als tekst gekozen Efeze 5: 19 en 20. De heer W.F. Enderlé, organist van de Grote Kerk te Nijkerk, begeleidt de gemeentezang. Hij geeft ook zijn mening over het orgel, en wel als volgt: "Het geheele werk dat in eenvoud en sierlijkheid, welluidendheid en kracht niets te wenschen overlaat, is eene aanbeveling te meer voor zijnen maker den heer Witte te Utrecht".

In 1928 wordt een windmotor geplaatst. Tot die tijd moest er lucht "getrapt" worden. Dit gebeurde door een zogenaamde orgeltrapper. Er waren om te kunnen orgelspelen dus altijd twee personen nodig.

Er zijn meerdere restauraties uitgevoerd. In 1963 vindt een restauratie plaats die door de firma B. Koch uit Apeldoorn wordt uitgevoerd. In 1979 wordt opnieuw gerestaureerd, dit keer door de orgelmaker L. Verschueren B.V. Opnieuw worden de vervangen stemmen vervangen, deze keer door ambachtelijk vervaardigd pijpwerk. Ook de Trompet wordt weer vervangen, nu door een originele Trompet van orgelbouwer Witte. Deze Trompet is afkomstig uit het voormalige orgel van de Grote Kerk te Den Haag. Dit orgel werd gesloopt en vervangen door een nieuw instrument. De Bourdon 16 voet, die altijd alleen op het manuaal bespeelbaar was, wordt nu ook zelfstandig op het pedaal bespeelbaar gemaakt.

In 1996 wordt het kerkgebouw weer gerestaureerd. Orgelbouwer Verschueren verplaatst het orgel van de galerij naar een daarvoor gemaakt orgelbalkon boven de preekstoel. Het orgel was donker-bruin maar wordt nu aangepast aan de kleur van de kerk en wit geverfd.

Orgel Bethabara

Het orgel in Bethabara is op 3 okt. 1979 in gebruik genomen en gebouwd door de fa. Verschueren. In 2004 heeft Flentrop de winddruk iets verlaagd en het orgel opnieuw geïntoneerd.

In de media

* Uit Reformatorisch Dagblad, d.d. 8 september 2016

De hervormde Dorpskerk in Voorthuizen is ‘nog maar’ anderhalve eeuw oud. „Maar het is wel een gebouw met een geschiedenis”, zegt koster Jan Liefting. Eind augustus stond de gemeente stil bij het 150-jarig bestaan. De kansel is van 1682, de daarop geplaatste lessenaar dateert van 1710. Twee kroonluchters, door gemeenteleden geschonken, zijn van 1740 en 1749. Kansel, lessenaar en kroonluchters waren al aanwezig in de vorige kerk, die in 1865 wegens bouwvalligheid werd afgebroken. Ze verhuisden mee naar de nieuwe kerk, die in maart 1866 in gebruik werd genomen.

Zo’n duizend jaar geleden stond er al een kleine kapel op de plaats van de Dorpskerk. Voor het eerst werd daarvan, voor zover bekend, melding gemaakt in een giftbrief uit 1031. Daarin geeft de bisschop van Paderborn in Westfalen bij „uitersten wil aan zijn Benedictijner-klooster Abdinckhof, gewijd aan St. Peter en Paulus, de kapel te Vorthusen, ressorteerende onder de kerk te Putten.” Het bisdom Paderborn had toentertijd veel bezittingen in Putten en omgeving. De kapel werd ook genoemd in ”bevestigingsoorkonden” van de pausen Eugenius III (1146) en Lucius III (1183). „In de loop der eeuwen is de kapel uitgebreid tot een veel grotere kerk”, weet archivaris en oud-organist Gijs Donkersteeg. „In 1865 was deze ongeveer even groot als de Dorpskerk van nu. Dankzij twee bewaard gebleven tekeningen uit 1730 en 1744 weten we hoe de oude kerk eruitzag.” Tot 1827 werden overledenen in en rond de kerk begraven. Bij de ingang van de huidige Dorpskerk onder de toren liggen grafstenen uit de vroegere kerk. Op de drempel staan in het Latijn woorden uit Psalm 8 gegrift: „Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt.”

In 1878 werd in de nieuwe Dorpskerk een orgel geplaatst, dat was gebouwd door de firma Witte uit Utrecht. Eerder zong de gemeente a capella onder leiding van een voorzanger. In 1920 volgde een uitbreiding met een ”leerkamer”, naast de kerktoren. Twintig jaar na de ingebruikname werd de nieuwe kerk een kerkhistorische locatie. De predikant van Voorthuizen, dr. mr. Willem van den Bergh, en zijn kerkenraad gaven mede de aanzet tot de Doleantie, de gereformeerde afscheidingsbeweging in 1886. „Maar toen de gereformeerden in 1890 hun eigen kerk kregen, bleven nogal wat Voorthuizenaren hun vertrouwde plekje in de banken van de hervormde Dorpskerk innemen”, aldus koster Liefting. In 1996 werd de kerk zeer ingrijpend verbouwd en gerestaureerd. Het hele interieur werd vernieuwd en kreeg een andere kleur, niet meer donker eiken, maar veel lichter. Het orgel werd verplaatst van achter op de galerij naar voor in de kerk, boven de kansel. In de jaren ervoor waren het dak en de glas-in-loodramen al gerestaureerd. Er kwamen zes kroonluchters bij, een schenking. Donkersteeg had liever de oude uitstraling behouden. „Maar comfort en nostalgie gaan meestal niet samen.” Liefting kan de vernieuwing waarderen. „In de oude opstelling was er amper plaats om een rouwkist binnen te dragen. En de nieuwe banken zitten veel beter.” De kerk telt nu 750 zitplaatsen. Liefting is al 31 jaar koster, de laatste jaren combineert hij die taak met het beheer van het kerkelijk bureau. Vader Gerard was eveneens koster, 35 jaar lang, en daarnaast pastoraal werker. Liefting sr. ging in Voorthuizen en de regio ook voor in kerkdiensten. De Dorpskerk is niet de enige plaats waar de 3300 leden tellende hervormde gemeente van Voorthuizen ’s zondags samenkomt. Sinds 1968 wordt er ook gekerkt in Bethabara in het noordelijk deel van het dorp. De 150-jarige Dorpskerk, die aan de doorgaande route richting Putten staat, levert de kerkrentmeesters extra inkomsten op door verhuur.

De toren van de Dorpskerk, eigendom van de gemeente Barneveld, is vermoedelijk gebouwd in de dertiende of veertiende eeuw. Het uurwerk in de toren, een geschenk van burgemeester Carel August Nairac, dateert van 1876.

In de Tweede Wereldoorlog zijn de drie luidklokken door de Duitse bezetter geroofd en omgesmolten. In de omgeving van de kerk werd in april 1945 hevig gevochten.

In 1949 zijn er in de toren drie gelijkwaardige klokken opgehangen, voorzien van het opschrift ”Met koperen mond en ijzeren tong/ Roep ik ter kerke oud en jong/ Zingt de Heere een nieuw lied/ Want Hij heeft wonderen gedaan/ Vredejaar 1945/ Een vaste burcht is onze God”.

E I N D E

Created By
Ronald Glind
Appreciate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a copyright violation, please follow the DMCA section in the Terms of Use.