Loading

Nederlands spel 12 juni 2018

Blok 3, 4 en 5

1

Hieronder staan tien zinnen. Noteer of ze in de lijdende (A) of de bedrijvende vorm (B) staan.

1 Het volk wordt door de koning begroet.

2 De uitgeverij bracht dit boek in 2017 uit tijdens de Boekenweek.

3 Het geheim is verklapt door één van de organisatoren.

4 De toespraak werd door het schoolhoofd gehouden.

5 Mira wordt door haar vriend van diefstal beschuldigd.

6 De trein die een half uur vertraging had, reed eindelijk het station binnen.

7 Hij zal waarschijnlijk de iPhone X kopen.

8 De auto is door de man gekocht.

9 Mijn dochter zoekt een kamer in Utrecht.

10 Je moet hem niet zo plagen.

2

Lees de zinnetjes hieronder. Benoem de vetgedrukte woorden.

Kies uit de volgende woordsoorten: znw – lw – bnw – vz – pers. vnw – zww – hww – kww – bez. vnw – wederkerend vnw – wederkerig vnw – vr. vnw – aanw. vnw – betr. vnw – onb. vnw – onb. hoofdtelw. – onb. rangtelw. – bep. hoofdtelw. – bep. rangtelw. – ondersch. vw. – nevensch. vw – bw

Steeds (1) meer mensen betwijfelen (2) het nut van het gebruik van (3) koemelk.

Er is (4) een onderzoek (5) verschenen waaruit blijkt dat (6) lactose voor sommige (7) mensen schadelijk is.

Zij kunnen dit (8) beter vermijden.

Niet iedereen (9) weet goed hoe je je schoenen het beste (10) kunt poetsen

3

Hieronder staan tien zinnen. Vervoeg de werkwoorden in elk zin. Kies voor de tegenwoordige tijd als de tijd niet duidelijk uit de zin blijkt.

1 Nadat mijn vader de auto met was … (behandelen), glanst hij altijd als een spiegel.

2 … (Worden) vrijwilliger bij de dierentuin, een leukere werkplek bestaat niet!

3 De nieuwe profielfoto van Anisha werd door duizenden volgers … (liken).

4 Om ziektes te voorkomen is het belangrijk dat je een teek direct uit de huid … (verwijderen).

5 … (Vinden) je broer het goed dat je zijn fiets hebt geleend?

6 Voordat ik naar de stad ging, heb ik uitgebreid … (douchen).

7 Na een baan als vakkenvuller is Rik … (bevorderen) tot medewerker klantenservice.

8 Vannacht heeft het … (vriezen), maar nu stijgt de temperatuur weer langzaam.

9 De coureur kwam in de problemen en … (crashen) met zijn raceauto tegen een brandweerwagen.

10 Onze school … (verbieden) petjes en mobiele telefoons in de klas.

4

Hieronder staan tien woorden. Noteer van elk(e) woord(groep) of het goed of fout gespeld is.

1 Sint Mariekapel

2 mevrouw Ten Have-Muller

3 30+ kaas

4 politieagent

5 kant- en klaarmaaltijd

6 tostiijzer

7 oud-leerling

8 kop-staartbotsing

9 café restaurant

10 het Stille Oceaangebied

5

v, f of ff

Hij promo_1_eerde op een onderzoek naar de in_2_erieure kwaliteit van con_3_ectiekledeing.

De _4_unctionaris ging op vakantie in een lie_5_lijk dorp aan een meer.

Hij pleegde _6_raude met zijn re_7_erenties.

Hij sprak met gea_8_ecteerde stem over het optreden van de con_9_erencier op de con_10_erentie.

6

x, xc of cc

De e_1_ellentie wenste een uitvoerige e_2_plicatie.

De e_3_entriekeling sprak met een bekakt a_4_ent.

Wij wensen jou su_5_es met je e_6_peditie naar de Andes.

De e_7_plosie verwoestte de e_8_positieruimte volledig.

Na wat e_9_perimenten liep de e_10_ploitatie een stuk beter.

7

s, c, z, ss, sz of sc

De explo_1_ie vernielde de lambri_2_ering van de di_3_otheek.

Hij weigerde hal_4_tarrig zijn finan_5_iële beleid te veranderen.

Het werd voor de a_6_istent een ob_7_essie om eind te maken aan de de malai_8_e.

De mensen op de amba_9_ade hadden dit _10_enario niet verwacht.

8

dd, d, tt, t, of dt

Er wordt morgen gedeba_1_eerd over gewel_2_adigheid onder de voetbalsupporters.

Op die beel_3_enis is hij pas ach_4_ien.

Ik heb een har_5_grondige hekel aan zogenaamde pi_6_oreske dorpjes.

De gecommi_7_eerden raakten geïrri_8_eerd door het slordig nagekeken werk.

Wat is de bree_9_e van de ca_10_acombe?

9

Wat is het meervoud van:

1.opa

2. iPad

3. shampoo

4. flamingo

5. dahlia

6. perzik

7. drie

8. monnik

9. encyclopedie

10. bangerik

10

Welk zinsdeel is de dikgedrukte woordgroep:

1. De wielrenner behaalde zonder veel moeite de overwinning.

2. Om halfzes had de zieke een afspraak bij de dokter.

3. De bezorgde moeder wandelde elke dag met haar zoon naar school.

4. Vanuit de boomhut zag de jager het everzwijn aankomen.

5. De betogers wierpen stenen naar de politie.

6. Tijdens de wintermaanden waarschuwt men regelmatig voor aanvriezende mist.

7. Wordt dat meisje morgen al elf jaar?

8. Voor zijn verjaardag gaf An hem een prachtig geschenk.

9. Als iemand pech heeft, moet je hem helpen.

10. Hij duwde de boot met een peddel in het water.

11

Wat is de betekenis van

1. impuls

a zwakstroom

b straling

c aansporing

2. floreren

a goed gaan

b met bloemen strooien

c bijschaven

3. recent

a boekbeoordelaar

b kort geleden

c dirigent

4. geperforeerd

a doorboord, met een rij gaatjes

b christelijk

c stekelig

5. ongerept

a onbeschadigd

b verzwegen

c vlak

6. duperen

a benadelen

b gaten maken

c glad strijken

7. dubieus

a twijfelachtig

b troebel

c streng

8. arsenaal

a bewaarplaats voor wapens

b kanon

c paling

9. saneren

a tandenpoetsen

b orde op zaken stellen

c waarschuwen

10. laconiek

a doodkalm

b verlegen

c aarzelend

12

Hieronder staan tien zinnen. Vervoeg de werkwoorden in elke zin. Kies voor de tegenwoordige tijd als de tijd niet duidelijk uit de zin blijkt.

1 Is je salaris deze week … (betalen) of zit je er nog op te wachten?

2 Na het squashen hebben we nog een uur … (volleyballen).

3 Als je in een groepje naar school fietst, … (houden) dan voldoende afstand.

4 Adam … (verspreiden) de agenda voor de vergadering van de leerlingenraad die deze middag zal plaatsvinden.

5 Tijdens het feest werden heerlijke cocktails geserveerd die Isa … (blenden) op geheel eigen manier.

6 Nadat ze een steek opliep van een exotische mug … (krabben) de stewardess haar arm open van de jeuk.

7 Als je regelmatig een sport … (beoefenen), dan blijf je fit en je conditie zal verbeteren.

8 De spraakmakende talkshowhost … (bevestigen) de geruchten dat hij failliet is gegaan.

9 De vulkaan Sangeang … (bevinden) zich op een van de Kleine Soenda-eilanden, ten oosten van het populaire vakantie-eiland Bali.

10 Mijn broer neemt vaak de trein in plaats van de auto, omdat hij het liefst alle files … (vermijden).

Nieuwe oefeningen (november 2017)

Blok 1 en blok 2

3.A.1

A. Paul, een afgestudeerde student, verlangt erg naar vakantie.

Welk zinsdeel is:

1. Paul, een afgestudeerde student

2. verlangt

3. afgestudeerde

4. naar vakantie

5. erg

B. De presentatrice, een donkerharige vrouw, luisterde aandachtig naar haar gast.

Welk zinsdeel is:

6. luisterde

7. donkerharige

8. naar haar gast

9. aandachtig

10. een donkerharige vrouw

3.A.2

Hieronder staan tien zinnen. Geef aan of de zinnen nevenschikkend of onderschikkend zijn.

1. Als u iets wilt bestellen moet u snel zijn, want de keuken gaat sluiten.

2. We hebben een leuke dag gehad op het strand, maar ik was wel moe toen we thuiskwamen.

3. De kustwacht houdt zwemmers in de gaten en grijpt in geval van nood in.

4. Vandaag ga ik niet zwemmen, omdat ik me niet lekker voel.

5. Eva heeft Joran een e-mail gestuurd en ze heeft hem ook gebeld.

6. Wil je dit weekend thuisblijven of heb je zin om weg te gaan?

7. Ik zie dat je vanochtend geen tijd hebt gehad om je te scheren.

8. Peter bakt een brood en Tjeerd helpt zijn vader.

9. Terwijl zijn klasgenoten plezier maken, zit Kees hard te blokken.

10. Vandaag gaat mijn zoontje niet naar school, want hij voelt zich niet goed.

3.A.3

Lees de tekst. Benoem de schuingedrukte, vetgedrukte woorden.

Kies uit: znw – lw – bnw – vz – pers. vnw – zww – hww – kww – bez. vnw – wederkerend vnw – wederkerig vnw – vr. vnw – aanw. vnw – betr. vnw – onb. vnw – onb. hoofdtelw. – onb. rangtelw. – bep. hoofdtelw. – bep. rangtelw. – ondersch. vw. – nevensch. vw – bw

Het gebruik van doping in (1) topsport is een groot (2) probleem. Het is niet gelukt hier een einde aan te maken, ondanks (3) het feit dat de controles steeds strenger worden. Er worden veel pillen gebruikt en (4) er is nu ook sprake van (5) een nieuwe vorm van doping: het (6) uitrusten van fietsen met motortjes die (7) moeilijk op te sporen zijn. Hoewel iedereen (8) het erover eens is dat hieraan een einde zou (9) moeten komen en sporters (10) zich bewust zijn van de risico’s, blijft het probleem bestaan.

3.A.4

Hieronder staan tien werkwoorden. Leid van deze werkwoorden een zelfstandig naamwoord af.

1. romantiseren

2. beheren

3. controleren

4. garanderen

5. anticiperen

6. blokkeren

7. debuteren

8. legitimeren

9. ambiëren

10. collaboreren

3.A.5

Hieronder staan vijf zinnen. Vervoeg de werkwoorden in elke zin. Kies voor de tegenwoordige tijd als de tijd niet duidelijk uit de zin blijkt.

Het … (1. verbazen) me niets dat mijn moeder haar kapsel alweer heeft …. (2. veranderen).

Zodra de schoenen waren … (3. afprijzen), heb ik ze meteen … (4. bestellen).

Nadat ze een rondje om het park … (5. skaten) heeft, … (6. besteden) Fatima de rest van de middag aan haar huiswerk.

Mijn zusje zei dat ze dieren in gevangenschap zielig … (7. vinden), waarna ze het konijn uit zijn hok … (8. bevrijden).

Omdat de weerman regen … (9. voorspellen), hebben de meeste mensen zich een ritje naar het strand… (10. besparen).

3.A.6

Hieronder staan 10 zinnen. Noteer de juiste schrijfwijze van de vetgedrukte woorden.

1 De gids leidde/lijdde ons enthousiast door het museum.

2 De timmerman maakte de latjes met een boud/bout aan elkaar vast.

3 Voordat je oliebollen kunt gaan bakken, moet het beslag eerst reizen/rijzen.

4 Kom, we gaan de weide/wijde wereld in!

5 Het lied ‘Vader Jacob’ kun je goed in canon/kanon zingen.

6 Dat lijnen is maar een gril/grill van Sanne; over een week eet ze weer normaal.

7 Door de grote regenval steeg het water tot het allerhoogste pijl/peil.

8 De geïnteresseerde koper bood/boot een hoog bedrag voor onze camper.

9 Na een uurtje verliet ik de kapperszaak met een nieuwe coup/coupe.

10 In sommige sprookjesboeken komen elfen/elven voor.

3.A.7

Hieronder staan tien woorden. Noteer de juiste meervoudsvorm van elk woord.

1 trolley

2 alibi

3 shampoo

4 illustratie

5 penalty

6 commentaar

7 brandkluis

8 cliché

9 leeuwin

10 coupé

3.A.8

Hieronder staan 10 woorden. Noteer het juiste verkleinwoord van elk woord.

1 loempia

2 verdieping

3 bodem

4 gang

5 tv

6 logo

7 taxi

8 coupé

9 pizza

10 aanrijding

3.A.9

Hieronder staan tien woorden. Verbeter de fouten.

1 bbq’en

2 CDA-er

3 ’s zomers

4 Irenes tas

5 Rik’s moeder

6 t’ waait

7 met zn allen

8 sms-en

9 Kees vader

10 PvdA’er

3.A.10

Hieronder staan 10 woorden. Verbeter alleen de fout gespelde woorden.

1 thee-ei

2 autoëxport

3 drieënhalf

4 elektricien

5 industrieel

6 bacterien

7 ideeën

8 naief

9 zee-eend

10 essentiëel

3.A.11

Vul in: is - lachen - loopt - preekt - ruilen - verloopt - volgen - wil - wordt - zinkt

1. Als de vos de passie ... boer pas op je kippen.

2. Als de vriendschap te groot is ... ze over.

3. Als de wijn is in de man ... de wijsheid in de kan.

4. Als de wijn ... zwemmen de woorden boven.

5. Als een engel Duivel ... is hij de booste van allen.

6. Als één schaap over de dam is ... er meer.

7. Als er twee ... moet er één huilen.

8. Als het aas ligt in de graven dan ... alle raven.

9. Als het getij ... verzet men de bakens.

10. Als het hooi het paard volgt dan ... het gegeten zijn.

3.A.12

Hieronder staan vijf zinnen. Vervoeg de werkwoorden in elke zin. Kies voor de tegenwoordige tijd als de tijd niet duidelijk uit de zin blijkt.

Ondanks dat hij voor wiskunde altijd goede cijfers … (1. behalen), … (2. beloven) het volgens Anil weer een lastige toets te worden.

Tegen de beschuldiging dat hij zijn buren … (3. bedreigen) heeft de verdachte zich … (4. verweren) zonder een advocaat te raadplegen.

Omdat mijn moeder alles … (5. bewaren), hebben mijn vader en ik haar ... (6. pushen) om spullen naar de kringloop te brengen.

Ik heb je al drie dagen geleden … (7. e-mailen), maar je hebt nog steeds niet … (8. replyen).

Toen wij wegens een lekke band … (9. stranden), … (10. verpesten) dat onze hele dag.

Nieuwe oefeningen (29 mei)

2.A.1

1) Ik heb de hele avond ........ tasje vastgehouden.

a. Annies

b. Annie's

2) Ik heb een anker op mijn arm laten ........ .

a. tatoëren

b. tattooëren

c. tatoeëren

d. tatoueren

3) Na de middelbare school kwam de ........ van zijn talenten pas goed op gang.

a. ontplooiïng (trema op 2e i)

b. ontplooiing

c. ontplooïing (trema op 1e i)

d. ontplooing

4) De grenspost werd bewaakt door soldaten met ........ .

a. mittrallieurs

b. mitrallieurs

c. mitrailleurs

d. mittrailleurs

5) De verslaggever ........ voorbijgangers.

a. intervieuwt

b. interviewt

c. intervieuwd

d. interviewd

6) Ik heb een ........ hekel aan spinazie.

a. hardgrondige

b. hartgrondige

7) Je kunt er niet ........ van uitgaan dat het in Lapland vriest.

a. a-priori

b. apriori

c. a priori

d. à priori

8) Dat is waar. Dat valt niet te ........ .

a. logenen

b. loochenen

c. lochenen

9) De acteur leek alles uit zijn hoofd te doen, maar naast het toneel stond iemand te ........

a. soufleren

b. souffleren

c. souvleren

d. soevleren

10) De recherche heeft alle bezittingen van de garagehouder ........ .

a. geconfiscueerd

b. geconfisqueerd

c. geconfiskeerd

d. geconfisceerd

2.A.2

Sterk of zwak?

1. borstelen - borstelde - geborsteld

2. klussen - kluste - geklust

3. meelijden - leed mee - meegeleden

4. ingraven - groef in - ingegraven

5. afranselen - ranselde af - afgeranseld

6. afladen - laadde af - afgeladen

7. dabben - dabde - gedabd

8. afslieren - slierde af - afgeslierd

9. bezitten - bezat - bezeten

10. mededelen - deelde mede - medegedeeld

2.A.3

Welke vorm ontbreekt?

1. kijken - … - gekeken

2. schieten - … - geschoten

3. dwingen - … - gedwongen

4. zinnen - … - gezonnen

5. lijden - … - geleden

6. zwellen - … - gezwollen

7. sluiten - … - gesloten

8. barsten - … - gebarsten

9. vechten - … - gevochten

10. lachen - … - gelachen

2.A.4

Welke vorm ontbreekt?

1. trekken - trok - …

2. zenden - zond - …

3. stijven - steef - …

4. wijken - week - …

5. laden - laadde - …

6. zwerven - zwierf - …

7. dingen naar - dong naar - …

8. moeten - moest - …

9. slapen - sliep - …

10. zwemmen - zwom - …

2.A.5

Welke vorm ontbreekt?

1. … - voer - gevaren

2. … - rook - geroken

3. … - prees - geprezen

4. … - begon - begonnen

5. … - droeg - gedragen

6. … - werd - geworden

7. … - sliep - geslapen

8. … - zat - gezeten

9. … - zeeg neer - neergezegen

10. … - weet - geweten

2.A.6

De letters zijn door elkaar gegooid. Welk werkwoord staat hier? Tip: 1 = flabberen!

1. freabelbn - fblbadree - gfaeelbbrd

2. atpeleifpn - tppidlee af - agtepliefpd

3. annkeatan - kantte aan - aakganent

4. hsrcloheen - hdhoslcreoe - hhoslercod

5. agredfgen - degrde af - agerefgdd

6. ligsesveen - vitse leeg - leegisvget

7. lriueen - ledriue - greluied

8. mevaeren - voer mee - magereeevn

9. bpijaplen - ltape bij – bglaipjet

10. meieenzgn - znog mee - meeezenggon

2.A.7

Welk voorzetsel hoort hier te staan?

1. Zij voldoet ….. alle eisen om toegelaten te worden.

2. Frankrijk en Duitsland hebben vaak ….. elkaar gevochten.

3. Dat liedje herinnert mij altijd ….. vroeger.

4. Het hangt ….. je examencijfers af of je slaagt.

5. Ons nieuwe huis is heel erg goed beveiligd ….. diefstal.

6. Jullie moeten niet constant zo ….. de zaken vooruitlopen.

7. Wie zich op tijd heeft aangemeld, dingt mee ….. de hoofdprijs.

8. De gekke man gaf zich ….. een politicus uit.

9. Het water is gezuiverd ….. alle ongerechtigheden.

10. Je moet in Londen nog altijd bedacht zijn ….. mist.

2.A.8

Welk voorzetsel hoort bij dit werkwoord?

1. ontkomen …..

2. bevreesd zijn …..

3. ingaan …..

4. (zich) toeleggen …..

5. lachen …..

6. voorzien zijn …..

7. schrikken …..

8. waarschuwen …..

9. je wenden …..

10. slagen …..

2.A.9

.... + .... = .....

1. boeren + metworst = …..

2. boogiewoogie + pianist = …..

3. gouden medaille + winnaar = …..

4. openlucht + theater = …..

5. lange afstand + loper = …..

6. lange baan + wedstrijd = …..

7. rode wijn + glazen = …..

8. vier gangen + diner = …..

9. zwarte kousen + kerk = …..

stomme film + actrice = …..

2.A.10

s, z, sc, ss, sz of s?

De explo(1)ie vernielde de lambri(2)ering van de di(3)otheek.

Hij weigerde hal(4)tarrig zijn finan(5)iële beleid te veranderen.

Het werd voor de a(6)istent een ob(7)essie om een eind te maken aan de malai(8)e.

Hij was ab(9)ent omdat hij een ab(10)es in zijn keel had.

2.A.11

Welk woord is goed gespeld?

1.

a. dukdalf

b. duckdalf

2.

a. begrafenis

b. begravenis

3.

a. lakoniek

b. laconiek

4.

a. toernooi

b. tournooi

5.

a. compliment

b. compliement

6.

a. alinia

b. alinea

7.

a. absent

b. abcent

8.

a. alleszins

b. allezins

9.

a. spersiebonen

b. sperziebonen

10.

a. rascist

b. racist

2.A.12

Werkwoordspelling

1. De tegenstander aanvaar__e de verkiezingsuitslag niet.

2. De mensen vluch__en na de overstroming naar hoger gelegen gebieden.

3. Vin__ jij dat dat je broer een juiste keuze heeft gemaakt?

4. Het lij__ geen twijfel dat dat het horloge ontvreemd is.

5. De uitgepu__e schaatser scheurde zijn pak tijdens de val.

6. De schaatsers werden toegejuich__ door het toegestroomde publiek.

7. De computer crashte als gevolg van de gedownloa__e cookies.

8. Op de Dam tree__ een groot aantal artiesten op.

9. In Veen tra__ de politie een aantal keer op.

10. Als Adriaanse bij AZ vertrek__, volgt Van Gaal hem op.

Oude oefeningen:

1.A.1

Wat is het meewerkend voorwerp?

1. De directeur gaf haar een mooi cadeau.

2. Het vakantiewerk heeft ons vijftig euro opgeleverd.

3. Voor de school stond een groep jongens.

4. Die overtreding kostte hem de gele kaart.

5. Hij liet haar zijn website zien.

6. De winnaar wordt een boekenpakket aangeboden.

7. Zij heeft hem het nieuwtje al verteld.

8. Heb je voor mij ook een blikje meegebracht.

9. Bij de opening van de schouwburg hebben ze alle bezoekers een drankje aangeboden.

10. Waarom hebben jullie dat aan hem gegeven?

1.A.2

Wat is het lijdend voorwerp?

1. Ze hebben de bezoekers bij de opening een leuke verrassing gegeven.

2. De toets heeft Albert een onvoldoende opgeleverd.

3. De leraar moest haar de iPod teruggeven

4. Iedere dag worden aan de ambtenaar veel vragen gesteld.

5. Artsen zonder grenzen hebben de slachtoffers medicijnen en dekens uitgedeeld.

6. Je opmerking lijkt me niet erg gelukkig.

7. Zij leent haar zus nooit iets.

8. De leraar liet de klas de nieuwste Lijsters zien.

9. We hebben mijn opa een fles drank gegeven.

10. De burgemeester is vanmorgen het eerste exemplaar aangeboden.

1.A.3

Wat is het onderwerp?

1. Op Terschelling stonden borden op het strand die waarschuwden voor de gevaarlijke stroming.

2. Bij deze verschrikkelijke hitte ga ik dat werk niet doen.

3. Tijdens het toernooi zal de sponsor de drankjes betalen.

4. Tijdens de uitwisseling in Denemarken heb ik mijn telefoon verloren.

5. Wij zagen in de haven een prachtig zeiljacht.

6. Je moet hem wel zijn boek teruggeven.

7. Zij is dol op haar hondje.

8. Hij gaf het haar.

9. Dat lijkt mij niet handig.

10. Hij stond te wachten op zijn vriendin.

1.A.4

Wat is de persoonsvorm?

1. Ik eet een boterham.

2. Ik zit de hele dag op twitter.

3. Ik retweet nooit.

4. In de avond moet ik mijn telefoon inleveren.

5. Mijn telefoon gaat om de haverklap.

6. Ik ren me rot naar alle lokalen.

7. De vrijdag is echt te lang.

8. Morgen moet ik trainen voor voetbal.

9. Zaterdag heb ik een wedstrijd.

10. In dat restaurant kom ik graag.

1.A.5

Zeg van de werkwoordsvormen of ze een hulpwerkwoord (hww), een zelfstandig werkwoord (zww) of een koppelwerkwoord (kww) zijn.

(1. Mag) jij vuurwerk (2. afsteken)?

Hij (3. heeft) een nieuwe auto.

De meeste leraren (4. zijn) aardig.

Zij (5. mag) zaterdag naar de disco.

Dr. Atkins (6. was) toen weer drie kilo (7. aangekomen).

Dat (8. zou) ik nooit (9. gedaan) (10. hebben).

1.A.6

Welk voorzetsel?

1. een gesprek voeren … je mentor

2. een overwinning behalen … je tegenstander

3. het besturen … een auto

4. stuiten … een zwerm bijen

5. mededelingen doen … de situatie

6. het woord richten … de klas

7. een beroep doen … zijn verantwoordelijkheidsgevoel

8. verslaafd zijn … gamen

9. gehecht zijn … luxe

10. vertrouwen hebben … iemand

1.A.7

Jou of jouw, u of uw?

1. Is dat schrift van …?

2. Klaas vindt … recept beter.

3. Zal ik … even helpen?

4. Ik erger me aan … gemopper.

5. Ik doe dat in … aller belang.

6, Hij heeft u … brommer zien stallen.

7. Hij heeft … jas naar de garderobe gebracht.

8. Ik heb … broer ook uitgenodigd, meneer Jansen.

9. Dat is niet van … .

10.Ik waarschuw … niet nog een keer.

1.A.8

Wat is de betekenis van......?

1. inheems

a. van het land zelf

b. plat

c. achterstallig

2. feilloos

a. zonder fouten

b. heel diep

c. glad

3. amanuensis

a. helper bij scheikunde of natuurkunde

b. conciërge

c. hulpbisschop

4. fiasco

a. mislukking

b. samenwerking

c. ijskoud

5. benijden

a. jaloers zijn op

b. plat maken

c. zitten naast iets of iemand

6. alibi

a. bewijs dat je op moment van misdaad ergens anders was

b. vogel

c. visum

7. gecompliceerd

a. gekopieerd

b. moeilijk

c. bewerkt

8. parallel

a. evenwijdig

b. harde klap

c. parachutist

9. barbaars

a. arm

b. van de kapper

c. ruw

10. belemmeren

a. bevloeien

b. verhinderen

c. zeuren

1.A.9

Benoem het woord waar het cijfer achter staat.

De vijf (1) eilanden van de (2) Nederlandse Antillen en Aruba (3) hebben internationaal naam gemaakt door de prachtige (4) onderwaterwereld. De prachtige vissen (5) en het schitterende koraalrif trekken (6) liefhebbers van overal op de wereld. Indien (7) u wilt leren duiken, kunt u terecht bij talloze duikscholen. In (8) het hoogseizoen is het verstandig om een duikcursus te reserveren, de rest (9) van het jaar kunt u gewoon beginnen wanneer u (10) wilt.

1.A.10

Vul de juiste spelling in.

1: Het (stelen) schilderij.

2: Het (verkopen) boek.

3: Het (stranden) schip.

4: De (rennen) afstand.

5: De (lopen) afstand.

6: De (posten) brief.

7: Het (afbranden) huis.

8: De (sluiten) envelop.

9: De (openen) envelop.

10: De (verven) muren.

1.A.11

Wat is het meervoud van:

1: salto -

2: ree -

3: zee -

4: cadeau -

5: havik -

6: operatie -

7: observatie -

8: leeuwerik -

9: lomperik -

10: neusspray -

1.A.12

Werkwoordspelling

1. Ik ben benieuwd hoe lang hij het uithou... .

2. Hij beoordeel... de gebeurtenis niet erg objectief.

3. Word... je nog opgenomen in de selectie van het eerste elftal?

4. Heeft die scheidsrechter alweer ge... (fluiten) bij een thuiswedstrijd van onze club?

5. Ik ben in 2009 verhuis...naar Amsterdam.

6. Beantwoor... hij de post altijd zo laat?

7. Hij heeft zijn reactie maar snel gedele... .

8. Het gebeur... de laatste tijd steeds meer .

9. De lekkagevlekken zijn nog steeds zichtbaar op het pas gewi... plafond.

10. Hij zat op de plek waar hij wel vaker uitrus... na zware arbeid.

Credits:

Created with images by Skitterphoto - "pink tulip bulb field spring flower nature" • Inge Maria - "Rain drops" • 147685 - "nest bird's nest nesting blackbirds birds nature" • MabelAmber - "tree pollards willow" • geralt - "globe clouds sky" • PublicDomainPictures - "arrangement beautiful blooming bulb bulbs color dutch" • Skitterphoto - "pink tulip bulb" • Vincent van Zalinge - "untitled image" • yorgunum - "white bicycle beyazbisiklet bicycle bicycle bicycle bicycle" • kellepics - "fantasy winter horse" • FrankWinkler - "bank reed water boat rowing boat clouds" • Aaron Burden - "Daisy from below in macro" • WikiImages - "locomotive diesel russia train traffic smoke steam" • Pexels - "beautiful dark face" • MrTopper007 - "Kids going to school in India" • Editor B - "Dope King" • geralt - "system network news" • FocusEditzDeba - "clouds weather nature" • Efraimstochter - "troll gnome mythical creatures" • Meditations - "abstract blur britain" • Pixel-mixer - "crash test collision 60 km h" • Partij van de Arbeid (PvdA) - "Poster PvdA" • Dennis Buchner - "Woody’s Reflection" • dimitrisvetsikas1969 - "wagon bales hay" • Sean MacEntee - "email" • punttim - "woman cyclist tattoos arms skin ink bodyart" • brianteutsch - "Dabbing" • Martin Pettitt - "Warthogs Fighting" • CherylTan - "boy child thinking swimming swim meet pensive" • cocoparisienne - "dogs animals sunset friends friendship affection silhouette" • MemoryCatcher - "beached boat fishing wreck red abandoned fishing" • derwiki - "london parliament england ben ben westminster tower" • egrodziak - "His Master's Voice" • andy.osuna - "Tin Chaplin" • Unsplash - "concert audience performance entertainment crowd event festival" • JeepersMedia - "Green Beans" • Monikapp - "colour pencils scissors crayons color tinker stationery" • tpsdave - "freightliner ship cargo amsterdam netherlands port bay" • peterbeekmans - "DSC_1001.jpg" • 147685 - "nest bird's nest nesting blackbirds birds nature" • Minister-president - "Bezoek Afghanistan" • Miriam Rossignoli - "The Nederland" • kirkandmimi - "amsterdam canal boats relaxing soothing netherlands boat" • Walkerssk - "netherlands dutch windmill windmill river the sky" • Skitterphoto - "city groningen dutch holland building travel landscape" • peterbeekmans - "DSC_1842.jpg" • nhong - "amsterdam travel netherlands tourist" • EvgeniT - "texel lake north sea holiday beacon lighthouse"

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.