Loading

raoul servais Het Oostende van...

Raoul Servais (°1928) is beeldend kunstenaar, ontwerper, tekenaar, schrijver en bovenal filmmaker en wordt onder meer geprezen voor zijn bijdrage aan de animatiefilm, in België en internationaal. Raoul won tal van filmprijzen, zoals de Gouden Palm in Cannes en de Primo Premio in Venetië. Hij inspireert ook al vele tientallen jaren jonge filmmakers. Sinds 2018, naar aanleiding van Servais’ 90ste verjaardag, kan je in Mu.ZEE de Raoul Servais Museumvleugel bezoeken. De ideale tip voor een regenachtige zomerdag… Raoul Servais wordt ook wel de Tovenaar van Oostende genoemd. Wij waren benieuwd naar het Oostende van de Tovenaar van Oostende.

Wat roept Oostende bij jou op?

De herinnering aan een gelukkige jeugd tijdens het interbellum, gevolgd door de dramatische gebeurtenissen van 1940. En het beeld van Oostende onder water in 1953. In die nacht van 31 januari op 1 februari was ik aan het werk in mijn atelier, op de vijfde verdieping in de Vlaanderenstraat. Ik had een bestelling van het Kursaal voor het Bal du Rat Mort die de volgende dag af moest zijn. Het stormde en plots ging het licht uit. Ik liep naar de voorkant en zag toen wat er aan het gebeuren was. Ik kon maar één iets denken: dit is het einde van de wereld. Door kortsluiting claxonneerden auto’s, lichten gingen aan en uit en het water sleurde alles mee. Uit een club aan de overkant dreef een vleugelpiano met het water mee. Surrealistisch! De volgende ochtend stapte ik met veel moeite en moed het water in om naar ons huis in de Adolf Buylstraat te gaan kijken hoe het met mijn ouders was. Mijn vader zat er in een zetel als in een kano in het water… Mijn moeder was niet thuis, zij was die avond bij haar vriendin (bakkerij Decock) in de Louisastraat. Ik dus te voet, door het water, naar de Louisastraat. Ik kon niet meer vooruit door de kou, ik was letterlijk ‘versteven’. Ze moesten mij daar binnen trekken en masseren met alcohol…

Wat is je oudste herinnering aan Oostende?

De carnavalstoet in de Kapellestraat. Ik bekeek die vanachter het raam in mijn kamer. Ik heb zelf nooit deelgenomen, maar mijn moeder was een heel enthousiaste carnavalsvierder: zij stapte gemaskerd en verkleed mee in de stoet.

Als kleine jongen heb ik Ensor ontmoet. Ik was onder de indruk van zijn imposante figuur, zijn kledij en zijn witte baard. Maar hij zag me niet, hij had alleen oog voor mijn moeder. Ze was een hele mooie vrouw.

Welke Oostendenaars inspireren je, roepen je bewondering op, verrassen of verbazen je?

Vooral Leon Spilliaert, gevolgd door James Ensor. En Henri Storck. Ik heb Leon Spilliaert jammer genoeg nooit ontmoet maar ik ben gesensibiliseerd door zijn schilderkunst: heel mysterieus en geheimzinnig. En knap geschilderd. James Ensor heb ik als kleine jongen wel ontmoet. Ik wandelde met mijn moeder vaak in de buurt van het Leopoldpark en als Ensor mijn moeder zag, dan stak hij altijd de straat over om een praatje te maken. Ensor had smaak; mijn moeder was een hele mooie vrouw. Mij zag hij niet, hij had alleen oog voor mijn moeder. Maar zijn imposante figuur, zijn kledij en zijn witte baard maakten indruk op me. Henri Storck ken ik sinds mijn kindertijd. Zijn ouders hadden een schoenwinkel in de Adolf Buylstraat en mijn ouders een porseleinwinkel. Ik kende eigenlijk vooral zijn zus. Samen met haar en Maurice Boel hebben wij zelfs een filmclub opgericht. Toen Henri Storck de opdracht van de Stad Oostende kreeg voor een film (De Schat van Oostende) vroeg zijn zus me of ik hem wou assisteren. Ik was eigenlijk eerder een soort van loopjongen want ik had toen helemaal geen kennis van film of opnames. Maar toen de film in première getoond werd, zag ik in de generiek staan: kunstadviseur Raoul Servais. Dat was een geste van Henri Storck. Later zijn wij echt goede vrienden geworden. Zijn laatste woorden aan mij, een paar uur voor hij stierf, waren: comme c’est idiot de devoir mourir. Ik had het normaal gevonden dat Henri Storck ook een vleugel in ons museum had gekregen…

Je favoriete plekje in Oostende?

Petit Nice. In de zunne en uut de wiend.

Je favoriet Oostends woord of uitdrukking?

’t Is nie wo!

Wat wens je Oostende toe?

Een degelijke hedendaagse architectuur, met daarnaast eerbied voor de overgebleven waardevolle gebouwen.

Oostende wil zich profileren als ideale citytrip. Waaraan ontbreekt het de Stad?

Er ontbreekt niets!

Wat is je belangrijkste zintuig in Oostende?

Al mijn zintuigen lijden aan ouderdomskwalen.

Wat is je favoriete activiteit in Oostende?

Winkelen. Ik doe het wekelijks.

Veel mensen noemen Oostende de Koningin der Badsteden. De Stad noemt zichzelf de Stad aan Zee. Wat is jouw ideale baseline voor Oostende?

Oostende verdient de twee onderscheidingen.

Het beeld van Oostende onder water in 1953 zal me altijd bijblijven. Ik dacht: dit is het einde van de wereld! Uit een club aan de overkant van de straat dreef een vleugelpiano met het water mee. Surrealistisch!

Als je vanuit Oostende weer naar huis gaat, wat neem je dan mee?

Eetwaren en boeken. Vooral boeken over geschiedenis en over de twee wereldoorlogen. Ik heb de Tweede Wereldoorlog meegemaakt in Oostende en dat waren harde tijden. Ons huis brandde op, mijn vader was krijgsgevangene en mijn moeder en ik bleven achter zonder huis, zonder werk en zonder inkomen. We sliepen bij vrienden tot mijn moeder werk vond in een pralinewinkel. In 1942, ik was veertien en leerling aan het Atheneum, ging de deur van onze klas plots open en kwamen er twee Gestapo’s binnen. Wij moesten onze zakken legen en in mijn zak vonden ze krijt. Wat was er gebeurd? Kort voordien had Churchill het beroemde V-teken gemaakt en in de turnzaal van de school had iemand met krijt een enorme V getekend. Men had dit aan de Gestapo gemeld en aangezien ze krijt vonden in mijn zak stond het vast dat ik de dader was (wat niet waar was!). Ik werd meegesleurd uit de klas toen één van de schoolmeesters aan de Gestapo’s zei dat ik eerst bij de prefect ‘afgeschreven’ moest worden voor ze me konden meenemen. De prefect was een bijzonder strenge man en iedereen was bang voor hem. En toen ik daar was, kreeg ik een schelding zoals ik er nog nooit één gekregen had. Dat ik de schande van de school was! En dat hij me heel zwaar zou straffen! Blijkbaar vonden de Gestapo’s dat in orde en ze vertrokken zonder mij. De prefect heeft mij eigenlijk, zonder dat te weten, gered. Maar hij heeft me nadien toch zwaar gestraft…

Waarom keer je graag terug naar Oostende?

Omdat Oostende mijn stad is! Ik ben er geboren en ik houd van het culturele leven in de stad.

UiT in Oostende is een publicatie van Stad Oostende (juni 2020)

Foto’s: Anneke Dhollander

Meer interessant leesvoer op www.oostende.be/uitvanthuis

Created By
Chris Muylle
Appreciate