Vlaamse zorg Zorg doorheen de eerste helft van de 20ste eeuw

Zorg in de Eerste Wereldoorlog
SKVH

De Groote Oorlog was voor de frontsoldaten een ellendige ervaring en kenmerkte zich door een monotoon, eenzaam en hard bestaan. Bij wijze van afleiding en ontspanning zochten soldaten daarom onder meer hun toevlucht in drank, cafeetjes of allerlei oorden van vertier. Gestaag groeide er een frontcultuur die voor sommige buitenstaanders synoniem stond voor ‘religieuze en zedelijke ontreddering’.

[Foto: ADVN, VQCA 41]

Geestelijken meenden dat deze jonge mannen bescherming en begeleiding nodig hadden en startten samen met enkele Vlaamse intellectuelen een initiatief om ‘ontredderde’ soldaten buiten de militaire dienst op te vangen. In eerste instantie werd er religieuze ondersteuning geboden in de vorm van gebedenbonden, die tot doel hadden de katholieke moraal op peil te houden en het Vlaamse ideaal aan het front te beschermen.

[ADVN, VA 262]

Uit deze godsdienstige actie groeide de nood aan wat men betitelde als ‘studiekringen’. In februari 1916 richtte frontdokter Frans Daels (1882-1974) met de steun van de militaire en kerkelijke overheden het Secretariaat voor Katholieke Vlaamsche Hoogstudenten (SKVH) op. De nieuwe organisatie zorgde voor de ‘bevordering van de zedelijkheid’ onder de soldaten en verspreidde massaal propagandabrochures waarin jonge mannen verzocht en geacht werden het rechte pad te bewandelen. Op zeer korte tijd werden door Daels verscheidene vlugschriften opgesteld die verschenen in oplagen van 40.000 exemplaren of meer.

[ADVN, VGCA 39]

Brochures als Voor onze vrouwen, Pour nos hommes, Gij moet genezen, Reine lectuur voor onze soldaten of Jeugdschoonheid werden meermaals herdrukt en kosteloos uitgedeeld aan de soldaten, alsook honderdduizenden propagandazegels. Het SKVH zorgde ook voor intellectuele vorming in de vorm van studies en vakliteratuur. Op deze manier wenste het soldaten de kans te geven hun studies verder te zetten. In mei-juni 1916 werd daarom een fonds bijeengebracht om in het college van Veurne een permanent secretariaat te organiseren. Er werd een ruime bibliotheek uitgebouwd met een 7000-tal studie- en vakboeken die over het hele front werden uitgeleend aan de soldaten.

[ADVN, VBRA 97]

Het taalconflict in Vlaanderen dat tijdens de jaren 1920 en 1930 hoog oplaaide, liet zich niet enkel voelen in de rangen van het leger, bij justitie of in het onderwijs maar sijpelde evengoed door naar de Vlaamse zorgorganisaties. Veel Vlamingen waren de ééntalige Franse werking in deze sector niet erg genegen, een toonbeeld hiervan was het Belgische Rode Kruis.

zorg in het interbellum
Om de getroffen activisten en hun families financieel bij te staan werden er vanuit de Vlaamse beweging verschillende steunfondsen opgericht. Voorbeelden hiervan waren het martelarenfonds en het Extergemfonds. Het meest bekende echter was het steunfonds voor de Familie Borms.

[Affiche ADVN, VFA 413]

Zorg vanuit de Vlaamse beweging kan niet louter gereduceerd worden tot medische initiatieven. Ook op andere manieren trachtte de Vlaamse beweging hulp te verlenen aan diegenen die het nodig hadden. Dergelijke initiatieven tijdens het interbellum waren bijvoorbeeld het organiseren van hulpfondsen voor families van veroordeelde politieke activisten na de Eerste Wereldoorlog. Deze activisten waren een kleine groep Vlaamsgezinden die tijdens de bezetting om hun politieke eisen te kunnen verwezenlijken hadden meegewerkt met de Duitse bezetter De vernederlandsing van de Gentse universiteit in januari 1916 was één van hun meest bekende wapenfeiten. Na de oorlog werden de activisten voor hun daden vervolgd. De meeste van hen werden veroordeeld en verdwenen voor jaren achter de tralies. Sommigen onder hen kozen het hazenpad en vluchtten naar het buitenland.

Schenkingslijst Bormsfonds. [ADVN, D 17773]

August Borms was een van de meest vooraanstaande activisten, zijn proces verliep dan ook onder grote persbelangstelling. In eerste instantie werd hij ter dood veroordeeld maar later werd dit omgezet in levenslang. Om zijn gezin financieel te ontzetten werd het steunfonds (1920) opgericht. Het initiatief bleek zeer succesvol te zijn. Er werd steun ingezameld via giften die op talrijke protesten en andere evenementen werden ingezameld. Het ingezamelde geld zorgde ervoor dat de zonen van Borms hun hogere studies konden aanvatten. Nadat Borms in 1929 vrijkwam, bleef het fonds voortbestaan. Later zouden hieruit verschillende culturele initiatieven ontspringen.

[ADVN, D 15167]
steunfondsen "helpt elkander"

De Daensistische beweging die zijn naam te danken heeft aan priester Adolf Deans ontstond als een dissidente vorm van de christendemocratische beweging. De voortrekkers van deze beweging zijn te situeren in het sociale klimaat van de 19de-eeuwse industrialisering. Zij waren voornamelijk afkomstig uit het meer rurale ‘arm Vlaanderen’, sociaal bewogen en zeer Vlaamsgezind. Deze nieuwe beweging werd politiek ondersteund door de Christene Volkspartij.

[ADVN, VBRB 8451]

De Daensistische beweging stimuleerde de oprichting van maatschappijen van onderlinge bijstand en van vakverenigingen. De ziekenfondsen, vakbonden en coöperaties ontstonden in eerste instantie spontaan onder impuls van plaatselijke kopstukken zonder dat deze centraal gecoördineerd werden. Helaas verdwenen veel van deze lokale initiatieven door een gebrek aan middelen en door de concurrentie van de grotere bonden. Niettemin groeiden uit sommige van deze organisaties verschillende Vlaams-nationalistische ziekenbonden die zich vanaf 1933 onder één koepel verzamelden.

Links Remi Vanderschelden en rechts met familie. [Foto's ADVN, VFA 5, VFA 6]

Toch waren er nog enkele ziekenbonden die hun onafhankelijkheid behielden. Een voorbeeld van een onafhankelijke Daensistische ziekenbond is de in West-Vlaanderen opgerichte bond Helpt Elkander. Na de Eerste Wereldoorlog richtte Helpt Elkander verschillende afdelingen op, onder het initiatief van Remi Vanderschelden. De bond bestond uit drie afdelingen waarvan een opgericht in Kortrijk (1913), Deerlijk (1922) en Moeskroen (1931).

[ADVN, D 17774]
De overgang naar de Tweede Wereldoorlog
[ADVN]
Vrijwilligers van Het Vlaamsch Kruis met geimproviseerde ambulance. [Foto ADVN, VFA 1195]

Het duurde dan ook niet lang of de idee om een eentalig Nederlandse organisatie als tegenhanger op te richten werd een feit. In de zomer van 1927 was het zover en werd in Antwerpen Het Vlaamsche Rode Kruis opgericht, later zou de naam veranderen in Het Vlaamsche Kruis. Toen het nieuws bekend raakte reageerde het Rode Kruis met een zekere commotie en vijandigheid op de nieuwe concurrerende organisatie. Ook vanuit Franstalige pers werd met argusogen gekeken naar deze nieuwe organisatie. De relatie tussen beide organisaties zou doorheen de jaren nog verschillende conflicten doormaken.

In de eerste jaren van zijn bestaan bouwde Het Vlaamse Kruis langzaam zijn werking en afdelingen uit. Ze lieten hun aanwezigheid op de IJzerbedevaarten duidelijk opmerken hiermee onderstreepte de organisatie dat zij zich ondubbelzinnig zou inzetten in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hun hoofdbezigheid echter was hun acties en inzet bij noodsituaties zoals bij de overstroming van Grembergen in 1928 slaagden zij erin om een goed gecoördineerd voedsel en medicijnen bedelingssysteem op poten te zetten.

[ADVN, D 500]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Het Vlaamse kruis zijn werking voortzetten. Toen de Duitsers binnenvielen in mei 1940, probeerde de organisatie zoveel mogelijk gewonden en ontheemden op te vangen en te helpen. De geneesheren, verplegers en ambulanciers van Het Vlaamse Kruis waren ook actief in de veldhospitalen en ziekenhuizen om gewonde soldaten te verzorgen. Gedurende de bezetting zou de organisatie gewoon haar werking voortzetten.

[ADVN, VB 11176, VBRC 1630]

Het was zo dat Het Vlaamse Kruis zelf niet actief collaboreerde met de bezetter maar verschillende van haar leden hierbij wel betrokken waren. Zo zou Het Vlaamse Kruis voor de EHBO-posten hebben gezorgd op evenementen van het VNV. Na de bevrijding werden verscheidene leden gearresteerd en verdacht van collaboratie. Het Vlaams Kruis werd gedurende deze periode geviseerd waardoor verschillende afdelingen in de problemen kwamen en de werking moesten neerleggen. Het Vlaamse Kruis werd als organisatie niet vervolgd en kon na de oorlog zich ten volle opnieuw inzetten voor de Vlaamse zorg.

Vlaamse Geneesherenorde

Het Algemeen Vlaams Geneesherenverbond (AVGV) werd gesticht in 1922 en ontstond uit de Antwerpen’s Geneeskundige Vereniging (AGV) en de Gentse doktersvereniging. Voor de beide kleine verenigingen was het Vlaamse karakter de hoofdkern van hun bestaan. Dat was ook zo voor het nieuwe AVGV dat zich niet enkel bezig hield met het verdedigen van de belangen van de geneesheer, maar zich ook “de opbeuring van het zolang verwaarloosde volk” aantrok. Het trad op als een organisatie die toezicht hield op de kwaliteit van het ambt van de geneesheer en beslechtte - indien nodig - onderlinge geschillen van de leden met derden.

[Foto ADVN, VB 28]

Herman De Vos was een vooraanstaande collaborerende arts om deze reden werd hij dan ook in 1944 gedood door leden van het verzet. [ADVN, VPB 333]
Deze organisatie, de Orde van Geneesheren of de “Oorlogsorde” genoemd zou tot in 1944 blijven voortbestaan waarna het werd ontbonden.

Het Algemeen Vlaams Geneesherenverbond (AVGV) werd gesticht in 1922 en ontstond uit de Antwerpen’s Geneeskundige Vereniging (AGV) en de Gentse doktersvereniging. Voor de beide kleine verenigingen was het Vlaamse karakter de hoofdkern van hun bestaan. Dat was ook zo voor het nieuwe AVGV dat zich niet enkel bezig hield met het verdedigen van de belangen van de geneesheer, maar zich ook “de opbeuring van het zolang verwaarloosde volk” aantrok. Het trad op als een organisatie die toezicht hield op de kwaliteit van het ambt van de geneesheer en beslechtte - indien nodig - onderlinge geschillen van de leden met derden. Eveneens medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de AVGV was Het Vlaams Geneeskundig Tijdschrift dat een spreekbuis was van de Vlaamse geneesheren die wilden afscheuren van de Fédération Médicale Belge (FMB), het oorspronkelijk overkoepelend geneesherenorgaan. In het begin waren er geen grote spanningen tussen beide organisaties maar in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog zou dit veranderen.

[ADVN, VY779]

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en België onder de voet gelopen werd ,trachtte een deel van het AVGV en met name Professor Daels reclame te maken voor de eigen organisatie bij de bezetter. Ook vanuit de FMB zouden soortgelijke toenaderingen tegenover de bezetter ontstaan. Vanuit deze initiatieven zou uiteindelijk een nieuwe vereniging ontstaan die gegroeid was uit artsen die de nieuwe orde van de Duitse bezetter genegen was. Deze organisatie, de Orde van Geneesheren of de “Oorlogsorde” genoemd zou tot in 1944 blijven voortbestaan waarna het werd ontbonden.

De Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vertrokken vanuit Vlaanderen naar schatting vele tienduizenden jonge mannen als vrijwilligers naar Centraal- en Oost-Europa om te vechten tegen het bolsjewisme. Aan het oostfront leverde zij aan de zijde van de nazi’s een barre, onoverwinnelijke strijd tegen het Russische leger. Naast de mannelijke Vlamingen die aan het oostfront dienst deden in reguliere SS- formaties en paramilitaire eenheden, werden ook vrouwelijke vrijwilligers uit Vlaanderen in de rangen van het Deutsches Rotes Kreuz (DRK) ingezet.

[Foto ADVN, VPR 981]

August Borms met DRK zusters [Foto ADVN, VFB 1093]

Gedurende de oorlog meldden zich in Vlaanderen naar schatting ca. 600 à 1000 meisjes - veelal afkomstig uit Vlaams-nationalistische middens - om in Duitsland tot hulpverpleegster te worden opgeleid en om vervolgens aan het Russische front te worden ingezet. Hiervoor verscheen in november 1942 in alle Vlaamse dagbladen de oproep dat alle geschoolde Vlaamse verpleegsters zich zonder meer konden aanmelden. Daarenboven konden ook niet-gediplomeerde meisjes zich aanmelden, en werd hen de mogelijkheid geboden te worden opgeleid tot hulpverpleegster of verpleegster. De Vlaamse meisjes werden hierbij aangemoedigd door de talrijke oproepen van zowel de politieke partij het Vlaamsch Nationaal Verbond, als diens politieke rivaal de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap of DeVlag.

Rechts twee foto's Van DRK zusters in opleiding verschenen in De SS man. Rechts foto van een zuster in uniform, [ADVN, F199]

De DRK verpleegsters werden in Duitsland zelf en op de verschillende fronten tewerk gesteld. Volgens sommige rapporten en getuigenissen zouden zij niet enkel Duitse soldaten maar ook andere nationaliteiten zoals Britse en Russische soldaten hebben verzorgd. Na de oorlog zouden zij niet aan de repressie ontsnappen. door hun lidmaatschap bij een paramilitaire organisatie die banden had met de SS. Het grootste gedeelte van de verpleegsters werd berecht in een militaire rechtbank. Hun straf was veelal mild van aard. Velen onder hen kregen nooit meer dan 1 jaar gevangenisstraf. Allicht zal hun jeugdige leeftijd en het feit dat zij louter instonden voor het verzorgen van gewonden zal ertoe hebben geleid dat zij voornamelijk verzachtende omstandigheden kregen.

Winterhulp ontstond als een organisatie die zich bezighield met hulpverlening tijdens de tweede wereldoorlog. De organisatie werd gesticht door het Comité van de secretarissen-generaal, de hoogste Belgische bestuurlijke macht tijdens de Duitse militaire bezetting. De organisatie zelf beruste op de samenwerking van het Rode Kruis van België, het Vlaams Kruis, het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn en het Nationaal Werk voor Oud-strijders en Oorlogsinvaliden. Oud-minister Paul Heymans zou de positie van voorzitter op zich nemen.

ADVN: D 17593

Een Gendarme gaat rond met een collectebus Voor winterhulp. [Foto ADVN]
Het gevolg van dit initiatief was dat gedurende de vier oorlogsjaren de gemiddelde kindersterfte in België lager lag dan vóór de oorlog en ook lager dan gedurende het eerste jaar na de oorlog.
Inzamelings--actie van het VNV voor winterhulp. Foto, ADVN: VFA 4826

De hulpacties van Winterhulp België stonden onder toezicht en bescherming van het Internationale Rode Kruis in Genève. De hulpmiddelen waarover Winterhulp België kon beschikken, kwamen van het bedrijfsleven en van de Koloniale Loterij en van financiële steun van de bevolking. Deze laatste steunde de organisatie door het kopen van steunbonnen en kaarten en via het doneren van geld bij collectes. Ook vanuit het buitenland werd er hulp gezonden, met name uit Portugal en Zwitserland via Het Rode Kruis.

Steunbonen, postzegels en brochures met illustraties en vermelding van de sponsors van Winterhulp. [ADVN, D 13027, VGCA 78, VGCA 24, VY 1028]

Winterhulp België richtte zich op hulp aan zieken, zwangere vrouwen, kinderen en minderbedeelden en zette zich in om de schadelijke gevolgen van de oorlog en de bezetting voor de volksgezondheid tot een minimum te beperken. De organisatie deelde voornamelijk noodzakelijke middelen zoals soep, melk, vitaminen, kledingstukken en kolen. Het gevolg van dit initiatief was dat gedurende de vier oorlogsjaren de gemiddelde kindersterfte in België lager lag dan vóór de oorlog en ook lager dan gedurende het eerste jaar na de oorlog.

[ADVN, VY 1028]

Vlaamsche Kinderzegen

In 1937 werd zorgorganisatie Vlaamsche Kinderzegen opgericht als reactie tegen de Bond der Kroostrijke Gezinnen met zijn francofiele bestuur. Beide concurrerende organisaties zouden geregeld in de clinch gaan onder meer over de ideologie die ze voorstonden. Vlaamsche Kinderzegen was katholiek en Vlaams-nationalistisch geïnspireerd. De oprichters waren een groep Aalsterse Vlaams-nationalisten, onder wie de politici Bert D'Haese en Staf Van Nuffel, de letterkundige Jef Scheirs en Herman De Vos. Bekende Vlaamsgezinden als Frans Daels, August Borms, Hendrik Borginon, Jeroom Leuridan, Tony Herbert, Hendrik J. Van de Wijer, Boudewijn Steverlynck, Felix Timmermans en Valerius De Saedeleer ondertekenden de eerste oproep van de organisatie. Het hoofdsecretariaat werd in Aalst gevestigd. Vlaamsche Kinderzegen werd gestructureerd in gouwen en plaatselijke afdelingen. De gouw West-Vlaanderen kende het grootste succes. Oorspronkelijk richtte Vlaamsche Kinderzegen zich uitsluitend tot gezinnen met ten minste zeven kinderen, later konden ook gezinnen met vier kinderen lid worden.

[ADVN, D 1229]

[ADVN, VFB 279]

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog nam Vlaamsche Kinderzegen een anti-militaristisch standpunt in en voerde het een neutraliteitspolitiek, gesteund door het rechtse Vlaams Nationaal Verbond (VNV). Bovendien startte het een campagne waarin het de plaatselijke afdelingen van de concurrerende Bond aanspoorde zich aan te sluiten bij Vlaamsche Kinderzegen. De Bond reageerde hierop met een reorganisatie waardoor het succes van Vlaamsche Kinderzegen zou stranden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog laaide tussen de Bond en Vlaamsche Kinderzegen de strijd rond de verwerving van monopolies voor de bedeling van voedsel hoog op. Vlaamsche Kinderzegen had een voorkeursbehandeling van de Duitse bezetter geaccepteerd en kwam hierdoor in collaborerend vaarwater terecht. Na de bevrijding kreeg het evenwel de rekening gepresenteerd. De secretaris-generaal De Vos werd neergeschoten door verzetslui van de Aalsterse Vliegende Witte Brigade en Van Nuffel vluchtte naar Duitsland. De organisatie leidde nog enkele jaren een sluimerend bestaan, waarin onder andere financiële steun verleend werd aan de kinderen van De Vos en aan de weduwe van Reimond Tollenaere.

[ADVN, D 1230, D 1229]

Voor moeder en kind

[ADVN, VY 1433]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verzorgden heel wat politieke partijen en bewegingen sociale initiatieven. Zo ook het rechtse collaborerende Vlaams Nationaal Verbond (VNV) dat met de inschakeling van zijn vrouwelijke tegenhanger - het Vlaams Nationaal Vrouwenverbond (VNVV) - tegemoet trachtte te komen aan de behoeften van zijn partijleden. Het VNV richtte halverwege de oorlog verscheidene projecten op rond gezondheid, kinderverzorging, armen- en ouderenondersteuning en liet deze praktisch invullen door het VNVV.

Jongeren op kamp. [ADVN, D 420]

De vzw Voor Moeder en Kind werd opgericht 14 november 1942 en stond onder leiding van Frans Daels en enkele VNVV-leidsters. De organisatie werd gefinancierd door Winterhulp, het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn en de Vlaamse provinciebesturen. Grosso modo verdedigde Voor Moeder en Kind de belangen van behoeftige moeders en kinderen en organiseerde het lokaal vakantietehuizen en speelpleinwerking. Voor Moeder en Kind profileerde zich weliswaar neutraal maar streefde in de eerste plaats een propagandistisch doel na. Het wilde de kinderen een opvoeding geven die de idealen nastreefde van het nationaalsocialisme zoals dat werd uitgedragen door de partij en de leider. De partij probeerde met dergelijke initiatieven aan te tonen dat het nationaalsocialisme wel degelijk een coherent, op het Vlaamse volk gericht sociaal beleid kon ontwikkelen.

linksboven VNVV leidsters, linksonder het groeten van de vlag, rechtsonder en boven spelende kinderen. [ADVN, D 420]

Ook werd in de schoot van het VNVV in 1943 de organisatie Gezinshulp opgericht. Deze organisatie had initieel tot doel vrijwilligers te begeleiden die huishoudelijk werk verrichtten in families van frontsoldaten of –slachtoffers. Gezinshulp voorzag ook ander liefdadigheidswerk: het verzamelen en herstellen van oude kledij, de organisatie van breiavonden en allerlei cursussen, ouderlingenzorg en ondersteuning van armen. Gezinshulp scheerde qua ledencijfers hoge toppen. In grootsteden als Brussel, Antwerpen en Gent kende het initiatief een bescheiden succes. Het VNVV probeerde met dit project haar partijleden minder geïsoleerd te laten voelen.

[ADVN, D12582]
Na de Oorlog

Na de bevrijding zouden de talrijke Vlaamse zorgorganisaties blijven floreren. In de decennia na de oorlog zien we nog meer initiatieven opkomen waaronder nieuwe Vlaamse ziekenfondsen en mutualiteiten. Vanaf het einde van de jaren 80 zou de nood aan zorg organisaties met een flamingantisch profiel echter afnemen. Dit kwam door de ontzuiling en de oprichting van de federale staat. Vandaag focussen deze organisaties zoals het Vlaams Kruis zich dan ook meer op de werking en hun kerntaken, het verlenen van hulp voor allen.

[ADVN, VPPA 533]

Made with Adobe Slate

Make your words and images move.

Get Slate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.