GERMATIK OPDRACHT 1.D.1

ANTWOORDEN

1.D.1

Welk werkwoord wordt hier bedoeld?

haben, sein, werden, dürfen, können, mögen, müssen, sollen, wollen of wissen

A1 - OBIT

1. houden van, leuk vinden, zin hebben, mogen

2. hebben

3. moeten (van iemand anders), men beweert, ook: 'mocht het sneeuwen'

4. weten

5. zijn

6. mogen, toestemming hebben

7. willen

8. moeten (noodzakelijk, vanzelfsprekend, het kan niet anders)

9. kunnen, in staat zijn

10. worden, zullen

Credits:

Created with images by Alexas_Fotos - "easter easter eggs funny"

Made with Adobe Slate

Make your words and images move.

Get Slate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.