Dagmar Dirkx Leraar Geschiedenis, Kunst en Muziek

Introductie

Eenmaal afgestudeerd als Master in de Kunstwetenschappen, stel je jezelf de vraag: Wat wil ik doen met kunst? Praten, schrijven en denken over kunst, en dat met zoveel mogelijk verschillende mensen: dat was al gauw de conclusie. Opgegroeid in het Limburgse Maasmechelen, werd ik al gauw geconfronteerd met een diverse samenleving, waarin de lokale volkse cultuur vaak onverwacht wordt verbonden aan een cultuur van Nieuwe Belgen. Kunst speelt daarin vaak een niet te onderschatten rol. Kunst in de publieke ruimte, reclame, of "street art" en hedendaagse kunst vormen hiervoor ideale uitgangspunten, en sluiten dan ook perfect aan bij de leefwereld van jongeren. Als leraar zou ik daar graag op inzetten: hoe prikkelen we mensen voor kunst? Maar ook thema's uit de oudere kunst kunnen uitdagen: wat betekenden de schilderijen van Monet voor de visie op stad en natuur? Of hoe leeft iconen- en heiligenverering uit de Byzantijnse kunst vandaag nog verder in het idealiseren van popsterren of sporthelden? Kunst biedt zo veel mogelijkheden en als leraar zal ik daar graag zo veel mogelijk gebruik van maken.

PERSOONLIJKE GEGEVENS EN CONTACTGEGEVENS

Persoonlijke gegevens en contactgegevens

Algemene gegevens

  • Naam: Dagmar Dirkx
  • Adres: Zegestraat 21
  • 3630 Maasmechelen
  • België
  • Geboortedatum: 23 april 1993
  • Geboorteplaats: Genk
  • Geslacht: vrouw
  • Nationaliteit: Belgisch

Vooropleidingen:

  • Diploma middelbaar onderwijs: Afgestudeerd in Latijn- Moderne Talen in 2011 aan Campus de Helix, Maasmechelen.
  • Diploma hoger onderwijs: Master in de Kunstwetenschappen, in 2015 aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Stage:

  • Onderzoeksstage bij het tweemaandelijkse cultuurtijdschrift Rekto:Verso.

Vrijwillig:

  • Vaste recensent bij het online magazine Enola, onder de afdeling Expo.
  • Schrijver bij het studentenblad Veto, onder de katern Cultuur.
INTERESSES 

Interesses

“Het enige wat ik weet, is dat ik niets weet,” zei de wijze filosoof Socrates ooit. Het streven naar kennis is iets dat nooit ‘af’ kan zijn, en dus probeer ik zoveel mogelijk te lezen. Vooral kunstboeken of kunsttijdschriften als Rekto:Verso, De Witte Raaf, (H)ART of Oogst, maar zeker ook romans van Paul Auster of Cees Nooteboom kan ik zeer smaken.

Vanuit dat lezen, ben ik ooit zelf geprikkeld geraakt om te schrijven. In de opleiding Kunstwetenschappen koos ik voor de specialisatie Kunstkritiek, waar ik de liefde voor het schrijven alleen maar meer ontwikkelde. Ondertussen heb ik zelf geschreven voor rekto:verso, De Witte Raaf en schrijf ik permanent voor het online magazine Enola en voor het studentenblad Veto.

Daarnaast geniet ik nog altijd met volle teugen van exposities en musea. Vooral in WIELS in Brussel of het S.M.A.K. in Gent vertoef ik graag, maar ook musea voor oudere kunst kunnen mijn boeien. Ook van films kan ik genieten, en zeker de betere animatiefilm zoals Waltz with Bashir of Persepolis vind ik fascinerend – vaak in combinatie met hun oorspronkelijke graphic novel. Muziek luisteren is eveneens onontbeerlijk in mijn leven, van nieuw klassiek tot foute jaren ’80: alles kan.

Still uit Waltz with Bashir en Allerzielen van Cees Nooteboom

Tot slot reis ik ook enorm graag. Steden als Berlijn, Parijs, Boedapest, Praag of Stockholm blijven mij verbazen. Ooit zou ik graag naar New York, de ultieme metropool reizen, om daar al mijn zonet vernoemde interesses ten volle te kunnen beleven.

BASISCOMPETENTIES

Basiscompetenties voor de leerkracht esthetica, kunstinitiatie of kunstgeschiedenis

1. De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen.

De uitdaging voor deze eerste basiscompetentie lijkt mij vooral in het begeleiden van het leerproces te zitten. Als leraar esthetica of kunstgeschiedenis zouden leerlingen nogal snel geneigd kunnen zijn om vele dingen ‘van buiten te leren’, wat natuurlijk voor afbeeldingen en namen van kunstenaars kan op gaan, maar niet voor bepaalde ontwikkelingen in de verschillende kunsten. Uiteindelijk zal het gaan om een zeker fijngevoelig afstellen van de eigen kennis over ‘leren leren’ van de leerkracht over zijn of haar vakmaterie op de behoeften en de voorkennis van de leerlingen.

2. De leraar als opvoeder

De rol als opvoeder naast de ouders is geen makkelijk gegeven. Hoe breng je bepaalde waarden en normen bij, indien deze voor jou als vanzelfsprekend zijn, maar misschien niet voor de leerling? Ook het behouden van neutraliteit vormt hierin een belangrijk aspect. Hoewel er een zekere ‘overeenkomst’ is van belangrijke waarden en normen, kan dit zeker niet voor iedereen opgaan. Differentiëren tussen leerlingen met verschillende achtergrond lijkt een oplossing. Toch is je eigenheid als leerkracht en de waarden en normen die je daarmee uitdraagt cruciaal. Bijsturen in vaardigheden en attituden wordt te vaak aan de kant geschoven voor de inhoudelijke kennis, terwijl een school een plek voor ontwikkeling als mens – met kennis én vaardigheden én attituden – zou moeten zijn.

3. De leraar als inhoudelijk expert

Ook al verwerf je tijdens je opleiding een diploma in een bepaalde materie, toch is het van belang die kennis – zo goed als mogelijk – bij te schaven en bij te houden. Alleen al door de actualiteit te volgen in je vakgebied, maar ook de algemene actualiteit, is de leraar op de hoogte van de ontwikkelingen in de (kunst)wereld en kan hij of zij die nieuwe kennis integreren in zijn of haar lessen. Daarbij dient opnieuw rekening gehouden te worden met het niveau van de beoogde doelgroep: moeilijke wetenschappelijke kennis is niet altijd even simpel te communiceren. Toch zou dit geen excuus moeten vormen om het niet te proberen, en leerlingen te tonen dat een kunst een vak is dat leeft.

4. De leraar als organisator

Als leraar in de vakken esthetica, kunstinitiatie, kunstbeschouwing of kunstgeschiedenis heb je vaak maar een paar uur die je per klas kan besteden. Als organisator is het vooral moeilijk om te bepalen hoe je die uren gaat indelen, hoe je er efficiënt mee kan omgaan zonder “alles” te willen zien: dit gaat nu eenmaal niet. Daarnaast kan ook het organiseren van een juist klasklimaat – de manier waarop de banken staan, het didactisch materiaal in de klas, kunstposters op de muren enzovoorts – een grote uitdaging vormen. Tot slot moet de leerkracht ook zichzelf, vooral op administratief niveau, maar ook qua timing, sterk kunnen organiseren om optimaal les te kunnen geven.

5. De leraar als innovator, onderzoeker

De uitdaging is de manier waarop je als leraar nog op de hoogte kan blijven van de ontwikkelingen in je vakgebied. Internet is hierbij natuurlijk de bron bij uitstek, maar indien mogelijk zou de toegang tot wetenschappelijke bibliotheken en tijdschriften zeker een pluspunt zijn. De vraag is wel of dit op peil houden van de eigen vakexpertise wel perfect kan nagestreefd worden naast het vele voorbereidingswerk, organisatiewerk dat een leerkracht al heeft. Toch ben ik van mening dat dit op zijn minst moet nagestreefd worden.

James Ensor en Käthe Kollwitz

6. De leraar als partner van ouders/verzorgers

Als partner van ouders/verzorgers, moet de leraar zich vooral informeren over de thuissituatie van de leerling – indien dit aan de orde is. Belangrijker is dat de school hiervan op de hoogte is, en dit kan communiceren aan de leraar indien nodig. Tegelijk zou de leraar aan de ouders moeten tonen dat hij of zij er is voor hun kind, en dat de leraar graag samen met de ouders het ‘opvoedingsproject’ aangaat. Als leraar van de kunstvakken – met maar weinig uren – is dit niet altijd vanzelfsprekend. Belangrijk is dan ook het terugkoppelen van informatie over leerlingen naar collega’s, directie, CLB of de klastitularis.

7. De leraar als lid van een schoolteam

In de eerste plaats lijkt het mij belangrijk zo veel en zo efficiënt mogelijk te communiceren met je vakcollega’s in de vakgroep: op die manier weet je welke stof bij je collega’s al aan bod komt en wat je dus niet of minder moet behandelen. Daarnaast is het een uitdaging om die verschillende manieren van lesgeven enigszins op elkaar af te stemmen. Niet alleen met je vakcollega’s, maar ook met collega’s van andere vakken is een goede samenwerking van belang. In de eerste plaats om de vakoverschrijdende eindtermen (VOET’en) te verwezenlijken, maar een goede sfeer onder de collega’s creëert geloof ik ook een goede schoolsfeer. Tot slot is de band met de directie natuurlijk cruciaal. Als lid van een schoolteam engageer je je als leerkracht om de idealen en opdrachten van die school te realiseren. Dat zal niet altijd makkelijk zijn,: onenigheid is onvermijdelijk. Maar indien er geen consensus is, bestaat er voor de leerlingen zelf ook weinig tot geen structuur en weten zijn niet hoe ze zich moeten gedragen.

8. De leraar als partner van externen

De klemtoon van deze basiscompetentie ligt natuurlijk op de samenwerking met het CLB of andere jeugdwelzijnsorganisaties. De uitdaging ligt hier in het opbouwen van een goede verstandhouding met deze organisatie, vooral wat betreft het uitwisselen van nodige, vaak privacygevoelige informatie. Dit is niet altijd even makkelijk, maar wel in het belang van de leerling. Daarnaast moet een leerkracht van de kunstvakken ook weten wat er op cultureel gebied zich afspeelt in de regio (zie ook de leraar als cultuurparticipant), en contacten leggen met de lokale culturele verenigen en huizen, opdat de leraar ook culturele uitstappen of projecten makkelijker kan verwezenlijken in de school zelf. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan een organisatie als Piazza dell’Arte die vele creatieve workshops voor jongeren in scholen organiseren.

9. De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap

In zekere zin lijkt mij dit een van de moeilijkste basiscompetenties. De vraag is hoe jij als individuele leerkracht toch een stem kan verkrijgen in het grotere onderwijsverhaal. In de eerste plaats is dat het onderwijs in zekere zin ‘verdedigen’ en opkomen voor het beroep, dat vaak toch ‘maar’ als ‘leraar’ wordt bezien. Maar ook in andere debatten over onderwijs is het belangrijk om te reflecteren over jouw positie als leerkracht. Net hierin schuilt de moeilijkheid, omdat dit ook een persoonlijke reflectie van jouw als leraar inhoudt: correspondeert jouw manier van lesgeven wel met wat de maatschappij er van verwacht? Een continue herdenken en bijscholen van het eigen beroep is dus nodig, ook al vraagt dit veel werk. Toch is het opnieuw in het belang van leerling, school en jezelf dat over grote maatschappelijke thema’s in het onderwijs wordt gedebatteerd en gereflecteerd.

10. De leraar als cultuurparticipant

De uitdaging bij deze basiscompetentie bestaat vooral op de leerlingen leren omgaan met de maatschappelijke veranderingen in de wereld, de actualiteit, etc. Hoe kunnen zij – in gedachte houdend dat zijn qua identiteit nog in volle groei zijn – een standpunt innemen in debatten als de vluchtelingencrisis, de klimaatopwarming of geloofskwesties, maar vooral: hoe kan de leraar hen hierin begeleiden? Neutraliteit is daarbij geen simpel gegeven. Een leraar heeft altijd bepaalde voorkeuren en een bepaalde achtergrond, die hoe dan ook kunnen doorschemeren in zijn verhaal. Het is misschien niet nodig om deze voorkeuren altijd angstvallig verborgen te houden, maar eerder om aan te tonen dat vele verschillende visies (pluralisme) mogelijk zijn. Een andere uitdaging voor de leerkracht is het op de hoogte blijven van de verschillende maatschappelijke domeinen, zodat leerlingen altijd ook met vragen bij hem of haar terecht kunnen. Een leraar moet dus niet buiten, maar in de maatschappij staan. De vraag blijft echter of een school dat kan of niet, zoals ook “Apologie van de school. Een publieke zaak” door Jan Masschelein en Maarten Simons aantoont.

VISIE OP HET LERAAR ZIJN

Visie op het leraar zijn

Belang van en respect voor kunst

Als leraar esthetica, kunstinitiatie, kunstgeschiedenis of kunstbeschouwing, wil ik hoe dan ook proberen het potentiële belang van kunst in de samenleving te benadrukken aan mijn toekomstige leerlingen. Dat is geen makkelijke opgave, aangezien het belang van de kunst in de samenleving geen gegeven is, maar een continue herdenking vraagt. Ik geloof dat het zinvol is dat continue herdenken niet alleen, maar in groep, in dialoog te verwezenlijken. In die zin biedt het leraarschap de unieke kans om kunst ‘te vervolledigen’, zoals [....] al aangaf.

Daarbij is het van groot belang dat zoveel mogelijke verschillende benaderingswijzen van kunst, zoveel mogelijk verschillende disciplines, zoveel mogelijk verschillende tijdsperioden en geografische ruimtes aan bod komen. Alleen op die manier zien leerlingen de impact van kunst op de mens in zijn geheel, en alleen op die manier bestaat de kans dat er ‘voor elk wat wils’ aan bod komt. Kan iemand die meer in wiskunde geïnteresseerd is zich niet makkelijker herkennen in de geometrische schoonheid van Piet Mondriaan of M.C. Escher? Of kan een bezoek aan het Dr. Guislain Museum in Gent niet boeiend zijn voor toekomstige studenten psychologie? Het is echter niet de bedoeling om leerlingen kost wat kost over de streep te trekken wat kunst betreft. Sport is bijvoorbeeld iets waar ik zelf niet kan inkomen, maar als ik zie welke passie daarmee gepaard gaat, breng ik daar wel respect voor op. Als ik dat respect ook bij mijn leerlingen kan teweeg brengen, is daar al een grote stap gezet.

M.C. Escher en Piet Mondriaan

Alerter in de wereld zijn

Een andere hoofdtaak van een leraar kunst, is de leerlingen beter leren kijken, luisteren, ruiken, proeven en voelen. Dat geldt niet enkel voor de kunsten, maar ook voor de wereld op zich. In de visie van de overheid zijn vooral de vakken esthetica, kunstbeschouwing en kunstinitiatie bij uitstek vakken waarbij kunst als ‘middel’ kan worden ingezet om de leerling meer over zichzelf en de maatschappij te laten ontdekken. En hoewel dit minder uitgesproken is bij het vak kunstgeschiedenis, denk ik dat het ook daar belangrijk is om de link te leggen tussen kunst en wereld, kunst en mens, kunst en samenleving.

Rirkrit Tiravanija

Eén manier om dat te doen, is continue terugkoppelen naar de actualiteit op het gebied van de wereld, maar ook op het gebied van de kunsten. Zo vormt de recente vluchtelingenproblematiek absoluut een inspiratiebron van veel hedendaagse kunst: zo’n thema’s mag een leerkracht zeker niet laten liggen. Daarnaast is het inspelen op de exposities, dansvoorstellingen, theaterstukken, opera’s, concerten en andere kunstinitiatieven zeker een pluspunt. Een leraar kan nagaan of het mogelijk is om gezamenlijk naar een aantal van deze dingen te gaan kijken, maar anderzijds zijn er ook mogelijkheden om via youtube-filmpjes of bepaalde websites een ‘virtueel’ bezoek te brengen.

Kritische zin om bepaalde situaties in te schatten, empathisch vermogen en inzicht in de manier waarop onze medemensen kunnen nadenken, aandacht voor alternatieve visies enz. zijn vaardigheden waartoe de kunsten absoluut kunnen bijdragen.

De kunsten kunnen in ieder geval bijdragen tot een ‘alerter’ in de wereld zijn. Kritische zin om bepaalde situaties in te schatten, empathisch vermogen en inzicht in de manier waarop onze medemensen kunnen nadenken, aandacht voor alternatieve visies enz. zijn vaardigheden waartoe de kunsten absoluut kunnen bijdragen. Het is zeker de bedoeling dat een leerkracht poogt om leerlingen deze vaardigheden bij te brengen door middel van de kunst.

Een voorbeeld hiervan kan de kunstenaar Gerhard Richter zijn, wiens abstracte kunstwerken dikwijls overschilderde figuratieve werken zijn. Vragen als: Waarom vernietigt de mens zijn eigen creaties ? of Wat ligt er eigenlijk achter de oppervlakte? zijn ideale uitgangspunten om verder te reflecteren. Zo draagt elk kunstwerk een zeker potentieel in zich om leerlingen bewuster en opener met de wereld te laten omgaan.

Gerhard Richter
VISIES OP DE VERSCHILLENDE KUNSSTVAKKEN 

Visies op de verschillende kunstvakken.

Esthetica

Voor het vak esthetica lijkt het mij vooral belangrijk om de leerling te leren een zeker respect, een zekere open houding te leren opbrengen voor de verschillende kunsten. De bredere link van de kunsten met de samenleving staat voor mij ook centraal: wat kan een kunstwerk vandaag nog betekenen? Ook zijn alle disciplines van de partij. Een vak als esthetica moet zich niet beperken tot de beeldende kunsten, dans, theater, architectuur, film of muziek, maar kan ook opengetrokken worden naar graphic novels, naar street art, literatuur of videospelletjes. Onze beeldcultuur verklaren, leren omgaan met beelden en kunsten, ingaan op een spektakelsamenleving, zijn allemaal brede invalshoeken die in het vak aan bod kunnen of zelfs moeten komen in de 21ste eeuw. Dat de leerlingen daarbij vooral leren hoe ze de (persoonlijke) betekenis van het kunstwerk of van de cultuur kunnen verwoorden of beschrijven, is een evidentie. Ook kunnen leerlingen via de kunsten leren om zichzelf te verhouden tot de samenleving waarin ze leven.

Bas Jan Ader, Yves Klein en Leonardo Da Vinci 

Kunstinitiatie 

Het vak kunstinitiatie is uitermate geschikt om leerlingen te leren kijken, luisteren, voelen, ruiken en proeven. Voor de omgang met kunst staan hier de verschillende componenten van de kunst – en dan bij uitstek de beeldcomponenten – centraal. Toch lijkt het mij van belang, in een wereld van zeer interdisciplinaire kunsten, dat de leerlingen vertrouwd raken met verschillende soorten beeldtaal, die vaak niet alleen maar tot de beeldcomponenten zijn terug te voeren. Zo vragen videokunst of performances al een compleet andere benadering.

Kunstgeschiedenis 

Anders dan esthetica of kunstinitiatie, is kunstgeschiedenis bij uitstek gericht op het kunstobject zelf. De klassieke Westerse canon vormt hierbij echter een grote valkuil: welke kunst behoort immers tot ‘de’ canon? En is het wel wenselijk om deze canon klakkeloos te kopiëren? Belangrijk is vooral het rekening houden met steeds belangrijkere benaderingen, zoals postkoloniale impulsen of genderperspectieven in de kunsten. Ook de horizon verruimen naar andere, niet-Westerse kunsten is hierbij onontbeerlijk. Al impliceert de term ‘niet-westers’ al meteen een contrast met de Westerse kunst, terwijl hier vaak ook sprake is van kruisbestuiving en in de antropologie gezocht wordt naar een universele, menselijke drift om zich via kunst te uiten. Natuurlijk is het wel logisch dat er in een kunstgeschiedenis toch een zekere logica en chronologie zit. Waar mogelijk kunnen deze nieuwe benaderingswijzen betrokken worden in een lineair verhaal. Exhaustiviteit van de kunstgeschiedenis lijkt onmogelijk in een secundair onderwijs. Belangrijker is het beklemtonen van bepaalde ontwikkelingsprocessen in de geschiedenis van de kunsten, eerder dan het simpelweg ‘van buiten blokken’ van allerlei kunstwerken.

Created By
Dagmar Dirkx
Appreciate

Credits:

Created with images by KylaBorg - "Roa, Sleeping fox" • carulmare - "EYCK, Jan van The Ghent Altarpiece, Singing Angels. 1427-29" • Cea. - "[ E ] James Ensor - Christ's Entry Into Brussels (1888) - Detail (Death)" • freeparking :-| - "Käthe Schmidt Kollwitz: Self Portrait" • jonseidman1988 - "The true artist helps the world by revealing mystic truths by Bruce Nauman"

Made with Adobe Slate

Make your words and images move.

Get Slate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.