GERMATIK OPDRACHT 2.D.1

ANTWOORDEN

2.D.1

Welk werkwoord wordt hier bedoeld?

haben • sein • werden • dürfen • können • mögen • müssen • sollen • wollen • wissen

A1 - OBIT

1. weten

2. kunnen, in staat zijn

3. worden, zullen

4. zijn

5. mogen, toestemming hebben

6. willen

7. houden van, leuk vinden, zin hebben, mogen

8. hebben

9. moeten (van iemand anders), men beweert, ook: 'mocht het sneeuwen'

10. moeten (noodzakelijk, vanzelfsprekend, het kan niet anders)

Credits:

Created with images by Brian Rinker - "The Duke(ess?) Of Torta"

Made with Adobe Slate

Make your words and images move.

Get Slate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.