Flitslicht intro

Je hebt verschillende mogelijkheden om te flitsen.

A. Een handflitser: een kleine flitser die op de camera past maar ook los op statief te zetten is.. Tegenwoordig heb je systemen waarmee je vanaf één hoofdflitser meerdere handflisers kunt aansturen ook in flitshoeveelheid. Op deze manier kun je op locatie heel eenvoudig en betaalbaar flitslicht gebruiken.

B.. Een monoblock: dit is een flitskop waarin een aggregaat is gebouwd. Omdat het aggregaat in de lamp ingebouwd is is deze zwaarder en moet dus ook het statief waarop je hem zet zwaarder zijn. Je hebt monoblocks met accu's en er zijn er die op netstroom werken met een kabel.

C. Een aggregaat: een losse stroomvoorziening waarop meerdere lampen tegelijk aan te sluiten zijn. De lampen zelf zijn daardoor lichter in gewicht. Er zijn ook aggregaten die je op kunt laden waardoor je op locatie zonder stroom kunt werken; meestal heb je echter een stroomvoorziening nodig.

Afhankelijk van je monoblock of flitsaggregaat kun je de volgende dingen instellen:

1. Wattage: een lamp heeft een vermogen wat uitgedrukt wordt in watt per seconde. Aggregaten en monoblocks met een hoger vermogen zijn, dat zal niet verbazen, duurder. Je hebt aggregaten vanaf 200 Watt. Deze zijn vaak voor op locatie om een invullichtje te hebben en 2400Ws is echt heel veel licht. Wordt eerder in de studio gebruikt. Het verschil tussen 300W en 600 W = 1 stop

2. Hoeveelheid flits: op sommige apparaten gaat dat van full, half, 1/4 en 1/8 (verschil tussen vol en helft = 1 stop) Andere aggregaten geven de hoeveelheid in stops aan 1, 2, 3, 4, 5, 6,7, of 8 stops.

3. Als je met een aggregaat werkt waarop 2 lampen aangesloten kunnen worden kan het zijn dat het wattage over de 2 koppen verdeeld wordt:

  • Symmetrisch aggregaat: alle lampen geven evenveel licht
  • Asymmetrisch aggregaat: per kop stel je in wat iedere lamp geeft.
  • semi-a-symmetrisch aggregaat: Het wattage wordt gelijkmatig verdeeld over de koppen waarbij je de ene ten opzichte van de andere meer of minder licht kun laten geven.
Af-flitsen

Een aggregaat laat op. Als je in vermogen terug wilt moet je in de meeste gevallen eerst “afflitsen”. NAls het aggregaat namelijk helemaal geladen is kan hij de lading zelf niet kwijt. Dit doe je m.b.v. een testflits. Het aggregaat ontlaat zich dan en zal daarna wel tot het juiste vermogen opladen. Overigens gaat een aggregaat langer mee als je hem iedere week afflitst. Een lange tijd een aggregaat niet gebruiken verkort de levensduur. Ook is het slim om een aggregaat die je lang niet gebruikt hebt voor het gebruik 12 uur aan de stroom te hangen.

Licht

Veel fotografen gebruiken flitslicht zowel op lokatie als in de studio. Soms echter wordt er gebruik gemaakt van HMI licht gebruikt. Dit is een zogenaamde continulichtbron.

HMI

HMI licht is duur en zwaar (om te tillen). Soort van daglicht.

Accesoires

Accessoires: Wat voor soort licht je krijgt met flitslicht ligt aan wat voor accessoire je gebruikt. Op een flitslamp zijn namelijk verschillende reflectoren te zetten die allemaal een verschillend licht zullen geven. Denk daarbij aan: - Harder of zachter, - Direct of indirect Diffuus of gericht.

Reflector voor op het flitslicht.

Wil je meer weten over alle accessoires die op een flitser passen en wat voor licht dat gecreëerd wordt: klik dan op onderstaande button.

Created By
Hilde Maassen
Appreciate

Made with Adobe Slate

Make your words and images move.

Get Slate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.