Loading

kris berwouts ‘Mijn leven als mushamuka’: schetsen van Rwanda, Burundi en Congo

Kris Berwouts is op donderdag 22 april te gast in Bibliotheek Oostende. Hij stelt er via livestream zijn nieuwste boek ‘Mijn leven als mushamuka’ voor. De aangespoelde Oostendenaar werkte 25 jaar voor verschillende ngo’s in Centraal-Afrika en bouwde een stevige reputatie op als kenner van de regio. Tijdens een interview met Stella Nyanchama Okemwa deelt Berwouts zijn ervaringen als betrokken buitenstaander die toch deel uitmaakt van het gebeuren. De rode draad doorheen zijn boek is: hoe kan je je als progressieve mens inzetten voor Afrika en omgaan met Afrikanen, zonder betuttelend, arrogant of betweterig te zijn?

door Myleen Visser

Hoe kwam je op het idee om dit boek te schrijven?

In mijn vorig boek, Congo’s gewelddadige vrede wou ik een coherente, solide analyse neerzetten over de problemen en conflicten die Congo vandaag teisteren en ze ook in een historische context plaatsen. Dat is goed gelukt want het boek is in België en internationaal goed onthaald. Toch besefte ik dat ik de lat nogal hoog gelegd had. Ik ontmoette net iets te vaak vrienden, kennissen en buren die het boek on- of half-gelezen in de kast hadden staan, omdat het toch niet erg toegankelijk was. Het was iets te veel voer voor deskundologen, met een reëel risico om te verdrinken in de Congolese alfabetsoep met oeverloze afkortingen van gewapende groepen, partijen, enzovoort. Mijn Engelse uitgever vond het jammer dat het boek weinig terreinervaringen bevatte. Daarom besloot ik om een ander boek te schrijven, vertrekkend van erg concrete cases en ervaringen. Daardoor ligt de drempel voor dit boek lager en heb je als lezer minder voorkennis nodig en kan je bepaalde delen ook afzonderlijk lezen.

Vanwaar komt de benaming ‘Mushamuka’?

Mijn leven als mushamuka is de naam van een stuk dat ik in 2012 voor MO* Magazine schreef. Het beschrijft een avond waarop een Congolese vriend mij uitnodigde om mee te zetelen in de familieraad. Ze moesten een andere familie ontvangen die voor hun zoon de hand kwam vragen van ‘onze’ dochter. Dat maakte me tot ‘mushamuka’, een benaming voor een ‘oude wijze man die mee de beslissingen neemt binnen de gemeenschap/ familie’. Ik draag het als een eretitel en het is meteen een intentieverklaring voor het boek: ik wil een aantal inzichten delen en fenomenen beschrijven vanuit een hoogst eigen perspectief, namelijk die van betrokken buitenstaander die toch deel uitmaakt van het gebeuren en niet als observator aan de zijlijn staat. Niet de deskundoloog aan het woord, maar wel de mushamuka is de rode draad in het boek.

Met mijn boek wil ik mensen bereiken die oprecht geïnteresseerd zijn in de landen die ik beschrijf, maar niet noodzakelijk veel voorkennis hebben

Je hebt 25 jaar in Afrika gewerkt. Hoe moeilijk is het om als ‘witte man’ een vertrouwensband op te bouwen met de lokale bevolking?

Er ging in feite een heel denkproces rond Afrika vooraf. In 1983 besloot ik om Afrikaanse taalkunde en geschiedenis te studeren in Gent. In de maanden ervoor startte ik samen met wat vrienden een wereldwinkel. Kwestie van iets permanenter te gaan werken rond wat toen nog de ‘Derde Wereld’ heette. Ik vond toen dat – als het ons menens was met die solidariteit en die nieuwe wereldorde – we de culturele empathie moesten opbrengen om echt in dialoog te treden met de mensen in het Zuiden. Dat we in staat moesten zijn om hun prioriteiten op basis van hun normen en waarden te kennen en hen helpen die bij ons op tafel te leggen. Dus ging ik Afrikaanse taalkunde en geschiedenis studeren. In de jaren na het afstuderen, worstelde ik met de vraag ‘Hoe kan ik me rond Afrika engageren op een niet-betuttelende manier, met Afrikanen werken als gelijken, me moeiteloos inschuiven in een Afrikaanse structuur zonder mezelf en mijn witte wereld aan de top daarvan te zien? Hoe kan ik bijdragen tot echte verandering zonder onze eigen visie en waarden tot norm te verheffen?’ Vanuit mijn studie had ik een culturele empathie met Afrika ontwikkeld die mij in staat stelde daar zonder complexen te functioneren, mensen als absoluut gelijk aan mij te beschouwen en aanvaard te worden als iemand die meer luistert dan spreekt, het hart op de juiste plaats heeft en zich oprecht engageert voor het Afrikaanse empowerment zonder die zelf te willen invullen.

Had je een doelgroep voor ogen bij de ontwikkeling van je boek?

Ik wil met mijn verhaal buiten de kring van deskundologen treden. Mensen die fulltime met Centraal-Afrika bezig zijn, gaan in het boek interessante, onverwachte en spannende dingen lezen. Ik wil mensen bereiken die oprecht geïnteresseerd zijn in de landen die ik beschrijf, maar niet noodzakelijk veel voorkennis hebben. Zo krijg ik veel mooie reacties van lezers die hun beperkte Afrika-ervaring(en) dankzij mijn boek beter kunnen plaatsen. Ook van landgenoten met Afrikaanse roots die nog niet de kans gehad hebben om veel in Afrika te reizen en via mijn boek hun achtergrond wat beter leren kennen. Het meest van al schreef ik voor de vele mensen die Centraal-Afrika een warm hart toedragen, een beetje afgeschrikt worden door de gruwelverhalen waarmee we overspoeld worden en de realiteit willen leren kennen via mijn ervaringen met gewone mensen in wie ze zich meer herkennen dan in abstractere analyses.

Geschiedenis moet je een plaats geven, met inbegrip van de gruwelijke feiten

Oostende is nauw verbonden met Leopold II en zijn koloniale bewind. De Stad wil het verleden een plaats geven en een dekoloniseringstraject opzetten. Wat is jouw kijk hierop?

Ik woon sinds maart 2020 in Oostende. Het half jaar ervoor bracht ik door in een bos in Brandenburg, in de voormalige DDR. In mijn vrije tijd bezocht ik historische plekken in Duitsland en Polen. Het was razend interessant. Het belangrijkste wat me bijblijft, is hoe belangrijk het is om geschiedenis een plaats te geven, met inbegrip van de gruwelijke feiten. Dat kan alleen door feiten te benoemen, verbanden te begrijpen en de ruimte te scheppen om het verleden te verwerken. Dat is een voorwaarde als we willen komen tot een inclusieve, warme, solidaire, tolerante en rechtvaardige maatschappij. We moeten ons verleden onder de loep nemen en beseffen dat de manier waarop landen en continenten historisch met elkaar verbonden zijn, onherroepelijk moest leiden tot migratie. Dat migratie van alle tijden is en dat de diversiteit die dat heeft opgeleverd geen ranzige ziekte is maar een positieve kracht. Hier in Oostende is er natuurlijk de link met Leopold II die verantwoordelijk is voor een gruwelregime dat in Congo miljoenen mensen het leven gekost heeft. Oostende draagt Leopold II in zijn DNA. Als historicus ben ik de laatste om dit belangrijk deel van onze geschiedenis als stad en als gemeenschap onder de mat te vegen. Een paar jaar geleden werd ik van mijn sokken geblazen in het National Museum for African American History and Culture (NMAAHC) in Washington. Ik was erg onder de indruk van de eerlijke en lucide manier waarop men de pijnlijkste delen van de Amerikaanse geschiedenis toonde en mee opnam in de collectieve identiteit: ze maakten Amerika mee tot wat het is. Maar dat is geen reden om de gruwelijke aspecten ervan te negeren. Wij hier in Oostende en België moeten dat ook kunnen. En het begint met een grondige kennis van onze geschiedenis.

Bekijk het interview met Kris Berwouts via de livestream, op donderdag 22 april 2021 om 20.00 uur

UiT in Oostende is een publicatie van Stad Oostende (april 2021)

Meer artikels op www.oostende.be/uitvanthuis

Created By
Chris Muylle
Appreciate