LES 6 DOelstellingen

Doelstellingen

Als leerkracht wil je dat je leerlingen iets leren, je streeft met elke les bepaalde doelen na.

Gericht op beeldende doelstellingen

Leerplandoelstellingen plastische opvoeding zijn open en algemene doelstellingen: ze laten de leerkracht toe er zelf een concrete invulling aan te geven.

  • Leerkracht koppelt zelf de vier componenten

Enkele voorbeelden van leerplandoelstellingen

De lln. kunnen:

bij perceptie/waarneming:

  • aandachtig waarnemen;

bij onderzoek/vormgeving:

  • vanuit gerichte waarnemingsoefeningen tot nieuwe creaties komen;
  • een authentieke beeldtaal ontwikkelen;
  • door middel van kleuren gevoelens uiten;

Leerlijnen binnen plastische opvoeding

Een leerlijn is een voorbeeld van hoe er kan gefraseerd worden op grotere schaal. (Niet enkel binnen 1 les)

Het belang van doelstellingen

  1. Elke les niet veel meer zijn dan de leerlingen bezighouden.
  2. Zonder vooropgesteld doel wel een globaal idee van wat je wilt doen, veel minder bewust van het wat en vooral van het waarom.
  3. Om bij elke activiteit de begeleiding op de doelstellingen af te stemmen
  4. Om inzicht te krijgen in de leerinhouden
  5.  om te evalueren
  6. Om leerlijnen uit te werken in de vorm van een jaarplan over één of meerdere jaren gespreid.

Eerst doelstellingen dan pas het lesverloop

Bij het ontwerpen van een les ga je na het bedanken van een lesconcept eerst de doelstellingen op lijsten.

Zorg dat je voor het opstellen van doelstellingen voldoende bewust bent van:

  • De beeldende waarde van het gekozen onderwerp. Voldoende uitdiepen van thema met inbegrip van zinvol gekozen kunstbeschouwing.
  • Het onderwerp niet vanzelfsprekend vinden zodat je van doelstellingen bewust bent. Schat de beginsituatie van de leerlingen hiervoor goed in.
  • Niet denken dat je de totale persoonlijkheid van de leerlingen slechts kunt aanspreken door hen heel veel vrijheid te geven. Dit beperkt vaak de vrijheid en creativiteit.

Concrete lesdoelstellingen formuleren

Op elkaar afstemmen van de componenten van plastische opvoeding

Doelstellingen kun je formuleren bij:

  • het onderwerp
  • de beeldelementen
  • de materialen en technieken

Deze componenten kun je:

  • beschouwen (denk aan de beschouwende lesfasen)
  • creëren (denk aan de lesfasen waarin gecreëerd wordt)

Beeld- en kunstbeschouwing?

Doorheen een les altijd verweven. Minstens één doelstelling ivm kunstbeschouwing zal dan ook altijd geformuleerd worden.

Enkele voorbeelden:

De leerlingen kunnen:

  • alle mogelijke tinten groen in een landschap opnoemen (= beschouwende lesfase, bij onderwerp + beeldelement)
  • de globale vorm van een paprika in potlood zacht schetsen (= creëren, bij onderwerp, beeldelement, materiaal/techniek)

Eenduidige doelstellingen (fraseren)

Een eenduidige doelstelling houd 1 fase in zich. Hierdoor is deze makkelijk 'meetbaar'/te beoordelen/waar te nemen.

De leerlingen kunnen:

  • met kleurpotloden een gradatie kleuren van donker naar licht.

Meerduidige doelstelling (niet gefraseerd)

Een meerduidige doelstelling houd teveel fasen in zich. Dit soort doelstellingen zijn niet goed 'meetbaar' en dus onbruikbaar.

De leerlingen kunnen:

  • met behulp van een raster een detail van een vlinder uitvergroot schetsen en door kleuren te mengen tot een juiste kleurweergave komen.

Lesdoelstellingen en werkwoorden

Lesdoelstellingen drukken een waarneembaar leerlingengedrag uit

  • Waarneembaar: door leerkracht uiterlijk waar te nemen en te controleren. Je moet m.a.w. kunnen evalueren of de leerlingen de doelstelling wel effectief bereikt hebben.
  • Leerlingengedrag: bij de formulering zullen zoveel als mogelijk actieve werkwoorden gebruikt worden, werkwoorden die uitdrukken wat de leerlingen moeten kunnen.

Vage doelstellingen:

De leerlingen kunnen:

  • weten dat oranje, groen en paars de secundaire kleuren zijn.

Concrete doelstellingen:

De leerlingen kunnen:

  • de secundaire kleuren oranje, groen en paars opsommen. (laag denkniveau)
  • verwoorden hoe een bepaalde arceringswijze invloed heeft op de expressie van een werk. (Hoog denkniveau)

Open of gesloten doelstellingen

‘Volledig gesloten’ zullen lesdoelstellingen voor plastische opvoeding nooit zijn. Er moet altijd ruimte zijn om ‘op persoonlijke wijze’ te creëren, of ‘op expressieve wijze’.

Voorbeeld van een open doelstelling:

De leerlingen kunnen:

  • vanuit hun verbeelding een ruimtewezen ontwerpen

Doelstellingen in een logische volgorde plaatsen

Voorbeeld:

De leerlingen kunnen:

  • D1: De belangrijkste vormkenmerken van een konijn benoemen
  • D2: Met zachte, zoekende lijnen de globale vorm van een konijn naar waarneming schetsen.
  • D3: Verschillende arceringswijzen met pen en inkt in werken van kunstenaars herkennen en deze verwoorden.
  • D4: Volume weergeven door middel van verschillende arceringen
  • D5: Arceringen op persoonlijke wijze toepassen op hun eigen werk
  • D6: Textuur weergeven door bewust gebruik te maken van punten en lijnen

Attitudes

Attitudes kun je in elke les opnemen. We kunnen ze als volgt onderverdelen:

Persoonsgerichte attitudes:

De leerlingen kunnen:

  • een probleemoplossend vermogen ontwikkelen
  • zich expressief durven uiten - volhouden
  • aan zelfvertrouwen winnen

Sociale attitudes:

De leerlingen kunnen:

  • respect tonen voor eigen werk en dat van anderen
  • luisteren naar anderen
  • gepast omgaan met kritiek
  • samenwerken
  • gemaakte afspraken naleven

Attitudes gericht op kunst en cultuur

De leerlingen kunnen:

  • een open houding ontwikkelen voor...
  • nieuwsgierig en onbevooroordeeld kijken naar...
  • belangstelling tonen voor...

Van eindterm tot lesdoelstelling

De verschillende eindtermen zijn te vinden in de leerplannen.

Vakgebonden eindterm plastische opvoeding (bij vormgeven – lijn)

De leerlingen kunnen:

  • onder begeleiding verschillende methoden en technieken functioneel gebruiken

Leerplandoelstelling plastische opvoeding (bij onderzoek/vormgeven)

De leerlingen kunnen:

  • door gebruik te maken van allerhande technieken naar waarneming schetsen

Concrete lesdoelstelling

De leerlingen kunnen:

  • door gebruik te maken van zoekende, schetsmatige lijnen de globale vorm van een girafkop naar waarneming schetsen.
Created By
Geert Van den Broeck
Appreciate

Made with Adobe Slate

Make your words and images move.

Get Slate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.