Loading

Op niveau antwoorden HAVO

Installatie-instructies

Voor mij zijn mijn vrienden en familie belangrijk in de omgeving. Zij zorgen ervoor dat ik me thuis voel in de omgeving en dat ik plezier heb. Ik vind het belangrijk dat mensen zichzelf blijven en respect hebben voor elkaar.

Opdracht 2

1 a extreme opvattingen krijgen

b advies inwinnen

c uitdagen

d vrijmaken

e gebruiken

f een alleenrecht instellen

g stelselmatig lastigvallen

h naar een hogere klasse gaan

1

Opdracht 3

Eigen werk, bijvoorbeeld:

Argumenten vóór:

– Dieren kunnen met elkaar (en met andere diersoorten) communiceren.

– Bij sommige diersoorten hebben bepaalde klanken een vaste betekenis.

Argumenten tegen:

– Dieren leren hun taal niet van hun ouders, mensen wel.

– Diersoorten spreken overal ter wereld ongeveer dezelfde ‘taal’, mensen niet.

Opdracht 4

1 Eigen voorbeelden, bijvoorbeeld:

Geluid: Door te grommen probeert een hond andere dieren af te schrikken.

Geur: Een kat plast op verschillende plekken om zo zijn territorium af te bakenen.

Kleur: Sommige kevers hebben felle kleuren, zodat vijanden denken dat ze giftig zijn.

Houding: Een hond die hoog op zijn poten staat, is zelfverzekerd.

2 Het is voor een aap makkelijker om de bewegingen van de handen te controleren dan die van zijn mond, tong en lippen.

3 Eigen voorbeeld van lichaamstaal, zoals glimlachen (betekent: alles is goed) of ineengedoken houding (betekent: ik ben bang of onzeker).

4 Eigen werk, bijvoorbeeld: Om in grote groepen vreedzaam te kunnen samenleven, heb je taal nodig, zodat je bijvoorbeeld taken kunt verdelen en afspraken kunt maken.

Als je in een grote groep samenleeft, moet de taal zich aanpassen aan nieuwe situaties, bijvoorbeeld als de gemeenschap iemand wil straffen die iets fout heeft gedaan. Daar zijn dan nieuwe woorden over rechtvaardigheid voor nodig.

Opdracht 5

1 Eigen werk, bijvoorbeeld: De gemeenschappen waarin mensen leven zijn veel complexer dan die van dieren. Dat vraagt ook om een complexer communicatiesysteem.

2 Eigen werk.

Opdracht 1

1 conventioneel = gebruikelijk

2 delicatesse = bijzondere lekkernij

3 evenredig = in dezelfde verhouding

4 gebaat zijn bij = voordeel hebben van

5 gepaard gaan met = samengaan met

6 innovatief = vernieuwend

7 manipulatie = stiekeme beïnvloeding

8 pasklaar = kant en klaar, direct geschikt

9 proteïne = eiwit

10 textuur = uitwendige structuur

Opdracht 7

1 Verschrikkelijke in zin A zegt iets over het zelfstandig naamwoord ‘sneeuwman’. Het is dus een bijvoeglijk naamwoord.

2 Verschrikkelijk in zin B zegt iets over het werkwoord ‘stinkt’. Het is dus een bijwoord.

3 Die in zin C is een aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar het zelfstandig naamwoord ‘handbalster’.

4 Wie in zin D is een vragend voornaamwoord. Het is deel van de vraag ‘Wie wordt de nieuwe bondscoach?’

5 Wat in zin E is een onbepaald voornaamwoord. Het verwijst vaag naar iets waar je geen bijzonderheden van kent. Je kunt het vervangen door ‘iets’.

6 Dat in zin F is een betrekkelijk voornaamwoord. Het verwijst terug naar ‘Het boek’.

7 Is in zin G is een zelfstandig werkwoord. Het heeft hier de betekenis ‘bevindt zich’.

8 Is in zin H is een hulpwerkwoord. Het is de persoonsvorm bij het voltooid deelwoord ‘gegaan’.

9 Is in zin I is een koppelwerkwoord. Het koppelt het onderwerp ‘Mijn vader’ aan het zelfstandig naamwoord ‘treinfanaat’.

10 Eigen werk. Hadden jullie dezelfde antwoorden? Zo niet, konden jullie het dan samen eens worden over een antwoord?

Opdracht 8

1 dat = betr. vnw

2 is = kww

3 het = pers. vnw

4 blijft = hww

5 dat = aanw. vnw

6 levensmiddelenmicrobiologie = znw

7 worden = kww

8 het = lw

9 naast = vz

10 Onze = bez. vnw

11 vochtig = bnw

12 Als = ondersch. vw

13 wat = onb. vnw

14 makkelijk = bw

15 sommige = onb. hoofdtelw

16 en = nevensch. vw

17 die = aanw. vnw

18 zich = wederkerend vnw

19 of = nevensch. vw

20 bevat = zww

21 Wat = vr. vnw

Blok 1 Spelling

Opdracht 1

1 a berekend

b overschaduwd, verhuist

c overleed, erfde

d gedoucht, verbaast

e vermoedt, berusten

f oogstte, grensde

g gebeurt, voorspelt

h gescoord, glom

i behandelt, betekent

j gemaaid, gegamed

2 Eigen werk.

Opdracht 2

1 a-b berekend (vdw), overschaduwd (vdw), verhuist (pv), verbaast (pv), vermoedt (pv), gebeurt (pv), voorspelt (pv), behandelt (pv), betekent (pv)

2 a-b Eigen werk, bijvoorbeeld:

– De winkelier berekent (pv) de prijs nog met een rekenmachine.

– Een vervelend griepvirus overschaduwt (pv) de feestelijke heropening van de winkel die onlangs is verhuisd (vdw).

– Zijn overspannen reactie heeft mij wel een beetje verbaasd (vdw).

– Mijn vader heeft altijd al vermoed (vdw) dat zijn beste vriend tegen hem loog.

– Er is precies gebeurd (vdw) wat de onderzoeker heeft voorspeld (vdw).

– De verpleegster die mijn wond heeft behandeld (vdw) heeft veel voor de gemeenschap betekend (vdw).

3 Eigen werk.

Opdracht 3

1 a cactus

b stofmijt

c jou

d rauw

e hartstikke

f eentje

g schrijnend

h eis

2 c, d, f, h

Opdracht 4

Eigen werk, bijvoorbeeld:

1 a – In het kookboek kun je opzoeken hoe je dat gerecht moet bereiden.

– Tijdens de kermis konden de kleinsten ook de pony’s berijden.

b – Toen ik vanmorgen naar school fietste, stond er nog dauw op de weilanden.

– Toen de jongen de conducteur een douw gaf, grepen medereizigers in.

c – Ik had een wild feestje verwacht, maar iedereen zat braaf in een kringetje.

– Wilt u misschien meewerken aan ons buurtonderzoek?

d – Korstjes krab ik meestal gedachteloos los.

– Langs de kust zag ik een grote krab lopen.

– Mijn broek is nu echt te krap geworden.

e – De nieuwe brug was zo steil dat fietsers moesten afstappen.

– Speciaal voor het gala waren alle leerlingen in stijl naar school gekomen.

2 Eigen werk.

Opdracht 7

1 Verschrikkelijke in zin A zegt iets over het zelfstandig naamwoord ‘sneeuwman’. Het is dus een bijvoeglijk naamwoord.

2 Verschrikkelijk in zin B zegt iets over het werkwoord ‘stinkt’. Het is dus een bijwoord.

3 Die in zin C is een aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar het zelfstandig naamwoord ‘handbalster’.

4 Wie in zin D is een vragend voornaamwoord. Het is deel van de vraag ‘Wie wordt de nieuwe bondscoach?’

5 Wat in zin E is een onbepaald voornaamwoord. Het verwijst vaag naar iets waar je geen bijzonderheden van kent. Je kunt het vervangen door ‘iets’.

6 Dat in zin F is een betrekkelijk voornaamwoord. Het verwijst terug naar ‘Het boek’.

7 Is in zin G is een zelfstandig werkwoord. Het heeft hier de betekenis ‘bevindt zich’.

8 Is in zin H is een hulpwerkwoord. Het is de persoonsvorm bij het voltooid deelwoord ‘gegaan’.

9 Is in zin I is een koppelwerkwoord. Het koppelt het onderwerp ‘Mijn vader’ aan het zelfstandig naamwoord ‘treinfanaat’.

10 Eigen werk. Hadden jullie dezelfde antwoorden? Zo niet, konden jullie het dan samen eens worden over een antwoord?

Opdracht 8

1 dat = betr. vnw

2 is = kww

3 het = pers. vnw

4 blijft = hww

5 dat = aanw. vnw

6 levensmiddelenmicrobiologie = znw

7 worden = kww

8 het = lw

9 naast = vz

10 Onze = bez. vnw

11 vochtig = bnw

12 Als = ondersch. vw

13 wat = onb. vnw

14 makkelijk = bw

15 sommige = onb. hoofdtelw

16 en = nevensch. vw

17 die = aanw. vnw

18 zich = wederkerend vnw

19 of = nevensch. vw

20 bevat = zww

21 Wat = vr. vnw

Opdracht 4

1 Een enkelvoudige zin telt één persoonsvorm, een samengestelde zin telt twee persoonsvormen.

2 Eigen zin, bijvoorbeeld: Terwijl de kitesurfer geïnterviewd werd, verscheen achter hem ineens een haai in beeld.

3 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: omdat, als, hoewel, tenzij, toen, zodat, terwijl, doordat, zodra, nadat, enzovoort.

Opdracht 5

1-2 a enkelvoudig

b samengesteld; onderschikkend voegwoord = omdat

Anwar … krukken = hoofdzin

hij … heeft = bijzin

en, want, maar, of = nevenschikkend

alle andere voegwoorden = onderschikkend

c samengesteld; onderschikkend voegwoord = Als

blijkt … gelogen = bijzin

moet … opstappen = hoofdzin

d enkelvoudig

e samengesteld; onderschikkend voegwoord = hoewel

Gym … lievelingsvak = hoofdzin

hij … is = bijzin

f samengesteld; onderschikkend voegwoord = totdat

De … zaak = hoofdzin

het … afgerond = bijzin

g samengesteld; onderschikkend voegwoord = Zodra

de … nagekeken = bijzin

zet … online = hoofdzin

h enkelvoudig

i samengesteld; onderschikkend voegwoord = dat

Hebben … gehoord = hoofdzin

er … wordt = bijzin

enkelvoudig

Opdracht 6

Eigen zinnen, bijvoorbeeld:

1 Ik was vanmorgen te laat op school, doordat ik een lekke band had.

2 Mijn ouders brengen mij overal naartoe, tenzij het meer dan een uur rijden is.

3 We kunnen de bus nog halen als we een beetje opschieten.

4 De schade door de storm viel erg mee, hoewel hij nog wat zwaarder was dan verwacht.

5 Wij mochten van de docent een kwartier eerder weg, zodat we vóór het noodweer thuis konden zijn.

Literatuur en lezer

A Leeropdrachten

1 De leesmotivaties staan in paragraaf 1.1. Ga bij de ordening van de leesmotivaties niet af op één of twee pas gelezen boeken, maar ga uit van de vraag waarom je verhalen leest.

2 Inleving doe je in een personage (je „bent‟ het personage tijdens het lezen als het ware); bij herkenning is er geen sprake van inleving, maar kun jij je de ruimte waarin de gebeurtenissen zich afspelen en de ervaringen van een personage goed voorstellen, bijvoorbeeld door wat je zelf hebt gezien, gehoord, gelezen of meegemaakt.

3 Het effect is de uitwerking van de tekst op jou als lezer, wat de tekst met je doet.

4 Mogelijke effecten: vies, vreemd, spannend, raadselachtig, prachtig, boeiend, geheimzinnig, onsamenhangend, moeilijk, ontoegankelijk, flauw.

5 Mogelijke redenen: verschil in leeftijd, opleiding, maatschappelijke achtergrond, sekse, geaardheid.

6 Een genre is een bepaald soort verhaal of boek, bijvoorbeeld een sprookje of sciencefiction.

7 Verwachtingen ontstaan door (1) wat je over het boek hebt gehoord; (2) genre; (3) titel en omslag; (4) suggesties en vermoedens; (5) interessante of bijzondere personages.

8 Bij een zakelijke tekst klopt de informatie, de tekst is eenduidig; een literaire tekst is meerduidig, de informatie hoeft niet te kloppen.

9 Een open plek is een tekstgedeelte dat onduidelijk is en vragen bij je oproept.

10 Open plekken ontstaan door: (1) informatieachterstand; (2) vermoedens, suggesties en verwachtingen; (3) gedrag van personages; (4) titel.

11 Gesloten einde: alle open plekken zijn ingevuld; open einde: na lezing blijven er open plekken.

12 Bij non-fictie vertrouw je als lezer erop dat de informatie klopt, bij een fictionele tekst bestaat de mogelijkheid dat er wordt afgeweken van de werkelijkheid; zo‟n tekst is geen waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid.

13 De Gouden Strop is de prijs voor het beste spannende Nederlandse boek.

Opdracht 5

1-2 a enkelvoudig

b samengesteld; onderschikkend voegwoord = omdat

Anwar … krukken = hoofdzin

hij … heeft = bijzin

c samengesteld; onderschikkend voegwoord = Als

blijkt … gelogen = bijzin

moet … opstappen = hoofdzin

d enkelvoudig

e samengesteld; onderschikkend voegwoord = hoewel

Gym … lievelingsvak = hoofdzin

hij … is = bijzin

f samengesteld; onderschikkend voegwoord = totdat

De … zaak = hoofdzin

het … afgerond = bijzin

g samengesteld; onderschikkend voegwoord = Zodra

de … nagekeken = bijzin

zet … online = hoofdzin

h enkelvoudig

i samengesteld; onderschikkend voegwoord = dat

Hebben … gehoord = hoofdzin

er … wordt = bijzin

j enkelvoudig

Opdracht 6

Eigen zinnen, bijvoorbeeld:

1 Ik was vanmorgen te laat op school, doordat ik een lekke band had.

2 Mijn ouders brengen mij overal naartoe, tenzij het meer dan een uur rijden is.

3 We kunnen de bus nog halen als we een beetje opschieten.

4 De schade door de storm viel erg mee, hoewel hij nog wat zwaarder was dan verwacht.

5 Wij mochten van de docent een kwartier eerder weg, zodat we vóór het

noodweer thuis konden zijn.

1 Over het algemeen = bwb

reageren = wwg

patiënten met die ziekte = ond

met die ziekte = bvb bij ‘patiënten’

goed = bwb

op dit medicijn = vzv

2 Naar aanleiding van jouw verzoek om informatie = bwb

om informatie = bvb bij ‘verzoek’

jouw = bvb bij ‘verzoek’

sturen toe = wwg

we = ond

je = mv

dit pakket = lv

3 Bij het ongeluk op dat gevaarlijke kruispunt = vzv

op dat gevaarlijke kruispunt = bvb bij ‘ongeluk’

gevaarlijke = bvb bij ‘kruispunt’

waren betrokken = nwg

twee auto’s en een scooter = ond

4 Tijdens de wedstrijd = bwb

werd gehesen = wwg

vóór ons = bwb

een jongetje = ond

op de nek van zijn vader = bwb

van zijn vader = bvb bij ‘nek’

zijn = bvb bij ‘vader’

5 Vanavond = bwb

is te gast = nwg

bij ons = bwb

mevrouw El Amrani, deskundige op het gebied van de ruimtevaart = ond

deskundige op het gebied van de ruimtevaart = bijstelling

op het gebied van de ruimtevaart = bvb bij ‘deskundige’

van de ruimtevaart = bvb bij ‘gebied’

6 Ook = bwb

voor vegetariërs = vzv

zijn geschikt = nwg

deze belegde broodjes = ond

belegde = bvb bij ‘broodjes’

in de meeste gevallen = bwb

meeste = bvb bij ‘gevallen’

1 Volgens meteorologen = bwb

bedreigt = wwg

een zeer zware storm = ond

zeer zware = bvb bij ‘storm’

de oostkust van de Verenigde Staten = lv

van de Verenigde Staten = bvb bij ‘oostkust’

2 Vorig weekend = bwb

waren = wwg

wij = ond

op bezoek = bwb

bij familie = bwb

in Winsum, ten noorden van Groningen = bwb

ten noorden van Groningen = bvb bij ‘Winsum’

3 Freek Vonk, de bekende tv-presentator = ond

de bekende tv-presentator = bijstelling

is dol = nwg

net als ik = bwb

op wilde dieren = vzv

wilde = bvb bij ‘dieren’

4 Ons = mv

is beloofd = wwg

voor de herkansing van de rekentoets = bwb

van de rekentoets = bvb bij ‘herkansing’

een stiltelokaal = ond

5 Op de actiedag voor Haïti = bwb

voor Haïti = bvb bij ‘actiedag’

zijn verkocht = wwg

zelfgemaakte schilderijtjes van leerlingen = ond

zelfgemaakte = bvb bij ‘schilderijtjes’

van leerlingen = bvb bij ‘schilderijtjes’

aan ouders en leraren = mv

6 Die pas geopende kledingwinkel = ond

pas geopende = bvb bij ‘kledingwinkel’

schijnt failliet te zijn = nwg

nu = bwb

alweer = bwb

Opdracht 6

1 a Eigen werk, bijvoorbeeld:

– … alsof hij aan een onzichtbaar touw werd meegetrokken … (regel 16-17)

– rondtollend als een lappenpop in een wasmachine. (regel 22-23)

– De volgende golf beukte me als een bulldozer omver. (regel 31)

– … terwijl het water als een fontein uit mijn neus spoot. (regel 50-51)

– … Ned keek ernaar alsof het een kunstwerk was … (regel 93-94)

– toch wiebelde en schommelde het board heen en weer, als een paard dat niet bereden wilde worden. (regel 150-151)

b Bijvoorbeeld:

– Seconden leken wel jaren. (regel 28)

– Mijn lichaam leek wel vloeibaar. (regel 48)

– veranderde het board weer in een nukkig paard. (regel 153-154)

2 a – Meegetrokken worden door een golf wordt vergeleken met meegetrokken worden aan een touw.

– Rond worden gedraaid door de golven wordt vergeleken met het rondtollen van een lappenpop in een wasmachine.

– Een golf wordt vergeleken met een duwende bulldozer.

– Water dat uit een neus spuit, wordt vergeleken met een fontein.

– Iemand die met speciale kleding is aangekleed, wordt vergeleken met een kunstwerk.

– Een surfplank wordt vergeleken met een paard dat geen ruiter op zijn rug wil.

b – Seconden worden vergeleken met jaren.

– Een lichaam wordt vergeleken met een vloeistof.

– Een surfplank wordt vergeleken met een paard dat geen ruiter op zijn rug wil.

3 a metafoor

b vergelijking zonder als

c vergelijking met als

d vergelijking met als

e metafoor

Credits:

Created with images by ReadyElements - "answer arranged arrangement" • PublicDomainPictures - "lumber wood background" • Bess-Hamiti - "tree sunset amazing" • lwm-media - "Nice" • MichaelGaida - "figure fair adler" • Elijah O'Donell - "GIRL VIEW IN CAMERA" • Capri23auto - "chicken hen poultry" • darkmoon1968 - "menu pizza pasta" • chudo.sveta - "bike" • Kevin Schmid - "Excited about life" • andyarthur - "Trees" • DreamSailors - "Mossy Tree"

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.