Een greep uit het leven teksten die ertoe doen

Grote gebeurtenissen vragen om woorden.

Die woorden vind je niet altijd wanneer je ze nodig hebt. Daar kan ik bij helpen. Vertel mij je verhaal en ik zet het in heldere woorden op papier. Samen gaan we op zoek naar de juiste inhoud.

Ga je trouwen en wil je je liefde tot uitdrukking brengen?

Heb je wat te vieren?

Wil je iemand in de bloemetjes zetten en horen daar mooie woorden bij?

Of ben je net iemand verloren die je dierbaar is?

Ik schrijf over alle fasen van het leven. Over kostbare momenten en herinneringen die te mooi zijn om te laten vervliegen. Ik sprokkel woorden en verzamel ze in een tekst. Een tekst die er voor jou toe doet.

Een brief aan Jeanne

Liefste Jeanne,

Na enige twijfel stemde je toe dat ik je interviewde voor een boek over jouw leven. Je had alles al verteld, zei je. Een boek was niet nodig. Maar je kinderen en kleinkinderen zijn wel heel benieuwd om dat mooie leven op papier te zien verschijnen. We gingen van start, en ons eerste gesprek begon bij bomen. Toen wist ik al dat het wel los zou lopen. Meteen bleek ook dat je een uitstekende verteller bent. Een mooie anekdote: naaien en breien heb je nooit graag gedaan. Daarom mocht je op school voorlezen tijdens de handwerkles, terwijl een ander je werk deed.... Het vertellen ben je nog altijd niet verleerd! De verhalen van vroeger kwamen meteen naar boven drijven. Je nam me mee naar het café waar je bent opgegroeid en naar het ‘stroke’ in Londerzeel waar je speelde met je vrienden. Een mooie tijd met alleen maar goede herinneringen.

Als ik één woord mag kiezen dat je typeert, dan is dat zonder twijfel ‘zorgzaamheid’. Het is een eigenschap die je waardeert bij anderen: je moeder, je man Jan, je kinderen en kleinkinderen. Maar de eigenschap is zeker ook op jou van toepassing. Je hebt ook echt veel gezorgd. Voor Tom, die enkele moeilijke jaren doormaakte aan het einde van zijn leven. En voor je moeder, een trotse, intelligente maar bescheiden vrouw. Je zag als kind hoe ze zorgde voor haar zieke man en haar drie kinderen. Dat waren moeilijke jaren, maar je moeder heeft je gemaakt tot wie je bent. Je bent haar altijd blijven missen.

Jeanne, je bent altijd in de buurt van het ‘stroke’ blijven wonen. Maar je blik op de wereld is veel breder. Sinds je zevende ben je niet gestopt met boeken lezen en ook de televisie houdt je scherp. Je kijkt naar de wereld met de zorgzame - en soms ook bezorgde - blik waarmee je naar je kinderen en kleinkinderen kijkt. En je houdt van de natuur, daar kun je je hoofd leegmaken.

Je bestempelt jezelf als een eenzaat, maar eenzaam ben je allerminst. Wat niet wil zeggen dat je de mensen niet mist die zijn heengegaan: je moeder, je man, je schoonzussen... Het besef de laatste van een generatie te zijn, snijdt. Gelukkig staan je kinderen en kleinkinderen altijd voor je klaar. En als zij gelukkig zijn, dan ben jij dat ook. Goed doen voor een ander zonder jezelf op te dringen, zonder ruzies - ik denk dat daar een woord voor bestaat: harmonie.

Je bescheidenheid siert je. Wat ik zeker zal onthouden van onze gesprekken, is hoe belangrijk het is om tevreden te zijn met wat je hebt. Om verder te gaan met leven, hoe moeilijk het soms ook is, zonder alles in vraag te willen stellen. Om soms je woorden in te slikken, al denk je dat je het beter weet.

In de uren dat we hebben samengezeten heb je me geduldig en met veel plezier het verhaal verteld van je mooie leven. Mooi ja, dat durf ik wel zeggen, want op mijn vraag wat je opnieuw zou willen beleven, antwoordde je meteen: alles. Dit boek is het resultaat, ik hoop dat je er met plezier in leest.

Lieve groet!

Lien, levensverhalenschrijver

Dag papa,

Jij hebt ons altijd de weg gewezen. Je leerde ons kijken, luisteren, genieten van het leven. Kwaliteit voorop, in alle betekenissen.

Vakanties in de hoge bergen, weg van iedereen. Reizen naar drukke steden - want een stad moest geproefd en ontleed worden. Fietsen in de natuur rond onze stad.

Zeventien jaar geleden zag alles er plots anders uit. Maandenlang in het ziekenhuis, pijn en een rolstoel. Maar de weg wijzen deed je nog altijd. Een beetje stiller. Met minder woorden, maar ze deden er des te meer toe. Muziek, politiek, natuur: het waren maar enkele van je favoriete onderwerpen.

En de kindjes natuurlijk. Als een observator kon je ze gadeslaan, lachen met hun grollen, blij zijn met wat ze brachten. Hoe mooi om zien ook: de vier kleinkinderen kwamen naar je toe, zorgden voor je, alsof ze je wilden beschermen. Van toen ze heel klein waren.

Lang geleden keken wij uit het raam van je werkkamer naar de donkerpaarse beuk. Een klein gaatje in de wolken was voor jou het begin van mooi weer.

Hoe mama en jij voor elkaar zorgden - ja, jij ook voor haar - daar kunnen we alleen maar naar opkijken. Liefde als voorbeeld, altijd, tot in de laatste seconde.

Ook op je werk was je bevlogen in alles wat je deed. Van architectuur naar stedenbouw, al je projecten in en voor Antwerpen. Op je bureau zagen ze je graag komen, al moesten ze je de laatste jaren naar binnen dragen.

Het paradijs, dat kende je al. Dat is de tuin. Het is er altijd goed, en we gaan er nog veel aan je denken.

Papa, je was de zachtste mens die we we kennen, dat zal niemand ontkennen. Maar je hebt ook meer boksmatchen uitgevochten dan wie ook. Tot op het einde.

Nu is er rust. Verdiende rust, al hadden er voor ons nog heel wat jaren bij gemogen.

Oh, Oogstgoed!

Toen we hoorden dat er in de Meersen een nieuwe zelfoogstboerderij kwam, waren we er als de kippen bij. Ik wist nog niet dat er ook echt kippen zouden komen. Schaapjes. Bijtjes. En varkens, heel binnenkort. Joehoe, varkens!

Al ben ik geen echt groentje als het op tuinieren aankomt, toch stond ik er echt van te kijken hoe een weide op zo'n korte tijd kan veranderen in een gigantische groentenwinkel. Als ik op mijn fiets spring lijkt het wel alsof ik naar het beloofde land rijd, zeker in de zomer nu de oogst nog groter lijkt dan mijn plukvreugde.

Verse, zelfgeplukte erwtjes: dat eet ik niet ieder jaar. Altijd gedacht dat dat de prijs van het stadsleven is. Nu moet ik tien minuten fietsen om echt op de boerenbuiten te zijn: ik had het niet kunnen dromen.

Vaak kom ik op mijn eentje naar het veld, maar meestal gaan de kinderen mee. De speeltuin in de buurt heeft heel wat aan charme verloren: nergens in Gentbrugge kan je je zo gezellig vuilmaken als bij Oogstgoed. Dochter wil bioloog worden en onderzoekt ieder insect dat haar pad kruist, zoon twijfelt nog tussen ridder en boer. Ronny mag zich bij iedere ontmoeting verwachten aan een reeks vragen over hoe de traktor werkt.

Oogstgoed heeft al voor heel wat "eerste keren' gezorgd: uien planten, met blote voeten de geoogste rogge omkeren, zelf een bloemkool afsnijden, op een traktor zitten (zoon)... En zelfgeoogste groenten smaken beter, zeker bij de kinderen. Dochter was ooit een hele moeilijke eter. Rode biet en warmoes zijn nu geen probleem meer. Op weg naar huis wordt meestal al een komkommer verorbert, of wat er voorhanden is. Misschien gaat het enthousiasme nog wel eens tanen, maar het houdt nu toch al enkele maanden aan (al gaan we nog niet meteen warmoes invriezen om de winter door te komen).

Ik voel me verwend dat ik al dat lekkers mag oogsten en dat ik 'mag' komen werken - wat een contrast toch met het echte boerenleven dat geen rekening houdt met weer en wind.

Klein (willen zijn)

Het is verleidelijk de gelijkenissen tussen mijn dochter en mij uit te vergroten: hoe vaak hoor ik niet hoe hard ze op me lijkt. Zelf herken ik haar interesses, hoe ze boeken verslindt, de manier waarop ze prutst en met steentjes speelt, hoe ze de hele dag neuriet, net als ik. Haar gevoelswereld lijkt op de mijne. Ze lijkt ook voor dezelfde moeilijkheden te staan: ze is gesloten, heeft het moeilijk in groep, worstelt zich door sommige dagen. Haar fantasie lijkt dan weer meer op die van haar vader, vind ik. Het knutselkind laat overal in huis sporen achter. “Ik heb een goed idee” is een zinnetje dat we voortdurend horen, gevolgd door een al dan niet uitvoerbaar plan, altijd met een aparte kijk op de dingen. Ze heeft oog voor het kleine en een uitgesproken smaak (die wij bovendien ook kunnen smaken, geweldig is dat).

Zo’n vergelijkingen zijn natuurlijk niet helemaal eerlijk. Uiteindelijk zie je wat je wilt zien. Soms het goede, soms het minder goede. Die valse spiegel leidt haar misschien niet waar ze heen moet, langs haar eigen pad. Dat pad verloopt soms hobbelig. Het kind is negen en we gaan met haar naar de dokter. Waarom, dat weten we niet precies, maar ze is moe en dat horen we vaker dan ons lief is. Ze spreekt over hoofdpijn en is soms bleek, maar meestal zijn haar klachten vaag en raakt ze niet verder dan ‘ik voel me niet goed’. Is er een fysiek probleem? Het is niet duidelijk.

De dokter vertelt ons over de innerlijke wereld van een negenjarige. Het begrip eenzaamheid doet zijn intrede. Het besef dat wij er niet altijd zullen zijn en zeker niet alles zullen doen, ontstaat rond die leeftijd. Het vangnet valt weg, de volwassen denkwereld is in zicht. Wat de dokter vertelt, klinkt vaag. Maar het blijft hangen en thuis denken we verder. Het blijkt een populair onderwerp te zijn op het internet en het past bij wat we al weten. Opnieuw ga ik kijken hoe ik was rond die leeftijd. Ik kan gevoelens oproepen die maken dat ik het wel begrijp. Denk ik.

Dochter wil klein blijven. Dat is al lang zo: als enige van de kleuterklas keek ze niet uit naar het eerste leerjaar. Het besef dat het gedaan was met de hele dag spelen, was er nog voor ze het echt kon ervaren. Moest ze kunnen kiezen, dan was ze nu nog een kleuter. Ze vraagt niet om alleen naar school te gaan en is niet echt graag alleen thuis. Ze blijft tegen beter weten geloven in de Sint, zelf al heeft ze lang geleden haar twijfels al geuit. Misschien gelooft ze wel meer in het sprookje dan vroeger, omdat ze dat zo gekozen heeft. Een beetje vreemd, want naïef is ze helemaal niet. Het klinkt nu misschien alsof ze zich ook gedraagt als een klein kind maar dat is niet zo. Eerder lijkt het alsof ze de volwassen wereld doorprikt en zich ertegen verzet. Ik kan haar niet altijd ongelijk geven, al zijn er vaak ergernissen omdat ze niet de verantwoordelijkheden neemt die volgens ons wel bij haar leeftijd horen.

Soms zeg ik aan mijn dochter dat ze voor haar verjaardag een pakje tijd van me krijgt en dat bevalt haar wel. En laat dat nu precies zijn wat de dokter haar geeft! Er wordt niet geprikt en gemeten, wel geeft hij een briefje mee: hij stuurt haar halve dagen naar school, de namiddagen mag ze thuis bekomen. Ze rust op haar bed - want dat moet van de dokter - en daarna leest ze, tekent en knutselt ze, speelt ze langer en intenser viool dan op gewone schooldagen. Dat is haar eigen wereld, de wereld die ze nodig heeft, waar ze thuis is. Gevoelsmatig vind ik dat ze er recht op heeft, maar toch ligt het niet voor de hand. Een kind dat klein wil blijven, een moeder hoort niet liever - of toch niet? Het baart ons ook zorgen: dochter loopt in de pas terwijl ze dat eigenlijk niet wil. Ze wil zacht en op een organische manier haar eigen weg vinden, ze kan niet om met breuken, drama, harde woorden. En dus verkiest ze vaak om te doen wat van haar verwacht wordt. Is ze niet te breekbaar voor deze wereld? Ook dat is een bedenking die ik me eigenlijk niet mag maken: het is haar leven, niet het mijne.

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.