LES 5 Beeldelementen

mini micro teaching

Jullie krijgen elk 10' voor jullie micro teaching. (zie les 4 voor meer informatie)

Doelen

Leerkracht

  1. De leerlingen kunnen de aanwezige beeldelementen benoemen.
  2. De leerlingen kunnen een eigen mening vormen
  3. De leerlingen kunnen de werken inhoudelijk met elkaar vergelijken.

Leerling

  1. Werk actief mee vanuit je eigen kennis & wees niet geen lastige leerling.
  2. Kijk vanuit een didactische bril naar je medestudenten. Dit doe je via de kijkwijzer microteaching - beschouwing (klik op de naam = link). Of ga via toledo > onderwijskunde: vakdidactiek secundair onderwijs 1 > Vakdidactiek onderwijsvakken > Plastische opvoeding > Micro teaching.
  3. Bekijk aandachtig de vragen op de kijkwijzer en probeer ze op te lossen door je medestudent te observeren.
  4. Help constructief door waardevolle feedback te verzamelen en formuleren.

Beeldelementen

Wat zijn beeldelementen?

  • Een beeldelement is de woordelijke benoeming van visuele aspecten.
  • Beeldelementen zijn de bouwstenen om ideeën te verbeelden.
  • Beeldelementen zijn een van de componenten van een les plastische opvoeding.

Beeldelement als component

één of twee beeldelementen beschouwen en er de leerlingen tijdens het zelf creëren rond laten werken. Het kan bijvoorbeeld gaan om:

  • vorm: globale vorm, open/gesloten vorm, vormverhoudingen, vorm en restvorm...
  • lijn: lijngevoeligheid, arceringen...
  • licht: volumeweergave door licht/schaduw, eigen schaduw en slagschaduw...
  • kleur: kleurtonen, kleurcontrasten, licht/donkercontrast, complementair...
  • compositie: centraal, monumentaal, verdelingscompositie...

Welke beeldelementen zijn er?

7 verschillende categorieën.

  1. Kleur
  2. Ruimte
  3. Vorm
  4. Lijn
  5. Textuur
  6. Licht
  7. Compositie

KLEUR

  • Kleurenleer
  • Kleur (eigenschappen van kleur kunnen opnoemen)
  • Kleursoort
  • Primaire kleuren, basiskleuren
  • Verzadigde (felle) of onverzadigde kleuren
  • Kleurhelderheid
  • Secundaire kleuren
  • Tertiaire kleuren
  • Kleurcontrast (soorten kleurcontrasten kunnen opnoemen)
  • Complementair contrast
  • Warm/koudcontrast
  • Licht/donkercontrast
  • Kwaliteitscontrast
  • Kwantiteitscontrast
  • Simultaancontrast

RUIMTE

  • Beeldvlak
  • Ruimte- of dieptesuggestie (middelen om ruimtesuggestie te suggereren kunnen opnoemen)
  • Afsnijding
  • Overlapping

Perspectief

Onze omgeving is driedimensionaal, of, elke ruimte heeft drie dimensies: een hoogte, een breedte en een diepte.

Om deze drie dimensies af te beelden op een plat vlak met slechts twee dimensies (nl. hoogte en breedte), maken we gebruik van de leer van de perspectief.

Begrippen

  • Horizon en ooglijn
  • Standpunt
  • Verkorting, verkleining
  • Verticalen
  • Horizontalen
  • Vluchtlijnen
  • Vluchtpunt/verdwijnpunt
  • Eénpuntsperspectief
  • Tweepuntsperspectief
  • Driepuntsperspectief
  • Vogelperspectief.
  • Kikkerperspectief

VORM (+ LIJN)

  • Lijnen (+ lijnsoort, lijndikte, lijnvoering)
  • Contour, omtreklijn
  • Arcering, lijnstructuur
  • Lineair
  • Lijnrichting
  • Lijnwerking
  • Vorm
  • Vormsoort
  • Vormaspect
  • Vlak, tweedimensionaal
  • Ruimtelijk, driedimensionaal
  • Ruimtelijkheid
  • Plasticiteit
  • Geometrisch
  • Organisch
  • Open
  • Gesloten
  • Vormcontrast
  • Vorm en restvorm
  • Positieve en negatieve vorm

Gestileerde vorm, stilering

Alleen de belangrijkste kenmerken van de vorm nog te zien. Ontstaat door vereenvoudiging, overbodige details zijn weggelaten.

Silhouet

Een silhouet is een vlak beeld dat ontstaat door fel tegenlicht. Alleen de eigen schaduw is zichtbaar.

Matisse heeft zijn Blauw naakt opgebouwd uit uitgeknipte silhouetten van lichaamsdelen.

TEXTUUR & STRUCTUUR

Structuur

Structuur duidt op samenstelling, indeling, ordening, opbouw of op organisatie van afhankelijke kleine delen in een groter geheel.

  • regelmatige – onregelmatige structuur
  • gelaagde structuur
  • gestapelde structuur
  • geweven structuur

Als iets ritmisch herhaald wordt, krijg je een bepaalde structuur, waardoor iets:

  • constructief begrijpelijk wordt;
  • overzichtelijk wordt;
  • maat en orde krijgt.
Structuur nemen we visueel waar.

Textuur

Textuur is de huid of het oppervlak van een materiaal.

  • gladde – ruwe textuur
  • koude – warme textuur
  • harde – zachte textuur
  • harige textuur
  • stekelige textuur
  • korrelige textuur
  • kleverige textuur
Textuur neem je tactiel waar.

LICHT

  • Licht, lichtval
  • Slagschaduw en eigen schaduw

COMPOSITIE

  • Compositie, vlakverdeling, ordening, groepering
  • Compositie(grond)vorm, compositieschema
  • Centrale compositie
  • Symmetrische en asymmetrische compositie
  • Diagonale compositie
  • Over-all compositie
  • Statische compositie
  • Dynamische compositie

Plaats volgende beelden bij de meest dominante beeldelement (categorie).

Leerlijnen in het leerplan

  • zone van naaste ontwikkeling
  • Voorstel voor frasering
  • klare blik op behalen van leerplandoelen.

Te kennen beeldelementen 1ste semester

Of ga via toledo > onderwijskunde: vakdidactiek secundair onderwijs 1 > Vakdidactiek onderwijsvakken > Plastische opvoeding > Les 5: Beeldelementen > Te kennen beeldelementen en beeldende begrippen.

Created By
Geert Van den Broeck
Appreciate

Made with Adobe Slate

Make your words and images move.

Get Slate

Report Abuse

If you feel that this video content violates the Adobe Terms of Use, you may report this content by filling out this quick form.

To report a Copyright Violation, please follow Section 17 in the Terms of Use.